3. Prey en hoofdgedachte alinea kernzin tekstdoel

1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Je leert:

1.Herhaling van:
woordraadstrategieën.
2. Wat is een kernzin van een alinea?
3. Toepassen:
Zoeken van tekstdoel en tekstsoort.

Slide 2 - Tekstslide

Kennen-lees- en woordstrategieën/onderwerp/hoofd-
gedachte/tekstdoelen (herhalen)
Nieuw-alinea en kernzin
Kunnen- strategieën gebruiken/
onderwerp/hoofdgedachte/tekst
doel bepalen.
Hoe- Oefenen met tekst Prey
Wat leer/herhaal je in deze les?

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Link

Lees onderstaande tekst​​
Biologische klok en schooltijden​​
Door onze redacteur​​
Kinderen zijn tot hun twaalfde jaar meestal ochtendmensen. Daarna volgt een omschakeling. Bij veel tieners merk je een overgang van ochtend- naar avondmens. Beginnen scholen voor hen dan niet te vroeg?​​
Om te beginnen is vermoeidheid bij jongeren een normaal verschijnsel. De helft van de tieners tussen 14 en 20 jaar heeft een slaaptekort. Dit komt voor een groot deel doordat de biologische klok van jongeren verandert. Leerlingen krijgen daarvoor een slaaptekort en dat is schadelijk voor de gezondheid. Bovendien kunnen door het slaaptekort verbindingen in de hersenen worden afgebroken en dat beïnvloedt het functioneren van het brein.​​
Scholen kunnen dus het beste tussen 8 en 10 uur beginnen.​​
​​
Heeft deze tekst een twee- of een driedeling? Hoe weet je dat? ​​
Wat is een alinea? Wat is een kernzin?
Schrijf op wat het filmpje daarover zegt

Slide 5 - Tekstslide

Alinea en kernzin
Een stukje tekst dat over hetzelfde onderwerp gaat (deelonderwerp) noem je een alinea.
Tussen alinea's staat meestal een regel wit.
Alinea's maken een tekst overzichtelijk
Belangrijkste info staat in de  . Meestal 1e of laatste zin van een alinea.

Slide 6 - Tekstslide

Hieronder staat een tekst. Verdeel die in 2 alinea's
Jongste is de grappigste
Ben jij de jongste thuis? Dan ben jij ook de leukste! Daar kan je oudere broer of zus niet tegenin gaan, want het blijkt uit resultaten van onderzoeksbureau YouGov naar de effecten van de geboortevolgorde op je persoonlijkheid. Wat blijkt? Het jongste kind is over het algemeen (46%) het grappigst. Gelukkig hebben de oudste en middelste kinderen ook een aantal voordelen. Oudste kinderen zijn verantwoordelijker (54%) en beter georganiseerd. Door deze twee eigenschappen zijn oudste kinderen vaak ook succesvol. Als je het middelste kind bent, dan ben je heel sociaal en ben je creatief. Maar het jongste kind is het grappigst!

Naar: Emma girlscene.nl

Slide 7 - Tekstslide

Oplossing:
Jongste is de grappigste
Ben jij de jongste thuis? Dan ben jij ook de leukste! Daar kan je oudere broer of zus niet tegenin gaan, want het blijkt uit resultaten van onderzoeksbureau YouGov naar de effecten van de geboortevolgorde op je persoonlijkheid. 
Wat blijkt? Het jongste kind is over het algemeen (46%) het grappigst. Gelukkig hebben de oudste en middelste kinderen ook een aantal voordelen. Oudste kinderen zijn verantwoordelijker (54%) en beter georganiseerd. Door deze twee eigenschappen zijn oudste kinderen vaak ook succesvol. Als je het middelste kind bent, dan ben je heel sociaal en ben je creatief. Maar het jongste kind is het grappigst!

Naar: Emma girlscene.nl  
Kernzin van alinea 1?
Hoofdgedachte?

Slide 8 - Tekstslide

Tekstverbanden-lees theorie blz. 108
  • Een schrijver wil dat een tekst één geheel wordt.
  • Zinnen of alinea's wil hij dus met elkaar verbinden.
  • Dat doet een schrijver door signaalwoorden te gebruiken.
  • Met die signaalwoorden maakt de schrijver een verbinding (verband) tussen de zinnen of alinea's.
  • Tekstverbanden zijn het cement van de tekst. 
  • NN blz. 108 theorie over tekstverbanden.

Slide 9 - Tekstslide

  • Lees de titel– wil de tekst ons iets leren of een mening geven?
  • Lees de tekst oriënterend en globaal: Waar gaat de tekst over?
  • Wat is de hoofdgedachte en waar kan je die vinden?
  • Lees de hele tekst vervolgens nauwkeurig/precies.
  • Schrijf nu tien woorden op uit de tekst die belangrijk zijn. Kijk daarvoor vooral naar de kernzinnen van de alinea's
  • Welk tekstdoel heeft de schrijver? Wat voor soort tekst is dit?
  • Daarna: NN digitaal-groene kolom-cursus meer dan lezen par. 3
  • Oefening 7 
 


Opdracht bij tekst Prey

Slide 10 - Tekstslide

Staan jouw tien woorden erbij? Welke zijn de belangrijkste woorden uit deze lijst? Welke woorden heb je nodig om de tekst te kunnen navertellen?


                     
game
aliens
mimics
18+
neuromods
avontuur
geluid
wapens
Talos 1
geheugen-verlies
ruimtesta=
tion
afval
bloedstol-lend
Prey
ontsnap-pen

Slide 11 - Tekstslide

Probeer nu met de tien geelgekleurde woorden hieronder in het kort de tekst aan een klasgenoot na te vertellen


Prey         ruimtestation            bloedstollend    18+

game       geheugenverlies       avontuur

aliens       geluidseffecten         wapens

Probeer nu met de tien geelgekleurde woorden hieronder in het kort de tekst aan een klasgenoot na te vertellen

Slide 12 - Tekstslide

  • De titel geeft een mening. Dat zie je aan 'bloedstollend'. 
  • De tekst gaat over een computerspel waar je waker wordt in een ruimtestation en aliens moet verslaan.
  • Hoofdgedachte vind je in de dikgedrukte inleiding. 
  • Schrijf nu tien woorden op uit de tekst die belangrijk zijn. Kijk daarvoor vooral naar de kernzinnen van de alinea's
  • Tekstdoel is overtuigen. Dit is een recensie over een computersel
  • Daarna: NN digitaal-groene kolom-cursus meer dan lezen par. 3
  • Oefening 7 
 


Oplossing bij tekst Prey

Slide 13 - Tekstslide

V
e
r
w
ij
s
w
o
o
d

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

  • Die/dat/deze = aanwijzend voornaamwoorden
  • Er/daar
  • Ik/jij/jij/ zij enz. = persoonlijke voornaamwoorden
  • Mijn/jouw/haar enz. = bezittelijke voornaamwoorden
  • Verwijswoorden wijzen naar 1 woord/ een aantal     woorden of soms een hele zin
Verwijswoorden

Slide 16 - Tekstslide


Vorig jaar is mijn oma overleden toen ze voor de televisie zat. Ik herinner me DEZE GEBEURTENIS nog heel goed, omdat ik zo moest huilen. Verwijst naar? 
A
toen ze voor de televisie zat
B
het overlijden van oma
C
ik moest hard huilen

Slide 17 - Quizvraag


De duikers zwommen naar de gezonken bootjes. Ze wisten niet of DAAR nog iemand in zat. Verwijst naar?
A
de duikers
B
nog iemand
C
de gezonken bootjes

Slide 18 - Quizvraag


Men zegt, dat in dat bos gevaarlijke dieren leven. Ik laat DAT SOORT liever met rust. Verwijst naar?
A
men
B
gevaarlijke dieren
C
dieren in het bos

Slide 19 - Quizvraag


HET is voor Miriam onbespreekbaar om naar Arnhem te verhuizen. Verwijst naar?
A
naar Arnhem verhuizen
B
Arnhem
C
onbespreekbaar

Slide 20 - Quizvraag