Les 27-01

Burgerschap
- Terugblik 
- Theorie
-Zelfstandig aan het werk 
- Werkboeken inleveren
- Nabespreken/ evaluatie
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschapsonderwijsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 4

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Burgerschap
- Terugblik 
- Theorie
-Zelfstandig aan het werk 
- Werkboeken inleveren
- Nabespreken/ evaluatie

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat houdt kritisch
consumeren in?

Slide 2 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Noem een reclametruc

Slide 3 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

3 entree
- Zelfstandig aan de slag;
1. Op welke politieke partij zou je stemmen als er nu verkiezingen zijn?

2. Schrijf op waarom je voor deze partij kiest (min. 5 zinnen)
blz. 101
4 entree 
- Klassikale instructie
1. Les 4 Duurzaamheid

2. Zelfstandig lezen en maken blz. 253 t/m 258

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen

- Je leert wat duurzaam betekent
- Je leert welke duurzame keuzes je kunt maken
- Je leert wat een keurmerk is
- Je steekt je vinger op wanneer je iets wil zeggen of vragen

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Duurzaam
= dat iets zo min mogelijk schade toebrengt aan het milieu, dieren en mensen

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen:
  • wat er tijdens de verkiezingen gebeurt
  • dat er verschillende politieke partijen zijn
  • wat er tijdens de verkiezingscampagne gebeurt

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bij welke verkiezing stemmen de meeste mensen?

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom kies je nu voor een partij?

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Op 21 maart is het weer tijd om te stemmen. Iedere Nederlander van 18 jaar en ouder heeft het recht om mee te beslissen. Met deze les kun je in het kort aan je leerlingen uitleggen hoe het werkt en waarom de verkiezingen plaatsvinden. Daarna kun je aan de slag met je eigen Klasverkiezingen.
Hoe werkt het in de praktijk?

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Waar worden er allemaal verkiezingen voor gehouden?
In Nederland zijn er verkiezingen voor:

oa:

1. Gemeenteraad
2. De Provinciale Staten
3. Eerste Kamer
4. Tweede Kamer

Slide 17 - Tekstslide

Gemeenteraad: Elke gemeente heeft een raad. Deze raad wordt gekozen door het volk. Vervolgens bepaalt de raad welke wethouders er in de stad aan de slag gaan om de dagelijkse beslissingen over de stad te nemen. Dit doen de wethouders samen met de burgemeester (deze burgemeester wordt door de regering gekozen).

Slide 18 - Tekstslide

De Provinciale Staten: dit lijkt een beetje op de gemeenteraad, maar dan voor de twaalf provincies van Nederland. De Provinciale Staten kiezen de leden die wat te zeggen hebben op provinciaal niveau. Het is de taak van deze leden om het dagelijks bestuur in  een provincie uit te voeren. Ook kiezen de leden van de Provinciale Staten de leden van de Eerste Kamer.

Slide 19 - Tekstslide

Eerste Kamer: De 75 leden van de Eerste Kamer worden gekozen door de Provinciale Staten. Daarom zijn de verkiezingen van Provinciale Staten erg belangrijk! Samen met de Tweede Kamer vormt de Eerste Kamer het Nederlandse parlement. Het is de taak van de Eerste Kamer om de wetsvoorstellen die zijn goedgekeurd door de Tweede Kamer, te controleren. Pas na de goedkeuring van de Eerste Kamer worden de wetten officieel ingevoerd.

Slide 20 - Tekstslide

Tweede Kamer: De bekendste verkiezingen zijn de Tweede Kamerverkiezingen. Deze krijgen ook de meeste aandacht in de media. Het gaat om het kiezen van de 150 leden van de Tweede Kamer. Het volk kiest! Dit gebeurt om de vier jaar (maar als er ruzie ontstaat binnen het kabinet en het kabinet ‘valt’ kan het eerder tijd zijn voor verkiezingen).
 

De partij met de meeste stemmen mag het eerst een ‘coalitie’ proberen te vormen, om samen met andere partijen een meerderheid van de 150 leden te vormen (dus samen 76 zetels of meer). Lukt dit, dan zullen zij een kabinet samenstellen. Een kabinet bestaat uit de minister president en ministers met verschillende taken. Deze nemen beslissingen over het land. Maar de andere leden van de Tweede Kamer die niet regeren, zijn net zo belangrijk. Deze voeren ‘oppositie’. Dat betekent dat ze kritische vragen stellen over de plannen die de ministers bedenken, zodat er geen grote fouten worden gemaakt. Soms lijkt dit meer op geruzie dan kritisch elkaar helpen om goede wetten te maken. Alle wetsvoorstellen die het kabinet bedenkt moeten met een meerderheid van de Tweede Kamer worden goedgekeurd. Dat betekent dat de meerderheid van de 150 leden het goed moeten vinden.
Hoe maak je reclame voor jezelf?

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke partijen hebben veel zetels?

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afsluiten

- Wat is duurzaamheid?
- Wat is een keurmerk?

- Welke verkiezingen zijn er in Nederland?




Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies