Figuurlijk taalgebruik
Mevr. Vermeulen
Figuurlijk taalgebruik
Mevr. Vermeulen
Letterlijk of figuurlijk taalgebruik ?!
Letterlijk : je zegt iets zoals het is. Er zit geen andere betekenis achter de woorden.
Bv. De laptop staat aan.
Figuurlijk: je gebruikt een uitspraak of woorden die een andere betekenis hebben dan wat je effectief zegt.
Bv. Je hebt vlinders in je buik.
De aanhouder wint.
Dat je succes hebt bereikt.
Dat je niet moet opgeven als het moeilijker gaat of niet direct lukt.
Degene die het langste wacht, krijgt een prijs.
Wanneer je iets lang vasthoudt, wordt het van jou.
Niet geschoten is altijd mis.
Als je niet probeert gaat het sowieso niet lukken.
Dat iets lukt van de eerste keer.
Dat je niet mag schieten.
Dat je altijd mist wanneer je schiet.
Wie A zegt, moet B zeggen.
Dat je het alfabet moet opzeggen.
Dat je moet roddelen.
Dat je altijd alles moet zeggen.
Dat je iets moet afmaken wanneer je daaraan begonnen bent.
Belofte maakt schuld.
Je moet altijd alles doen.
Je mag andere de schuld geven van alles.
Als je iets beloofd of zegt, moet je dat ook doen.
Iedereen maakt fouten.
Baat het niet, dan schaadt het niet.
Alle dingen zijn zowel goed als slecht.
Als iets goed is, is het vaak ook slecht.
Als het goed is, is het zeker niet slecht.
Het is niet omdat iets niet helpt, dat het ook slecht doet.
Rome is niet op één dag gebouwd.
Sommige dingen duren wat langer.
Rome is een grote stad.
De Romeinen konden niet snel werken.
Het duurt lang om een stad te bouwen.
Rome is niet op één dag gebouwd.
Sommige dingen duren wat langer.
Rome is een grote stad.
De Romeinen konden niet snel werken.
Het duurt lang om een stad te bouwen.
Al doende leert men
Alleen wanneer je iets doet leer je het ook.
Je leert het beste door dingen te doen.
Je moet eerst de theorie kennen voor je het kan doen.
Men moet van alles doen om iets te leren.
De plooien gladstrijken.
Een ruzie/conflict bijleggen.
De kleding strijken.
Iets dichtvouwen.
Objecten weghalen.
Hoge bomen vangen veel wind.
= Mensen die opvallen of een hoge posities hebben krijgen vaak meer kritiek.
Water bij de wijn doen.
= Een compromis sluiten of een toegeving doen.
Door het oog van de naald kruipen.
= Iets wat nipt gelukt is
Wie zijn gat verbrandt moet op de blaren zitten.
= Wie een fout maakt, moet de gevolgen hiervan dragen.
Spreken is zilver en zwijgen is goud.
= Soms is het beter om je mond te houden.
Waar rook is, is vuur.
= Ieder gerucht heeft vaak wel een grond van waarheid.
Als de kat van huis is, dansen de muizen (op tafel).
= Mensen doen zich anders voor als er iemand op hen let.
Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen.
= Dat je moet leren uit je fouten.
Vele handen maken licht werk.
= Als je het werk verdeelt of samenwerkt werk je sneller en/of beter.
Figuurlijk taalgebruik (groene kader p. 169)
Je kiest voor figuurlijk taalgebruik om op een mooie en bondige manier iets duidelijk te maken, maar ook om een uitspraak te versterken of verzachten.
Figuurlijk taalgebruik vind je onder ander in spreekwoorden en uitdrukkingen.
Opdracht spreekwoorden
Je kiest een spreekwoord uit waar je rond wil werken.
! Je mag verschillende gebruiken
Je maakt een conversatie in berichtstijl waarbij je de spreekwoorden gebruikt.
sites die je kan raadplegen:
spreekwoorden-gezegden.nl
onzetaal.nl
Je let hierbij op:
taal
creativiteit