,

4BBL Grammar Theme 2 Voegwoorden

Book page 94
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Book page 94

Slide 1 - Tekstslide





Planning:
- modals uitleg + oefeningen
- voegwoorden uitleg + oefeningen 

Doel:
Ik kan should (not)/ (dont') have to gebruiken. 
ik ben bekend met de voegwoorden 

Slide 2 - Tekstslide

Modals - hulpwerkwoorden

Slide 3 - Tekstslide

Modals - tb.p. 111
3 vormen - je moet weten wanneer je wat gebruikt. 

should (not) = hele werkwoord
have/has to + hele werkwoord
don't/doesn't have to + hele werkwoord

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Als je advies wilt geven dan gebruik je:
A
should (not)
B
don't/doesn't have to
C
has to/ have to

Slide 8 - Quizvraag

Het gaat over een verplichting.
A
should (not)
B
don't/doesn't have to
C
has to/ have to

Slide 9 - Quizvraag

Niet hoeven
A
don't/doesn't have to
B
has to/ have to
C
should (not)

Slide 10 - Quizvraag

If you sign a contract you ........ pay money.
A
has to
B
have to
C
don't have to
D
doesn't have to

Slide 11 - Quizvraag

she ...... buy that dress, she already has too many.
A
has to
B
have to
C
don't have to
D
doesn't have to

Slide 12 - Quizvraag


A

Slide 13 - Quizvraag

Slide 14 - Tekstslide

I understand this grammar
😒🙁😐🙂😃

Slide 15 - Poll

Wat zijn conjunctions?

Slide 16 - Tekstslide

Conjunctions
Voegwoorden zijn heel belangrijk voor de structuur van zinnen. Ze leggen verband tussen de verschillende delen in een zin. 
Belangrijk bij Leesvaardigheid!

I love playing tennis, but I can’t today.

Wat er staat wordt duidelijker dankzij voegwoorden.

Slide 17 - Tekstslide

Conjunctions - voegwoorden
Leer deze uit je hoofd!!
maak je klaar voor wat meerkeuze vragen.

Slide 18 - Tekstslide

Conjunctions - voegwoorden
maak je klaar voor wat meerkeuze vragen.

Slide 19 - Tekstslide

FOR
He is not healthy, for he has been smoking too long.
A
omdat
B
als
C
of
D
en

Slide 20 - Quizvraag

SO
He had a good grade, so he celebrated that.
A
dus
B
of
C
als
D
en

Slide 21 - Quizvraag

OR
Is this a square or a circle?
A
of
B
als
C
maar
D
wanneer

Slide 22 - Quizvraag

ALTHOUGH
I want to buy new clothes, although I don't need anys
A
als
B
maar
C
en
D
alhoewel

Slide 23 - Quizvraag

I like ham ____ cheese with my bread.
A
and
B
because
C
but
D
or

Slide 24 - Quizvraag

The sun was warm, __________ the wind was a bit too cool.

A
after
B
nor
C
so
D
but

Slide 25 - Quizvraag

I will go to London .... Paris for the weekend, I'm not sure.
A
yet
B
for
C
nor
D
or

Slide 26 - Quizvraag

I understand this grammar
😒🙁😐🙂😃

Slide 27 - Poll

let's get going      - wb.p. 79
Do: page 94 of your book. E Grammar
BBLexercise 27, 28 ,29 en 30
 KBL exercise 29 tot en met 33
Finished? start learning for test
timer
5:00

Slide 28 - Tekstslide

Homework
Leren woorden Theme 1 en Theme 2

Slide 29 - Tekstslide

They climbed the mountain __________ it was very windy.
A
although
B
nor
C
or
D
so

Slide 30 - Quizvraag

I like coffee .... my friend prefers tea.
A
since
B
but
C
so
D
for

Slide 31 - Quizvraag

Should I stay .... should I go?
A
and
B
but
C
or
D
so

Slide 32 - Quizvraag

Homework

Slide 33 - Tekstslide