5.1 Ecologie op alle organisatieniveaus

Programma
Inleiding thema 7: de terugkeer van de wolf
bespreken leerdoel 1 
huiswerk maken 1-6
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Programma
Inleiding thema 7: de terugkeer van de wolf
bespreken leerdoel 1 
huiswerk maken 1-6

Slide 1 - Tekstslide

Wat is een ecosysteem?
schrijf je antwoord op op je wisbordje

Slide 2 - Tekstslide

Een ecosysteem =
een (begrensd) gebied waarin verschillende organismen samenleven in wisselwerking met het milieu

Slide 3 - Tekstslide

Sleep de juiste organismen op de juiste plek in het voedselweb

timer
1:00
Bladluis
Buizerd
Konijn
Lieveheersbeestje
Merel
Planten

Slide 4 - Sleepvraag

Vraag
Wat gebeurt er als je de toppredator (bijvoorbeeld de buizerd) in een ecosysteem weghaalt?

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Vragen bij de film
  1. Wat gebeurt er met de vegetatie (planten) in het Yellowstone national park? Wordt deze meer/minder/of iets anders
  2. Hoe kwam het dat de planten op de open plekken terug kwamen?
  3. Hoe hebben de wolven de loop van de rivieren veranderd?
(1 minuut nadenken, 2 minuten overleg met je buur-)

Slide 7 - Tekstslide

Antwoorden 
1. de vegetatie nam weer toe op plekken waar deze door overbegrazing af was genoemn
2. doordat de wolf het gedrag van de herten veranderde. Verlieten zij de open plekken en kon gras hier weer groeien
3. doordat bossen en vegetatie zich kon herstellen langs de rivieren, werd de grond beter vast gehouden zodat oevers minder snel instorten en er minder erosie optrad.

Slide 8 - Tekstslide

Leerdoelen B1
  • Je kent de kenmerken van een ecosysteem
  • Je kunt  abiotische en biotische factoren benoemen
  • Je kunt de invloed van de belangrijkste abiotische factoren op organismen beschrijven
  • je kunt veranderingen van abiotische factoren beschrijven

Slide 9 - Tekstslide

Wat is ecologie?
Wetenschap waarbij de wisselwerking tussen organismen en hun omgeving wordt bestudeerd

Organisatieniveaus van ecologie:
- Molecuul 
(eDNA)




- cel
- weefsel
- organen


Slide 10 - Tekstslide

Ecologie
  • Levensgemeenschap: alle populaties binnen een ecosysteem
  • Ecosysteem: begrensd gebied met wisselwerking biotische (=levende)en abiotische (=levenloze) factoren
  • habitat: leefgebied v/e organisme

Slide 11 - Tekstslide

Tot welk niveau horen boomalgen die op een boom zitten?
A
Populatie
B
Ecosysteem
C
Cel
D
Organisme

Slide 12 - Quizvraag

Belangrijke abiotische factoren die van invloed zijn op de soortensamenstelling
Bodem: zand, voedselrijk/arm, (vegetatie/voedsel herbivoren)
Licht: daglengte, broedseizoen, seizoensplanten, vogeltrek
Water: aanpassingen van planten aan een droog/nat gebied, het zoutgehalte in zeewater
Temperatuur: werking van enzymen

Slide 13 - Tekstslide

Tolerantie
= vermogen van organismen  om schommelingen in een abiotische factor te verdra-gen. Bijv temperatuur, pH, etc.
  • De abiotische factor waar de meeste individuen overleven  is het optimum.

Slide 14 - Tekstslide

Is het tolerantiegebied van een organisme een biotische factor of een abiotische factor?
A
Biotische factor
B
Abiotische factor

Slide 15 - Quizvraag

Wat betekent het als een soort een smalle tolerantiecurve heeft?
A
De soort is niet bestand tegen een grote variatie van de milieufactor
B
De soort is wel bestand tegen een grote variatie van de milieufactor
C
De soort komt weinig voor
D
De soort komt veel voor

Slide 16 - Quizvraag

Maak de opdrachten 1 - 6
Bespreken opdracht 4 en 6

Slide 17 - Tekstslide

EINDopdracht
Hemelkijkers of spookvissen zijn diepzeevissen die in de Marianentrog leven. Ze hebben groene cilindervormige ogen die naar boven kijken. Over hun ogen ligt een transparante koepel van zacht weefsel die is gevuld met vloeistof. Het is lastig om deze vissen te onderzoeken omdat hun lichaam beschadigt wanneer je ze van grote diepte naar boven haalt. Tegenwoordig worden ze met onderwaterrobots bestudeerd.

1. door verandering van welke abiotische factor beschadigt het lichaam als je deze naar de oppervlak. 
Wat zou er kunnen beschadigen?
2. Is iicht afkomstig van de hemelkijker een abiotische factor? Leg je antwoord uit. 

Slide 18 - Tekstslide

Buitenopdracht
Ga op zoek naar 4 verschillende producenten, 3 verschillende consumenten van de eerste orde en 3 van de 2de orde.
Maak een foto!
Teken een voedselketen

Slide 19 - Tekstslide

Thema 5 Ecologie




Basisstof 2
Organismen

Slide 20 - Tekstslide

Leerdoelen B2
  • Je kunt de invloed van de belangrijkste abiotische factoren op organismen beschrijven
  • Je kunt veranderingen van abiotische en biotische factoren en hun onderlinge wisselwerking beschrijven

Slide 21 - Tekstslide

Verspreidingsgebied
Tolerantie: vermogen van soorten om schommelingen 
in abiotische factoren te kunne vedragen
Areaal: daar waar de soort op aarde voorkomt.
Bepaald door de tolerantiegrens voor abiotische
factoren (=beperkende factor)
Uiterste waarde waarbij een individu kan (over)leven

Slide 22 - Tekstslide

Tolerantiegebied

Optimumkromme
Minimumwaarde
Optimumwaarde
Maximumwaarde

Slide 23 - Tekstslide

Is het tolerantiegebied van een organisme een biotische factor of een abiotische factor?
A
Biotische factor
B
Abiotische factor

Slide 24 - Quizvraag

Welke soort heeft het grootste reproductieve succes bij een abiotische factor
A
A
B
B
C
D
D
E

Slide 25 - Quizvraag

In diagram 1 staat de tolerantie weergegeven van een bepaalde soort voor de concentratie zouten in de omgeving. Er is geen duidelijk optimum-punt te zien, maar een 'tolerantiegebied'. Wat betekent dat?
A
De soort verdraagt schommelingen in zoutconcentratie goed
B
De soort verdraagt schommelingen in zoutconcentratie slecht
C
Het gaat om een soort wat helemaal niet kan overleven in een zoute omgeving
D
Indien de zoutconcentraties nog hoger zijn zal er een optimum ontstaan bij de soort

Slide 26 - Quizvraag

Maak de opdr. 1,3,5,6,8,9 en 10
Klaar? Oefen met Test Jezelf

Slide 27 - Tekstslide