Chemisch rekenen - les 6

Chemisch rekenen - les 6
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
ChemieMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 12 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Chemisch rekenen - les 6

Slide 1 - Tekstslide

Weekplanning
  1. Massafractie en massapercentage (H1 + H2)
  2. Dichtheid en wetenschappelijke notaties 1 (H3 + H4)
  3. Volume, dichtheid en percentage + wetenschappelijke notaties 2 (H5 + H6)
  4. Massaconcentratie (H7) - laten we weg - TERUGBLIK wk 1 t/m wk 3
  5. Atoommassa, molecuulmassa en mol (H8 + H9)
  6. Rekenen met mol + uitloop (H9)
  7. Vervalt (Oefentoets in eigen tijd maken!)
  8. Toets  (Alle hoofdstukken)

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Jij hebt kennis van de eenheid mol en kunt hiermee rekenen
  • Jij hebt kennis van de atoom- en molecuulmassa, weet waar je deze kunt vinden en kunt hiermee rekenen
  • Jij kunt rekenen met de mol verhouding

Slide 3 - Tekstslide

Vandaag
  • Terugblik vorige les 
  • Uitleg vervolg H9
  • Aan de slag!

Slide 4 - Tekstslide

Vorige week
Zijn er nog vragen over het rekenen met atoommassa en molecuulmassa?
Zijn er nog vragen over het rekenen met mol?

n = m/M

Slide 5 - Tekstslide

Mol
  • Reactievergelijking vertelt hoeveel deeltjes van de ene soort reageren met deeltjes van de andere soort
  • We rekenen daarom met aantallen deeltjes in plaats van mg, g of kg
  • In de BINAS (tabel 3) is daarom voor de grootheid hoeveelheid stof de eenheid mol opgenomen
  • Dus hoeveelheid stof wordt weergegeven in mol

Slide 6 - Tekstslide

Mol
Fe + S --> FeS

Letterlijk is hier te lezen:
1 atoom Fe + 1 atoom S, geeft 1 molecuul FeS

In praktijk kunnen we niet 1 atoom Fe nemen en dit laten reageren met 1 atoom S

Slide 7 - Tekstslide

Rekenen met mol
Toch bestaat er een verband tussen de reactievergelijking en de praktische hoeveelheden waarmee we op het laboratorium werken = Mol
Fe + S --> FeS
=
1 mol Fe + 1 mol S, geeft 1 mol FeS

Slide 8 - Tekstslide

Rekenen aan reacties
1 Fe + 1 S --> 1 FeS
1 mol Fe + 1 mol S, geeft 1 mol FeS

Je kunt bijvoorbeeld ook 12 mol Fe nemen, dan wordt het:
12 mol Fe + 12 mol S, geeft 12 mol FeS

Je ziet dat de verhouding gelijk is gebleven, dit noem je de molverhouding

Slide 9 - Tekstslide

Voorbeeld:
4 P + 5 O2 --> 2 P2O5

Stel, we hebben 2 mol P. 
  1. Hoeveel mol O2 is er nodig?
  2. Hoeveel mol P2O5 ontstaat er?

Slide 10 - Tekstslide

Rekenen met massa, mol en reacties
4 P + 5 O2 --> 2 P2O5

Stel, we verbranden 62 g P tot P2O5 volgens bovenstaande reactie.
  1. Hoeveel g P2O5 ontstaat er?
  2. Hoeveel g zuurstof is er nodig?

Slide 11 - Tekstslide

Aan de slag!
Zorg ervoor dat je alle opdrachten uit het boek begrijpt voor de toets!

Hoe kun je leren voor de toets?
  • Leer het formuleblad (ELO) uit je hoofd
  • Maak de oefentoets, dit kun je meerdere keren doen!
  • Maak oefenopdrachten uit het boekje

Slide 12 - Tekstslide