In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 20 min
Dit is niet oké
Onderdelen in deze les
Slide 1 - Tekstslide
Programm Mittwoch 6.4.
Kapitel 6
Grammatik C -> 4. Fall
Sprechen
Jullie kennen de voorzetsels in de 4de naamval en kunnen daarna de juiste persoonlijke voornaamwoorden gebruiken. Jullie kunnen vragen over school stellen en beantwoorden.
Wat wordt de vorm van het persoonlijk voornaamwoord in de 4e naamval? Sleep het juiste antwoord.
ich
du
er/sie/es
wir
ihr
sie/Sie
euch
mich
dich
ihn/sie/es
uns
sie/Sie
Slide 16 - Sleepvraag
Hören
Buch, Seite 13
A 2
er Ich habe es durchihn erfahren.
ich Er kauft Blumen fürmich.
ihr Ich gehe ohneeuch einkaufen.
du Ich gehe umdich herum.
sie Ich bin gegensie gestoßen.
Slide 17 - Tekstslide
Voorzestels (Präpositionen)
durch door
für voor
ohne zonder
um om
gegen tegen
Slide 18 - Tekstslide
Vertaal de voorzetsels
door
voor
tegen
zonder
om
durch
für
gegen
ohne
um
Slide 19 - Sleepvraag
Persoonlijk voornaamwoord 4e naamval Wat betekent 'zonder jou' in het Duits?
A
für dich
B
um dich
C
ohne dich
D
ohne ihn
Slide 20 - Quizvraag
Persoonlijk voornaamwoord 4e naamval Wat betekent 'om jullie' in het Duits?
A
für dich
B
um euch
C
ohne mich
D
ohne ihn
Slide 21 - Quizvraag
Persoonlijk voornaamwoord 4e naamval Wat betekent 'voor hem' in het Duits?
A
für ihn
B
um dich
C
ohne Sie
D
für sie
Slide 22 - Quizvraag
Üben
Seite 16
Aufgabe C 7
Slide 23 - Tekstslide
Sprechen
Seite 18
Aufgabe 9
Slide 24 - Tekstslide
Sprechen
Plauderecke
Slide 25 - Tekstslide
Sprechen
Seite 19
Übung 12
Slide 26 - Tekstslide
Toll!!!
Jullie kennen de voorzetsels in de 4de naamval en kunnen daarna de juiste persoonlijke voornaamwoorden gebruiken. Jullie kunnen vragen over school stellen en beantwoorden.