Mutaties en modificaties

Mutaties en modificaties
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurwetenschappenSecundair onderwijs

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Mutaties en modificaties

Slide 1 - Tekstslide

Je leert ...
1- het verschil tussen een mutatie en een modificatie uitleggen.
2- genmutaties, chromosoommutaties en genoommutaties herkennen en uitleggen.
3- enkele mogelijke oorzaken voor mutaties benoemen.
4- het verschil tussen omgevingsmodificaties en epigenetische modificaties beschrijven.

Slide 2 - Tekstslide

nature versus nurture
  • Niet alleen genen (nature) bepalen wie je bent.
  • Ook de omgeving waarin je opgroeit en leeft (nurture) speelt een rol.
          -  Nature = genetische invloeden
          - Nurture = omgevingsinvloeden


Eigenschappen ontstaan vaak door een samenwerking tussen nature en nurture.

Slide 3 - Tekstslide

Mutaties kunnen spontaan ontstaan of veroorzaakt worden door straling of chemicaliën.
A
waar
B
niet waar

Slide 4 - Quizvraag

mutaties
zijn mutaties veranderingen in het DNA. 
Ze kunnen spontaan gebeuren tijdens de celcyclus, bijvoorbeeld bij het kopiëren van het DNA of tijdens het verdelen van de chromosomen in de delingsfase. 

Er zijn echter ook heel wat stoffen die mutaties kunnen veroorzaken. Je noemt deze stoffen mutagenen.


Mutaties kunnen erfelijk zijn als ze voorkomen in de gameten, dus in de eicellen of zaadcellen. Mutaties die plaatsvinden in lichaamscellen, zoals bijvoorbeeld bij huidkanker, zijn niet erfelijk.

Slide 5 - Tekstslide

soorten mutagenen

Slide 6 - Woordweb

soorten mutaties
  • genoommutaties=  fouten tijdens het verdelen van de chromosomen in de delingsfase
  • Chromosoommutaties = mutaties waarbij delen van een chromosoom ontbreken of te veel toegevoegd zijn
  • Genmutaties = slechts delen van één gen muteren.

Slide 7 - Tekstslide

welk soort mutatie is dit:
A
genoommutatie
B
chromosoom mutatie
C
gen mutatie

Slide 8 - Quizvraag

welk soort mutatie is dit:
A
genoommutatie
B
chromosoom mutatie
C
gen mutatie

Slide 9 - Quizvraag

welk soort mutatie is dit:

A
genoommutatie
B
chromosoom mutatie
C
gen mutatie

Slide 10 - Quizvraag

welk soort mutatie is dit:
A
genoommutatie
B
chromosoom mutatie
C
gen mutatie

Slide 11 - Quizvraag

Je kunt vier types genmutaties onderscheiden
=  Dit zijn genmutaties waar slechts één basenpaar veranderd wordt:

Deletie: 1 basenpaar wordt verwijderd.
Insertie: 1 basenpaar wordt toegevoegd.
Transitie: 1 basenpaar wordt omgekeerd ingebouwd.
Transversie: 1 basenpaar wordt vervangen door een ander.

Slide 12 - Tekstslide

soorten Chromosoommutaties

Slide 13 - Tekstslide

Alle mutaties leiden tot nadelige eigenschappen.
A
waar
B
niet waar

Slide 14 - Quizvraag

Door een mutatie in het DNA van een fruitvlieg worden de vleugels kleiner, waardoor de vlieg minder goed kan vliegen.
A
positieve mutatie
B
negatieve mutatie
C
positieve modificatie
D
negatieve modifcatie

Slide 15 - Quizvraag

Een genetische mutatie geeft een bloem een felle kleur die meer bijen aantrekt.
A
positieve mutatie
B
negatieve mutatie
C
positieve modificatie
D
negatieve modifcatie

Slide 16 - Quizvraag

mutaties hebben niet altijd gevolgen
  • stille mutatie
  • winstmutatie
  • verliesmutatie 

Slide 17 - Tekstslide

Modificaties
  • omgevingsmodificatie
  • epigenetica 

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

 Omgevingsmodificaties
  • Kenmerken:
          -Geen verandering in DNA-code.
          - Uitsluitend beïnvloed door omgevingsfactoren (nurture).
  • Voorbeelden:
          - Tattoo laten zetten.
           - Haar verven.
            - Een vaardigheid trainen, zoals pianospelen.
  • Niet erfelijk.

Slide 20 - Tekstslide

Epigenetische Modificaties
  • Kenmerken:
      - Geen aanpassing van de DNA-code zelf.
      - Wel wijzigingen in genexpressie (aan/uitzetten van genen).
      -Wordt beïnvloed door omgeving, maar kan soms erfelijk zijn.

Slide 21 - Tekstslide

Epigenetische modificaties
Epigenetische modificaties veranderen de beschikbaarheid van genen voor genexpressie. Ze veroorzaken wijzigingen in de genexpressie zonder de DNA-code zelf aan te passen.

Slide 22 - Tekstslide

1. Voeding tijdens zwangerschap
Beschrijving:
De voeding van een moeder tijdens de zwangerschap kan invloed hebben op de genexpressie van haar kind. Bijvoorbeeld:
  • Bij een tekort aan voedingsstoffen kan het metabolisme van het kind zodanig worden geprogrammeerd dat het zuiniger omgaat met energie. Dit kan leiden tot een verhoogd risico op obesitas of diabetes later in het leven.

Slide 23 - Tekstslide

2. Stress en trauma
Beschrijving:
Langdurige stress of trauma kan epigenetische veranderingen veroorzaken.
  • Bij mensen die trauma hebben ervaren (bijvoorbeeld oorlogsveteranen), worden genen die stressregulatie beïnvloeden soms anders geprogrammeerd, wat kan leiden tot een verhoogde gevoeligheid voor angst of depressie.

Slide 24 - Tekstslide