7b B1 W1 les 2 kommagetallen

Weet je nog....!
Wie heeft wel eens van 1 ton gehoord?
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenBasisschoolGroep 7

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Weet je nog....!
Wie heeft wel eens van 1 ton gehoord?

Slide 1 - Tekstslide

1 Ton
= 1000 Kg

= 100.000 Euro

Slide 2 - Tekstslide

1 ton = 1000 kg

0,9 ton = ...... kg

Slide 3 - Tekstslide

1 ton = 100.000 Euro

€ 90.000,- = ...... ton

Slide 4 - Tekstslide

1 ton = 1000 kg

2500 kg = ...... ton

Slide 5 - Tekstslide

1 ton = € 100.000,-

€ 250.000 = ...... ton

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

wat is hetzelfde als

2000 kg
  • 1000 kg = 1 ton
  • 500 kg = 0,5 ton
  • 100 kg = 0,1 ton


A
200 kg
B
200 ton
C
20 ton
D
2 ton

Slide 8 - Quizvraag

wat is hetzelfde als

0,3 ton
  • 1000 kg = 1 ton
  • 500 kg = 0,5 ton
  • 100 kg = 0,1 ton


A
3 kg
B
30 kg
C
300 kg
D
3000 kg

Slide 9 - Quizvraag

wat is hetzelfde als

1150 kg
  • 1000 kg = 1 ton
  • 500 kg = 0,5 ton
  • 100 kg = 0,1 ton


A
1,15 ton
B
1,51 ton
C
11,5 ton
D
15,1 ton

Slide 10 - Quizvraag

wat is hetzelfde als

10.000 kg
  • 1000 kg = 1 ton
  • 500 kg = 0,5 ton
  • 100 kg = 0,1 ton


A
0,1 ton
B
1 ton
C
10 ton
D
1,1 ton

Slide 11 - Quizvraag

wat is hetzelfde als

€ 200.000,-
  • € 100 000,- = 1 ton
  • € 50 000, = 0,5 ton
  • € 10 000,- = 0,1 ton


A
0,2 ton
B
2 ton
C
20 ton
D
200 ton

Slide 12 - Quizvraag

wat is hetzelfde als

40 ton
  • € 100 000,- = 1 ton
  • € 50 000, = 0,5 ton
  • € 10 000,- = 0,1 ton


A
€ 4000,-
B
€ 40 000,-
C
€ 400 000,-
D
€ 4 000 000,-

Slide 13 - Quizvraag

wat is hetzelfde als

8,15 ton
  • € 100 000,- = 1 ton
  • € 50 000, = 0,5 ton
  • € 10 000,- = 0,1 ton


A
€ 8150,-
B
€ 81 500,-
C
€ 815 000,-
D
€ 8 150 000,-

Slide 14 - Quizvraag

LESDOEL
Ik kan (geld)sommen optellen zoals
1,50 + 2,75 en 1,79 + 2,85

Slide 15 - Tekstslide

Hebben wij genoeg geld bij ons?
Ik moet een brood kopen.
Een brood kost tussen de € 2,- en € 3,-.

Dit is wat ik in mijn portemonnee heb.
Is dat genoeg.
  • 1 munt van 1 euro
  • 1 muntje van 50 cent
  • 2 munten van 20 cent
  • 1 munt van 5 cent.

Slide 16 - Tekstslide

Hoeveel moet ik betalen:
€ 2,- + € 1,70 + € 1,25

Slide 17 - Open vraag

Reken uit:
Ik koop een trui, een vest en sneakers.

WAT MOET IK BETALEN?
€ 185,10

Slide 18 - Tekstslide

Reken uit:
Ik koop schoenen, een spijkerbroek en een winterjas.

WAT MOET IK BETALEN?
€ 376,90

Slide 19 - Tekstslide

AAN DE SLAG
Rekenen - Blok 1 - Week 2 - les 1

Eerst Opgave 3
Dan opgave 2
Daarna plussen
Dan opgave 0


Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide