Jullie maken de opdrachten van het lijdend voorwerp foutloos (80% goed)
Jullie weten waar je zinsdeelstreepjes moet zetten.
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecundair onderwijs
In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 25 min
Onderdelen in deze les
Lesdoelen
Jullie maken de opdrachten van het lijdend voorwerp foutloos (80% goed)
Jullie weten waar je zinsdeelstreepjes moet zetten.
Slide 1 - Tekstslide
Hoeveel rollen kan een werkwoord uitdelen?
A
1
B
2
C
3
D
4
Slide 2 - Quizvraag
Even opfrissen: Welke rollen zijn dat?
Slide 3 - Open vraag
Wat bedoelen we met het werkwoordelijk gezegde?
Slide 4 - Open vraag
Het lijdend voorwerp is de tweede rol van een werkwoord. Welke vragen kun je jezelf stellen om erachter te komen wat het LV is?
Slide 5 - Open vraag
Oefenen met het lijdend voorwerp
Links in magister
10/15 minuten
Slide 6 - Tekstslide
Zinnen splitsen in zinsdelen
zinsleer
NE MC3/NE E
Slide 7 - Tekstslide
Ik splits een zin in zinsdelen. (2.10)
Slide 8 - Tekstslide
Als je een zin gaat ontleden, moet je de zin in zinsdelen verdelen.
Maar wat betekent dat eigenlijk? En hoe verdeel je een zin in zinsdelen?
Dat leer je in deze LessonUp.
Slide 9 - Tekstslide
1
Wat zijn zinsdelen?
Slide 10 - Tekstslide
= delen van een zin
= woorden of woordgroepjes die bij elkaar horen.
Zinsdelen
Een zinsdeel kan uit 1 woord bestaan,
maar ook uit meerdere woorden.
Slide 11 - Tekstslide
2
Hoe verdelen?
Slide 12 - Tekstslide
voorbeeld
Joya gaf het witte paard een heerlijk appeltje.
Deze zin kan je verdelen in zinsdelen. Dat doe je door strepen te zetten tussen de woorden die niet samen hoeven te blijven.
Slide 13 - Tekstslide
voorbeeld
Joya/ gaf/ het witte paard/ een heerlijk appeltje.
Deze zin is in stukken is verdeeld. Die stukken zijn de zinsdelen. Tussen de zinsdelen staan schuine strepen: de zinsdeelstrepen. Daarmee geef je aan waar een zinsdeel begint en eindigt.
Slide 14 - Tekstslide
voorbeeld
Joya/ gaf/ het witte paard/ een heerlijk appeltje.
'het witte paard' is een zinsdeel bestaande uit meerdere woorden. Deze woorden horen samen en kunnen niet gesplitst worden in deze zin.
Hetzelfde geldt voor 'een heerlijk appeltje'.
Slide 15 - Tekstslide
Ieder zinsdeel heeft dus een eigen taak:
* Zo is ‘Joya’ degene die iets doet in deze zin.
‘Gaf’ vertelt wát Joya doet. Of deed, in dit geval.
* ‘Het witte paard’ is degene die een heerlijk appeltje in ontvangst neemt.
* En ‘een heerlijk appeltje’ vertelt wat Joya aan het witte paard geeft.
Slide 16 - Tekstslide
Er is een handige manier om een zin in zinsdelen te verdelen. Onthoud het volgende:
* Alles wat voor de persoonsvorm staat of kan staan is één zinsdeel.
* Een zinsdeel is meestal te vervangen door één woord.
Slide 17 - Tekstslide
voorbeeld
Plaats telkens een ander deel voor de persoonsvorm (hebben):
=> Op maandag| hebben| Sanne en Maartje dat cadeau aan Greetje gegeven.
=> Dat cadeau| hebben| Sanne en Maartje op maandag aan Greetje gegeven.
=> Aan Greetje| hebben| Sanne en Maartje op maandag dat cadeau gegeven.
De zinsdelen zijn dus:
Sanne en Maartje hebben dat cadeau op maandag aan Greetje gegeven.
Sanne en Maartje| hebben| dat cadeau| op maandag| aan Greetje| gegeven.
Slide 18 - Tekstslide
3
Oefenen maar!
Slide 19 - Tekstslide
Papa kocht vorige week een nieuw bed voor mij.
Hoeveel zinsdelen tel je?
A
3
B
5
C
4
D
6
Slide 20 - Quizvraag
De kleur van je ogen kan je niet veranderen.
Hoeveel zinsdelen tel je?
A
4
B
6
C
5
D
7
Slide 21 - Quizvraag
Ik beantwoordde zorgvuldig de vragen van de politie.
Hoeveel zinsdelen tel je?
A
4
B
5
C
6
D
7
Slide 22 - Quizvraag
Ik ben een niet-mens van een andere planeet.
Hoeveel zinsdelen tel je?
A
2
B
4
C
3
D
5
Slide 23 - Quizvraag
In de tuin kwetteren de vogels vrolijk.
Hoeveel zinsdelen tel je?
A
2
B
4
C
3
D
5
Slide 24 - Quizvraag
Maandag starten de leerlingen altijd met plannen.
Hoeveel zinsdelen tel je?
A
4
B
6
C
5
D
7
Slide 25 - Quizvraag
Mijn moeke maakt de lekkerste spaghetti.
Splits de zin in zinsdelen.
Gebruik eerst A, daarna B, ...
/
/
Slide 26 - Sleepvraag
In de loop van de Kerstnacht bedekt een
uitgebreid neerslaggebied het hele land.
Splits de zin in zinsdelen.
Gebruik eerst A, daarna B, ...
/
/
/
Slide 27 - Sleepvraag
De lekkage wordt over twee dagen
verholpen.
Splits de zin in zinsdelen.
Gebruik eerst A, daarna B, ...
/
/
/
Slide 28 - Sleepvraag
Op Sint-Maarten wilde Laura een nieuwe
boot kopen.
Splits de zin in zinsdelen.
Gebruik eerst A, daarna B, ...
/
/
/
/
/
Slide 29 - Sleepvraag
Ik heb een auto met een panoramadak en
een navigatiesysteem.
Splits de zin in zinsdelen.
Gebruik eerst A, daarna B, ...
/
/
/
/
/
Slide 30 - Sleepvraag
Typ de zin over en plaats tussen de zinsdelen een /
Lachend gaf de leraar me een onvoldoende.
Slide 31 - Open vraag
Typ de zin over en plaats tussen de zinsdelen een /
Gisteren zag hij hem op de hoek van de Plezantstraat.
Slide 32 - Open vraag
Typ de zin over en plaats tussen de zinsdelen een /
De huisarts heeft een acute blindedarmontsteking vastgesteld.
Slide 33 - Open vraag
Typ de zin over en plaats tussen de zinsdelen een /
De ouders van de volleybalsters kwamen de tevreden en vermoeide speelsters ophalen.
Slide 34 - Open vraag
Typ de zin over en plaats tussen de zinsdelen een /