Les 3 - Gestructureerde data (databases)

 Gestructureerde data
(Databases)

Examenprogramma informatica
Domein C
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
InformaticaMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

 Gestructureerde data
(Databases)

Examenprogramma informatica
Domein C

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoel
Aan het eind van deze les weet je wat een database is, wat het doel van een database is en hoe een database te beheren en te benaderen is. Ook ken je het model van een relationele database.

Slide 2 - Tekstslide

Geef een voorbeeld van een informatiesysteem.
timer
1:00

Slide 3 - Open vraag

Wat is geen eis aan een informatiesysteem?
A
Doelgerichtheid
B
Snelheid
C
Continuïteit
D
Toegankelijkheid

Slide 4 - Quizvraag

Gegevens en informatie zijn niet hetzelfde. Leg kort het verschil uit.
timer
1:00

Slide 5 - Open vraag

Wat is een database?
In een database worden digitale gegevens opgeslagen.

Slide 6 - Tekstslide

Doel van een database
Data moet makkelijk gevonden en te bewerken zijn. De data wordt zo efficiënt mogelijk opgeslagen. Dat wil zeggen: op zo'n manier dat de dataverwerking het snelst kan gebeuren.

Slide 7 - Tekstslide

Een database beheren
Een database wordt beheerd met een databasemanagementsysteem (DBMS). 

Een DBMS is software voor het opzetten, raadplegen, onderhouden en bewaken van databases. 

Slide 8 - Tekstslide

Doel DBMS
Het DBMS zorgt ervoor dat veel gebruikers tegelijk gebruik kunnen maken van de databases.

Het DBMS bewaakt de juistheid en volledigheid van de gegevens. Ook zorgt het ervoor dat slechts één gebruiker tegelijk gegevens kan wijzigen.

Het DBMS zorgt er ook voor dat verschillende applicaties toegang kunnen krijgen tot dezelfde database.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Voorbeelden DBMS

Slide 11 - Tekstslide

Relationele database
Een veelgebruikte soort DBMS is de relationele DBMS. Daarin worden relationele databases gebruikt. In zo'n database is de data ondergebracht in tabellen. Die tabellen zijn aan elkaar gekoppeld via een sleutel.

Slide 12 - Tekstslide

Opbouw relationele database

Slide 13 - Tekstslide

Welk vak volgt Mert Samaras?

(meerdere antwoorden zijn goed, kies één van de juiste antwoorden)
A
Nederlandse taal
B
Informatica
C
Wiskunde A
D
Wiskunde B

Slide 14 - Quizvraag

Uitlezen database
Om gegevens uit een database te halen kan er gebruik worden gemaakt van SQL (Structured Query Language)

Voorbeeld SQL
SELECT naam FROM klant WHERE klantnummer="63493"

Slide 15 - Tekstslide

Wat is het grote voordeel van een relationele database?
timer
1:00

Slide 16 - Open vraag