2. Onbepaalde lidwoorden (een)Onbepaalde lidwoorden gebruik je wanneer iets niet specifiek is.
un een (mannelijk) un libro (een boek)
una een (vrouwelijk) una mesa (een tafel)
unos een paar / enkele (mannelijk) unos amigos (een paar vrienden)
unas een paar / enkele (vrouwelijk) unas flores (een paar bloemen)
Voorbeeldzinnen:
Un estudiante habla español. / Een student spreekt Spaan
Una profesora trabaja aquí. / Een docent werkt hier.