Tekst 1 Vakantiebericht

1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Doelen
- teksten lezen
- teksten begrijpen
- vragen beantwoorden

Slide 2 - Tekstslide

De kunst van begrijpend lezen.
Tekst 1: Vakantiebericht

Slide 3 - Tekstslide

Wat is een bericht?

Slide 4 - Woordweb

Kijk naar de tekst.
Wat is dit voor bericht?

Slide 5 - Open vraag

Wat weet je over Egypte?

Slide 6 - Woordweb

Wat kun je doen in de vakantie?

Slide 7 - Open vraag

Slide 8 - Tekstslide

1. Waar gaat tekst 1 Vakantiebericht over?
A
Een leuke vakantie in Egypte.
B
Een zusje op de waterglijbaan.
C
Leren en examen doen.

Slide 9 - Quizvraag

2. Wie krijgt het vakantiebericht?
A
Anwar
B
Lieke
C
Laila

Slide 10 - Quizvraag

Wie is er op vakantie?

Slide 11 - Open vraag

3. Wie is er op vakantie?
A
Lieke
B
Anwar
C
Het zusje van Lieke

Slide 12 - Quizvraag

4. Wat gaat Lieke morgen waarschijnlijk doen?
A
Lieke gaat snorkelen en visjes kijken onder water.
B
Lieke gaat leren voor haar examen.
C
Lieke gaat van de waterglijbaan af.
D
Lieke gaat een examen doen.

Slide 13 - Quizvraag

5. Hoe lang duurt de vakantie van Anwar?
A
Eén week.
B
Volgende week.
C
Twee weken.

Slide 14 - Quizvraag

Slide 15 - Tekstslide

Lieke is ook op vakantie.
A
Waar.
B
Niet waar.

Slide 16 - Quizvraag

7. Welke woorden horen bij tekst 1 Vakantiebericht?
A
Egypte, zwemmen en snorkelen, lekker weer, zusje van Anwar.
B
Zwembad en zee, moeder van Anwar, zusje van Anwar.
C
Leren voor examen, Egypte, broer van Anwar, zwemmen en zee.

Slide 17 - Quizvraag

Morgen gaat Anwar snorkelen.
Daar eet Anwar elke avond buiten.
Awar is op vakantie in Egypte.
Anwar is volgende week weer thuis.
3
2
1
4

Slide 18 - Sleepvraag

Snorkelen
A
Anwar snorkelt in zee.
B
Anwar snorkelt op de berg.

Slide 19 - Quizvraag

Slide 20 - Tekstslide

Waterglijbaan
A
Ik zie een waterglijbaan in de dierentuin.
B
Ik zie een waterglijbaan in het zwembad.

Slide 21 - Quizvraag

Slide 22 - Tekstslide

Heerlijk
A
Hij heeft pijn in zijn been. Dat is heerlijk.
B
Hij eet rijst met kip. Dat is heerlijk.

Slide 23 - Quizvraag

Tekst 2 Schoolkantine.
- kijk naar de tekst
- wat weet je over kantine?
- wat doe je in de kantine?
- waar zijn kantines?

Slide 24 - Tekstslide

Wat is een kantine?

Slide 25 - Woordweb

Waar zijn kantines?

Slide 26 - Woordweb

Slide 27 - Tekstslide