Les 4 - Capitulo 1 Brugklas

1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1-4

In deze les zitten 29 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

🌍 Opdracht: Ontdek een Spaanstalig land
💻 Stap 1: Kies één Spaanssprekend land. Bijvoorbeeld:
Spanje, Mexico, Argentinië, Colombia, Peru, etc.
🔍 Stap 2:  Zoek op internet (bijv. Google) informatie over jouw land. Gebruik eenvoudige woorden.
📝 Stap 3: Beantwoord de vragen (in het Spaans!)
¿Cómo se llama el país?
¿Cuál es la capital?
¿Qué idioma hablan?
¿Dónde está el país? (bijv. Europa / América del Sur)
Nombra una comida típica.
Nombra un lugar famoso.
¿Qué colores tiene la bandera?
👉 Gebruik korte zinnen! Bijvoorbeeld:
La capital es Madrid.
Hablan español.
🖼️ Stap 4: Maak een slide (PowerPoint / Canva / Google Slides)

Maak 1 dia met:

Naam van het land
Antwoorden op de vragen
Minimaal 2 plaatjes (bijv. vlag + stad/eten)

Slide 6 - Tekstslide

Hoy es jueves, 9 de abril

Slide 7 - Tekstslide

Las reglas:
Respect:
Als iemand praat is de rest stil
Ik steek me vinger op als ik iets wil zeggen
We maken elkaar niet belachelijk
We komen onze afspraken na (HW, geen mobiel, etc.)

Slide 8 - Tekstslide

¿Qué vamos a hacer hoy?

  • Herhaling: alles van capítulo 1
  • Vragen: preguntas
  • Oefentoets

Slide 9 - Tekstslide

¿Cuáles son las metas de hoy?
  • Weet ik wanneer ik welke lidwoord moet gebruiken
  • Weet ik de getallen t/m 20 in het Spaans
  • Ken ik de persoonlijke voornaamwoorden
  • Weet ik hoe ik het werkwoord ZIJN in het Spaans moet vervoegen
  • Weet ik alle woorden v/d vocabulario

Slide 10 - Tekstslide

Portfolio

Zinnetjes laten zien
Uitspraak oefenen/ corrigeren
Uitspraak

Slide 11 - Tekstslide

Korte pauze
Overhoring
1.  es
2. somos
3. somos
4. es
5. es
6. son
7. somos
8. es
9. es
10. soy
11. son
12. es
13. sois
14. es
15. son
16. es
17. somos
18. son
19. eres
20. es

Slide 12 - Tekstslide

Libro de texto pag. 14,  fuente F
Libro de ejercicio pag. 16, ejercicio 14, 15 y 16

Klaar? Maak WB blz. 18 opdr. 17 en 18 C

Slide 13 - Tekstslide

De lidwoorden in het Spaans


Wat zijn lidwoorden?

Slide 14 - Tekstslide

Lidwoorden: enkelvoud
Mannelijke: EL
-o
-medeklinkers
_______________________________________________________________________________
Vrouwelijke: LA
-a
-dad
-sión
-ción

Slide 15 - Tekstslide

Lidwoorden: meervoud
Mannelijke: LOS
-o +s
-medeklinkers +es
_______________________________________________________________________________
Vrouwelijke: LAS
-a +s
-dad +es
-sión +es
-ción +es

Slide 16 - Tekstslide

Lidwoorden
Mannelijke enkelvoud                                 Vrouwelijke enkelvoud
el profesor       el árbol                                         la casa     la ciudad


Mannelijke meervoud                               Vrouwelijke meervoud
los profesores      los arboles                          las casas   las ciudades

Slide 17 - Tekstslide

Kies uit: el/ la/ los/ las
1. ________ casa (huis)
2. ________ lápiz (potlood)
3. ________ mariposa (vlinder)
4. ________ profesor (docent)
5. ________ amigos (vrienden)
6. ________  televisión (tv)
7. ________  hermanas (zussen)

Slide 18 - Tekstslide

Los números
1. uno + dos = ______________
2. diez + cinco = ______________
3. veinte - tres = ______________
4. trece + cuatro = ______________
5. ocho - dos = _______________
6. dieciocho - cuatro = __________________

Slide 19 - Tekstslide

¿Qué vamos a hacer?
Wat? Libro de texto: Bron C op blz. 12 lezen
Libro de ejercicio: vragen van bron C beantwoorden op blz. 12, opdr. 6
Hoe? in duo's
Hulp: Steek je vinger op als je een vraag hebt
Tijd: 10 minutos
Uitkomst: Ik heb mijn leesvaardigheid geoefend
Klaar? Maak je puzzle af, opdr. 7


Slide 20 - Tekstslide

Overhoring

Slide 21 - Tekstslide

 Werkwoord ser - zijn
ik ben 
(yo) soy
jij bent
(tú) eres
hij is / zij is / u bent
(él/ella/usted) es
wij zijn
(nosotros) somos
jullie zijn
(vosotros) sois
zij / u mv zijn
(ellos/ellas/ustedes) son

Slide 22 - Tekstslide

2. Opdracht: Vul de juiste vorm van het werkwoord "ser" in de volgende zinnen in:
a. Yo __________ un estudiante.
b. Tú __________ muy simpático.
c. Él __________ médico.
d. Ella __________ mi hermana.
e. Nosotros ___________ de México.
f. Vosotros ____________ altos.
g. Ustedes ___________ ingenieros.
h. Ellos ____________ inteligentes.
i. Usted ___________ profesora.
j. María y Juan ___________ amigos

Slide 23 - Tekstslide

Gesprekjes voeren

TB blz. 13 en 16

Slide 24 - Tekstslide

¿Hay preguntas?

Slide 25 - Tekstslide

¿Qué vamos a hacer?
Wat? Libro de ejercicio maak opdr. 1 t/m 5 van blz. 28 t/m 30
Hoe? Individueel en in stilte
Hulp: Tu libro de texto y tu libro de ejercicio
Tijd: 30 minutos
Uitkomst: Ik weet wat ik goed begrijp en wat nog moet gaan leren voor de toets
Klaar? 
Schrijf de zinnen van fraces clave op:
TB blz. 13, bron E
TB blz. 16, bron K
timer
30:00

Slide 26 - Tekstslide

Korte pauze
Oefenen

Slide 27 - Tekstslide

Toets capítulo 1
Frases clave:
Je kunt vragen hoe iemand heet, waar iemand woont en hoe oud iemand is: Tekstboek blz. 13, bron E
Je kunt zeggen hoe je heet, waar je woont en hoe oud je bent: Tekstboek blz. 16, bron K


Vocabulario: Werkboek blz. 27


Gramática:
Het bepaald en onbepaald lidwoord Tekstboek blz. 13, bron D
Meervoud van zelfstandige naamwoorden Tekstboek blz. 13, bron D
De persoonlijke voornaamwoorden Tekstboek blz. 6, bron J
Vervoeging SER (zijn) Tekstboek blz. 6, bron J



Slide 28 - Tekstslide

¿Cuáles eran las metas de hoy?
  • Weet ik wanneer ik welke lidwoord moet gebruiken
  • Weet ik de getallen t/m 20 in het Spaans
  • Ken ik de persoonlijke voornaamwoorden
  • Weet ik hoe ik het werkwoord ZIJN in het Spaans moet vervoegen
  • Weet ik alle woorden v/d vocabulario

Slide 29 - Tekstslide