Druk bij gassen

Wat gebeurt er volgens jou met de gasdeeltjes in een ballon wanneer je de ballon verder opblaast?
1 / 15
volgende
Slide 1: Open vraag
FysicaSecundair onderwijs

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

Wat gebeurt er volgens jou met de gasdeeltjes in een ballon wanneer je de ballon verder opblaast?

Slide 1 - Open vraag

Gasdeeltjes bewegen voortdurend in alle richtingen.
A
juist
B
fout

Slide 2 - Quizvraag

Welke omzetting is juist?
A
1 bar = 100 Pa
B
1 bar = 1000 Pa
C
1 bar = 100 000 Pa
D
1 bar = 10 000 hPa

Slide 3 - Quizvraag

Wat is atmosferische druk?

Slide 4 - Open vraag

Waar is de atmosferische druk het grootst?
A
Op de top van de Himalaya
B
In de Alpen
C
In een vliegtuig op grote hoogte
D
Op zeeniveau

Slide 5 - Quizvraag

Hoe hoger je gaat, hoe lager de atmosferische druk wordt.
A
Deze stelling is juist.
B
Deze stelling is fout.

Slide 6 - Quizvraag

De gemiddelde atmosferische druk op zeeniveau noemen we de ...

Slide 7 - Open vraag

Wat is de normdruk op zeeniveau?
A
1013 hPa
B
1013 bar
C
1013 Pa
D
1,013 hPa

Slide 8 - Quizvraag

Wat betekent absolute druk?
A
Druk vergeleken met de normdruk.
B
Druk die kleiner is dan de luchtdruk.
C
Druk gemeten ten opzichte van het absolute luchtledige.
D
Druk die groter is dan de luchtdruk.

Slide 9 - Quizvraag

Wat betekent relatieve druk?

A
Gasdruk vergeleken met een andere gasdruk.
B
Druk die altijd nul is.
C
Druk gemeten ten opzichte van het absolute luchtledige.
D
De gemiddelde druk op zeeniveau.

Slide 10 - Quizvraag

Wanneer is er overdruk?
A
Als de gasdruk kleiner is dan de luchtdruk.
B
Als de gasdruk groter is dan de luchtdruk.
C
Als er geen lucht aanwezig is.
D
Als de gasdruk gelijk is aan nul.

Slide 11 - Quizvraag

Wanneer is er onderdruk?
A
Als de gasdruk kleiner is dan de luchtdruk.
B
Als de gasdruk groter is dan de luchtdruk.
C
Als de gasdruk gelijk is aan de luchtdruk.
D
Als de druk op zeeniveau wordt gemeten.

Slide 12 - Quizvraag

Sleep naar de juiste groep: overdruk of onderdruk.
overdruk
onderdruk
fietsband
spuitbus
ballon
stofzuiger
rietje
vacuümzak

Slide 13 - Sleepvraag

Wanneer ontstaat er stroming?
A
Als er overal dezelfde druk is.
B
Als er geen gasdeeltjes zijn.
C
Als de temperatuur daalt.
D
Als er een drukverschil is en een open verbinding.

Slide 14 - Quizvraag

Waarom stroomt lucht uit een ballon wanneer je de ballon loslaat?

Slide 15 - Open vraag