OSI-model, network/transport layer

Waar gaan we naar kijken?
  • Herhaling physical en datalink layer
  • Network layer
  • Transport layer
 
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
ICTMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Waar gaan we naar kijken?
  • Herhaling physical en datalink layer
  • Network layer
  • Transport layer
 

Slide 1 - Tekstslide

Het OSI-model

Slide 2 - Tekstslide

Het OSI-model

Slide 3 - Tekstslide

Wat valt er onder de physical layer?
Koperlijn
Glasvezellijn
Wi-Fi
Bluetooth
4G
Ethernetkabel
USB

Slide 4 - Sleepvraag

Welke source en destination address gebruikt de datalink laag?
A
MAC-address
B
IP-address
C
Broadcast address
D
Network address

Slide 5 - Quizvraag

Welk protocol dat op de datalink fungeert, koppelt een MAC-adres aan een IP-adres?
A
ICMP
B
Ping
C
ARP
D
Netstat

Slide 6 - Quizvraag

Network layer
  • IPv4
  • IPv6
  • ARP
  • ICMP
Welke protocollen werken op de network layer?

Slide 7 - Tekstslide

De eigenschappen van IP
Wat zijn de eigenschappen van IP?

  • Connectionless
  • Best effort
  • Media independent 

Slide 8 - Tekstslide

Connectionless
Connectionless houdt in dat er geen verbinding tot stand hoeft te komen voordat data verstuurd wordt

Slide 9 - Tekstslide

Best effort
Best effort houdt in dat het nooit 100% zeker is dat data overkomt

Slide 10 - Tekstslide

Media independent
Media independent houdt in dat data altijd overgebracht zal worden, ongeacht het type verbinding

Slide 11 - Tekstslide

Tijdens het spelen van Minecraft hunger games, krijg ik veel lag. Welke eigenschap past hierbij?
A
Connectionless
B
Best effort
C
Media independent

Slide 12 - Quizvraag

DHCP
Dynamic Host Configuration Protocol


Deelt IP-adressen uit aan clients


Zonder dit protocol zouden alle devices op een netwerk handmatig van een IP-adres voorzien moeten worden

Slide 13 - Tekstslide

Default Gateway
De 'default gateway' is het apparaat dat computers verbindt met het internet

In de meeste gevallen is dit een Router

Een default gateway verwijst vaak ook naar het IP-adres van een Router, vaak is dit het eerst of laatst mogelijk IP-adres binnen een netwerk

192.168.1.0 -> 192.168.1.1 OF 192.168.1.254

Slide 14 - Tekstslide

Hosts
Een host is een computer of een ander device die verbonden is met een netwerk en kan communiceren binnen dat netwerk (andere naam: client)

Slide 15 - Tekstslide

Routing
Routing is het proces waarbij gegevens (data packets) een pad kiezen door een netwerk om hun bestemming te bereiken
Stel: je bezoekt www.google.com.

1. Je computer stuurt het datapakket naar je default gateway (meestal je router).
2. De router kijkt naar het doel-IP-adres (bijv. het adres van Google).
3. De router beslist welke kant het pakket op moet (via welk pad of welke volgende router).
4. Het pakket reist via verschillende routers door het internet naar Google’s server.

Dat beslissingsproces — welke route de data volgt — heet routing.

Slide 16 - Tekstslide

 Soorten Routing
Statisch en Dynamisch
Statische routing -> ik stel zelf een handmatige route in die het netwerk moet volgen

Dynamische routing -> de router mag zelf bepalen welke route hij neemt (Dit wordt geregeld via protocollen zoals: Router RIP, EIGRP, OSPF

Slide 17 - Tekstslide

ICMP
Internet Control Message Protocol
  • Protocol om error messages te sturen en aanvullende informatie wanneer het gelukt of niet gelukt is om verbinding te maken met een andere computer.
  • Ping en traceroute

Slide 18 - Tekstslide

IPv4 vs IPv6
4,294,967,296 (4.3 biljoen) IP-adressen


Afhankelijk van het NAT-protocol
Niet heel efficiënt in vergelijking met IPv6
340 undecillion (iedere zandkorrel op de wereld kan een eigen IPv6-adres krijgen

Niet afhankelijk van NAT
Veel efficiënter

Slide 19 - Tekstslide

NAT
  • Network Address Translation

  • Dit protocol werkt via de router en vertaalt een LAN IPv4 adres (192.168.1.0) naar een WAN IPv4 adres (145.97.92.179)


  • Dit protocol is noodzakelijk omdat IPv4 gelimiteerde hoeveelheden adressen heeft. Zonder dit protocol waren de IP-adressen allang op geweest.

  • IPv6 heeft geen NAT nodig omdat ieder apparaat een eigen uniek IPv6 adres kan krijgen.

Slide 20 - Tekstslide

Transport layer
  • De transport layer is er verantwoordelijk voor dat de juiste data op de juiste plek terechtkomt.

  • Poorten

Slide 21 - Tekstslide

Transport layer

Slide 22 - Tekstslide

Transport layer
  • 80
  • 30
  • 25560

Slide 23 - Tekstslide

Transport layer
  • TCP
  • UDP

Slide 24 - Tekstslide

TCP (Transmission Control Protocol)
  • IP is best effort (onbetrouwbaar)
  • TCP is wél betrouwbaar
  • TCP bevestigt dat de data binnen is gekomen
  • TCP stuurt onbekende data weer terug
  • TCP herstelt data die in de verkeerde volgorde binnen is gekomen
  • TCP verstuurt de data niet sneller dan de gebruiker kan ontvangen

Slide 25 - Tekstslide

Welke applicaties denken jullie aan bij het TCP protocol?

Slide 26 - Open vraag

UDP (User Datagram Protocol)
  • IP is best effort (onbetrouwbaar)
  • UDP is nog steeds best effort
  • UDP bevestigt niks
  • UDP doet niks met onbekende data
  • UDP herstelt geen data in de verkeerde volgorde
  • UDP kan data te snel versturen, waardoor niet alles overkomt

Slide 27 - Tekstslide

Welke applicaties denken jullie aan bij het UDP protocol?

Slide 28 - Open vraag

TCP vs UDP
  • TCP is betrouwbaar maar trager dan UDP
  • UDP is onbetrouwbaar maar veel sneller

Slide 29 - Tekstslide

Zou een spel als minecraft UDP of TCP gebruiken?
A
TCP
B
UDP
C
Zowel TCP als UDP

Slide 30 - Quizvraag

Port-forwarding
Port forwarding (poort­doorsturing) is een functie op je router waarmee je een bepaalde inkomende poort van het internet doorstuurt naar één specifiek apparaat in je netwerk.

Hoe werkt het?

  • Je kiest welke poort van je router open mag (bijv. poort 25565 voor Minecraft, 80 voor een webserver).

  • Je kiest naar welk intern apparaat die poort moet gaan.

  • De router stuurt dan al het verkeer op die poort door naar dat apparaat.

Slide 31 - Tekstslide

DMZ
Demilitarized Zone
  • Normaal blokkeert de router ongewenste inkomende verbindingen via de firewall/NAT.

  • Als je een apparaat in de DMZ zet, worden alle inkomende poorten naar dat apparaat doorgestuurd.

  • Dit kan handig zijn voor apparaten die veel poorten nodig hebben (bijv. een gameconsole of server).

Slide 32 - Tekstslide