16.4 en 16.5

Lesopzet 1
1.  vragen tot en met 29 van 16.3? (HUISWERK)
2. Checkvraag over mesomerie
3. Benzeen reactiviteit
4. Lezen 16.4 pagina 77, 78 en 79
5.Opgaven 
H:35
B: 33 (wordt uitgelegd) ,34
V: 36,37
6. Examenopgave 15 en 16 van V2016-II (papier)! Ringspanning waarom is het zo reactief? VSEPR!
7. Uitsmijter! Partiële ladingen! Ion-dipoolbinding versus waterstofbrug. Dipool-dipool versus waterstofbrug.



1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 23 slides, met tekstslides en 2 videos.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Lesopzet 1
1.  vragen tot en met 29 van 16.3? (HUISWERK)
2. Checkvraag over mesomerie
3. Benzeen reactiviteit
4. Lezen 16.4 pagina 77, 78 en 79
5.Opgaven 
H:35
B: 33 (wordt uitgelegd) ,34
V: 36,37
6. Examenopgave 15 en 16 van V2016-II (papier)! Ringspanning waarom is het zo reactief? VSEPR!
7. Uitsmijter! Partiële ladingen! Ion-dipoolbinding versus waterstofbrug. Dipool-dipool versus waterstofbrug.



Slide 1 - Tekstslide

Checkvraag - 2tallen

Salpeterzuur is een sterk zuur. Een verklaring hiervoor kan zijn dat na het
afstaan van een proton een stabieler deeltje overblijft.

Laat aan de hand van mesomere grensstructuren zien dat het zuurrestion van
salpeterzuur stabieler is dan salpeterzuur zelf.

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Leerdoelen
  • Ik kan uitleggen wat de snelheidsbepalende stap is.  
  • Ik kan uitleggen wat een nucleofiel deeltje is.  
  • Ik kan uitleggen wat een electrofiel deeltje is. 
  • Ik kan reactiemechanismen met lewisstructuren beschrijven. 

Slide 5 - Tekstslide

Reactiesnelheidsvergelijking
De reactiesnelheid hangt, volgens het botsende deeltjes model, af van de concentraties van de reagerende stoffen. 
Er is een formule afhankelijk van het aantal deeltjes:
1 deeltje, A --> s=k[A]
2 deeltjes, A en B --> s=k[A][B]
2 deeltjes A --> s=k[A]2
k is de reactieconstante, is de hellingshoekdoor het 0-punt.

Slide 6 - Tekstslide

Nucleofiel of Elektrofiel
Al een idee wat dit betekent? 

Slide 7 - Tekstslide

Nucleofiel of Elektrofiel
nucleofiel =
houdt van positieve lading
dus dit deeltje...


Slide 8 - Tekstslide

nucleofiel of elektrofiel
nucleofiel =                                                    elektrofiel =
houdt van positieve lading                     houdt van negatieve lading 
dus dit deeltje...                                           dus dit deeltje ....


Slide 9 - Tekstslide

dipoolmoleculen zijn allebei:
 elektrofiel deel
nucleofiel deel

Slide 10 - Tekstslide

dipoolmoleculen zijn allebei:
 elektrofiel deel
nucleofiel deel
Je kunt bij een gegeven reactiemechanisme aangeven welk deeltje/deel van het molecuul reageert als nucleofiel of elektrofiel

Slide 11 - Tekstslide

Lezen 16.4 pagina 78 en 79

Opgaven 
H:35
B: 33 (straks ook uitgelegd als dit nodig is) ,34
V: 36,37
Pak binas 54A en 54B erbij!

Slide 12 - Tekstslide

Partiële ladingen! 

Ion-dipoolbinding versus waterstofbrug. 
Dipool-dipool versus waterstofbrug.

Welke is sterker? Waarom denk je dat? 

Slide 13 - Tekstslide

Lesopzet 2
1. vragen tot en met 34 (HUISWERK!) 
1a. scheikunde olympiade opgeven
1b cliffhanger van de bindingen!
2. Deeltje is reactief als 1 of meer atomen niet voldoen aan de octetregel!
3. Formatief: examenopgave
4. Bespreken examenopgave 15 en 16 van V2016-II (papier)! Ringspanning waarom is het zo reactief? VSEPR!
6. Lezen 16.5 pagina 80 en 81
7. Opgaven: B: 39 en 40
8. Checkvraag


Slide 14 - Tekstslide

Partiële ladingen! 

Ion-dipoolbinding versus waterstofbrug. 
Dipool-dipool versus waterstofbrug.

Welke is sterker? Waarom denk je dat? 

Slide 15 - Tekstslide

Feit!
Deeltje is reactief als 1 of meer atomen niet voldoen aan de octetregel!

Slide 16 - Tekstslide

Examenopgave 15 en 16 van V2016-II (papier)! 
Ringspanning waarom is het zo reactief? VSEPR!

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Lezen 16.45 pagina 81 en 82

Aan de slag!!

B: 39 en 40
V: 41
Pak binas 54F erbij!

Slide 21 - Tekstslide

Checkvraag 
Geef de reactievergelijking tussen ammoniak en water, hierbij ontstaan ionen. 
- Gebruik lewisstructuren
- Geef met pijlen aan de linkerkant aan hoe de elektronenparen zich verplaatsen

IDEM met ethaanzuur en natronloog. 

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video