Trede 1 Wer bin ich?

Wat is je favoriete Duitse woord?
1 / 18
volgende
Slide 1: Open vraag
DuitsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslide en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Wat is je favoriete Duitse woord?

Slide 1 - Open vraag

Slide 2 - Video

Begrüßen und verabschieden, wie machst du das?

Slide 3 - Woordweb

Wie geht es dir ?
A
Waar ga je heen?
B
Hoe gaat het met u?
C
Hoe gaat het met jou?
D
Wie maakt je wat?

Slide 4 - Quizvraag

Wo bist du?
A
Waar ben je?
B
Hoe ben je hier?
C
Waar is hij?
D
Wie ben je?

Slide 5 - Quizvraag

Fragewörter die du schon kennst

Slide 6 - Woordweb

Welches Fragewort?
....... heißt sie? (wann/ wer/ wie)                                                         
....... ist los? (wo/ was/ warum)                                                             
...... wohnen Sie? (wer/wie/wo)                                                            
...... gehst du dieses Wochenende? (warum/wohin/welche)
......... ist das Mädchen nicht in der Stadt? (wo/wer/ warum) 

Slide 7 - Tekstslide

Redemittel für ein Gespräch !

Slide 8 - Woordweb

Slide 9 - Video

Was ist dein Hobby?

Slide 10 - Open vraag

Ik woon in Leeuwarden

Slide 11 - Open vraag

ww= machen. Vervoegen met "ich, du, ihr, sie" (meervoud)

Slide 12 - Open vraag

Tschüss
A
Goedemorgen!
B
Welterusten
C
Doei!
D
Groetnis thús

Slide 13 - Quizvraag

Meine Eltern sind zu Hause
A
Mijn ouders zijn thuis
B
Mijn oudere broer is thuis
C
Mijn lantaarn is het huis
D
Mijn broek ligt nog thuis

Slide 14 - Quizvraag

Die Geschwister

Slide 15 - Open vraag

Fernsehen
A
staren
B
met de verrekijker zien
C
kijken
D
tv-kijken

Slide 16 - Quizvraag

Klavier spielen
A
klaverjassen
B
pianospelen
C
viool spelen
D
synthesizer spelen

Slide 17 - Quizvraag

Ich finde es schön
A
Ik vind het schoon
B
Ik vind het gewoon
C
Ik vind m'n geluk
D
Ik vind het mooi

Slide 18 - Quizvraag