Schoonmetselwerk halfsteens of steens

Welke
metselverbanden
ken je
1 / 21
volgende
Slide 1: Woordweb
BouwtechniekPraktijkonderwijsLeerjaar 2

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Welke
metselverbanden
ken je

Slide 1 - Woordweb

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Halfsteensverband

Slide 4 - Tekstslide

Halfsteensverband
Halfsteensverband is de meest bekende en toegepaste metselwijze 
  1.  - grotendeels gebruik gemaakt van volle stenen.
  2. zo gestapeld dat de verticale voegen telkens met de helft van de baksteenlengte verspringen.
  3. Alleen op de hoeken van het gebouw en bij aansluitingen aan ramen en deuren zijn de koppen van de stenen zichtbaar.   
  4. amper materiaalverlies aangezien er een beperkt aantal stenen op maat gemaakt moet worden. 

Slide 5 - Tekstslide

Wildverband

Slide 6 - Tekstslide

Wildverband
  1. Elke even of oneven rij moet starten met een klezoor (driekwartsteen).
  2. Elke andere rij start willekeurig met een kop of strek.
    In de muur worden alleen koppen en strekken gebruikt, op willekeurige wijze.
  3. Er mogen maximum 4 à 5 strekken naast elkaar geplaatst worden.
  4. Er mogen maximum 2 koppen naast elkaar geplaatst worden.
  5. Er mag maximaal een trap van 5 à 6 tredes ontstaan. 

Slide 7 - Tekstslide


Dit metselverband wordt aanbevolen bij het vermetselen of verlijmen van gevelstenen die worden gekenmerkt door een lage maatvastheid.
Bij hergebruikte stenen heeft men soms geen andere keuze. 

Slide 8 - Tekstslide

Kettingverband

Slide 9 - Tekstslide

Kettingverband
Alle lagen  van het kettingverband bestaan uit opeenvolgend een kop en twee strekken. Hierdoor komen de koppen om de andere laag precies onder elkaar te liggen, hetgeen een ‘ketting’ vormt. In tegenstelling tot staand of kruisverband, is het aantal koppen beperkter. 

Slide 10 - Tekstslide

Staand klezorenverband

Slide 11 - Tekstslide

Klezorenverband
Het klezorenverband is een variant op het halfsteens verband. De verticale voegen verspringen telkens op ¼ of ¾ van de baksteenlengte. Esthetisch geeft dit een ‘vallende’ beweging aan het verband.
Als de lagen in 1 richting verspringen, dan spreekt men van een 'vallende tand'. 
Dit kan zelfs zowel in een linker- als rechterbeweging worden uitgevoerd. Om de lange banden van schuin aflopende stenen te doorbreken, keert u op bepaalde hoogte de richting om. Zo creëert u een zigzageffect.
Door een klezoor  in het begin van een rij te plaatsen, verandert de richting van de ‘tand’, links- of rechtsvallend. Wordt er een klezoor verwerkt om de 2 lagen, dan ontstaat het effect van een ‘staande tand’. 



Slide 12 - Tekstslide

Met een stapelverband/ tegelverband legt u optisch de nadruk op het verticale aspect van het metselwerk. De gevelstenen worden telkens boven elkaar gestapeld zodat niet alleen de horizontale lintvoegen maar ook de verticale stootvoegen doorlopen.
Dit kan zowel met strekken als met koppen worden uitgevoerd. Het laatste zal wel de kostprijs opdrijven door het vele slijp- of zaagwerk.
Een belangrijk aandachtspunt bij een stapelverband is dat de constructieve sterkte van de muur vervalt. Dit kan opgelost worden door het toevoegen van horizontale metselwerkwapening  
Tegelverband

Slide 13 - Tekstslide

Tegelverband

Slide 14 - Tekstslide

Kruisverband

Slide 15 - Tekstslide

Koppenverband

Slide 16 - Tekstslide

Stootvoegloos

Slide 17 - Tekstslide

Welk verband is bij basis niet geschikt voor constructief metselwerk
A
Halfsteensverband
B
Kettingverband
C
Tegelverband
D
Wildverband

Slide 18 - Quizvraag

Welk verband is geschikt om (extreem) ronde muren te metselen
A
Kettingverband
B
Tegelverband
C
Wildverband
D
Koppenverband

Slide 19 - Quizvraag

Hoeveel strekken mogen er achter elkaar bij wildverband
A
3
B
5
C
4
D
6

Slide 20 - Quizvraag


A

Slide 21 - Quizvraag