Hst 2 Gouden Eeuw

Hst 2 Gouden Eeuw
In de late middeleeuwen (1000-1500) neemt de handel in Europa weer toe.
-Noord Italië en de Zuidelijke Nederlanden spelen daarbij een belangrijke rol.
-Via Noord-Italië worden veel goederen naar de Zuidelijke Nederlanden vervoerd en van daaruit naar andere steden in Europa verhandeld
-Om deze handel veilig en makkelijk te laten verlopen maken steden afspraken en worden lid van de zogenaamde Hanze.
-In de 15e eeuw neemt ook de handel vanuit Holland sterk toe, met name de handel op het Oostzeegebied. De Hollanders halen daar veel en goedkoop graan. 
 
 
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 10 slides, met tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Hst 2 Gouden Eeuw
In de late middeleeuwen (1000-1500) neemt de handel in Europa weer toe.
-Noord Italië en de Zuidelijke Nederlanden spelen daarbij een belangrijke rol.
-Via Noord-Italië worden veel goederen naar de Zuidelijke Nederlanden vervoerd en van daaruit naar andere steden in Europa verhandeld
-Om deze handel veilig en makkelijk te laten verlopen maken steden afspraken en worden lid van de zogenaamde Hanze.
-In de 15e eeuw neemt ook de handel vanuit Holland sterk toe, met name de handel op het Oostzeegebied. De Hollanders halen daar veel en goedkoop graan. 
 
 

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Oostzeehandel = Moedernegotie
- Dit graan wordt gebruikt om de mensen in de Nederlanden te voeden en de rest wordt verhandeld.
- Deze handel en de inkomsten daarvan vormden de basis voor de uitbreiding van de handel over de wereld, die in de Gouden Eeuw (17e eeuw) tot stand kwam.
- De landbouw diende niet meer voor de voedselvoorziening, maar ook en vooral voor het produceren van handelsgewassen zoals vlas, hennep, koolzaad = commerciële landbouw. Veeteelt voor productie van kaas (lang houdbaar) en visserij voor haring (Haring kaken)

Slide 6 - Tekstslide

Economie van de republiek
-Vanaf 1585 verplaatst het economisch zwaartepunt in de Nederlanden zich van Zuid- naar Noord Nederland. (van Antwerpen naar Amsterdam na de val van Antwerpen).
- Belangrijke uitvindingen: het fluitschip --> weinig bemanning, veel laadruimte
- Nieuwe windmolens die aangepast waren en geschikt gemaakt voor allerlei werkzaamheden (oa hout zagen) zorgden voor industriële productie.
- Handelseconomie ontstond = handel met als doel om winst te maken.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Fluitschip
Oostzeehandel = moedernegotie

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video