H.10 Puberteit

Hoe heet het stofje dat voor veranderingen zorgt?
A
Cellen
B
Hypofyse
C
Hormonen
D
Receptoren
1 / 31
volgende
Slide 1: Quizvraag
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Hoe heet het stofje dat voor veranderingen zorgt?
A
Cellen
B
Hypofyse
C
Hormonen
D
Receptoren

Slide 1 - Quizvraag

Waar worden hormonen aangemaakt?
A
Hersenen
B
doelwitorganen
C
Cellen
D
Hypofyse

Slide 2 - Quizvraag

Leg uit dat waarom sommige organen wel reageren op een hormoon en andere organen juist niet.

Slide 3 - Open vraag

Hoe heet de hormoon dat ervoor zorgt dat je een groeispurt krijgt?

Slide 4 - Open vraag

Leg uit in 4 stappen hoe de groeihormoon werkt.

Slide 5 - Open vraag

Geef een verklaring waarom mannen over het algemeen langer zijn dan vrouwen.

Slide 6 - Open vraag

Zet in de juiste volgorde vanaf 0
A) Puber B) Peuter C) Oudere
D) Kind E) Baby F) Kleuter
A
B - D - E - A - F - C
B
E - B - F - D - A - C
C
B - E - D - A - F - C
D
E - B - D - A - F - C

Slide 7 - Quizvraag

Sleep naar de juiste ontwikkeling. (3 punten)
Geestelijke ontwikkeling
Lichamelijke ontwikkeling
Je armen worden langer
Je kunt voor jezelf zorgen
Je kunt dingen vastpakken
Je leert praten
Je krijgt seksuele gevoelens
Je spieren worden sterker

Slide 8 - Sleepvraag

Levensfasen

Slide 9 - Tekstslide

Frontaalkwab

Ontwikkelt zich sterk tijdens de puberteit:

  • Logisch redeneren
  • Planning en organiseren
  • Impulsbeheersing
  • Emoties
  • Sociale vaardigheden

Slide 10 - Tekstslide

PUBERTEIT

Slide 11 - Woordweb

Leerdoelen
  • Je leert hoe en waardoor je lichaam verandert in de puberteit.

Slide 12 - Tekstslide

Waarin verschillen meisjes van jongens?
Geslachtskenmerken --> de lichamelijke kenmerken waaraan je het verschil tussen meisjes en jongens kunt zien.
Primaire geslachtskenmerken zijn al vanaf 
de geboorte aanwezig.

Slide 13 - Tekstslide

Door welke hormonen verander je in de puberteit?
Geslachtshormonen, gemaakt door de geslachtsorganen onder invloed van hormonen uit de hypofyse.
Jongens --> testosteron
Meisjes --> oestrogeen

Slide 14 - Tekstslide

Wat verandert er in de puberteit?
Secundaire geslachtskenmerken -->
de lichamelijke verschillen die in de 
puberteit ontstaan.

Tertiaire geslachtskenmerken --> 
verschillen in kleding, denken en gedrag.

Slide 15 - Tekstslide

HORMONEN

Hypofyse --> groeihormoon, LH en FSH


Jongens --> LH --> zaadballen --> Testosteron

Meisjes --> FSH --> eierstokken --> Oestrogeen

Slide 16 - Tekstslide

Sleep de omschrijving naar het juiste woord. (2 punten)
Hormonen
Hormoonklieren
Hypofyse
Bloed
Vervoert hormonen
Organen die hormonen maken
Stoffen die berichten doorgeven aan organen
Een belangrijke hormoonklier

Slide 17 - Sleepvraag

Zet de zinnen in de juiste volgorde. (2 punten)
1
2
3
4
Het groeihormoon komt in het bloed.
Het groeihormoon komt in het bot.
De hypofyse maakt het groeihormoon.
De cellen in je botten reageren op het groeihormoon en gaan delen.

Slide 18 - Sleepvraag

Zet de zinnen in de juiste volgorde. (2 punten)
1
2
3
4
5
Het hormoon komt langs alle organen
Het hormoon komt in het bloed.
De hypofyse maakt een hormoon.
Cellen van het doelwitorgaan reageren op het hormoon.
De botcellen 'snappen' de boodschap van het groeihormoon, doordat het past in de receptoren op het celmembraan.

Slide 19 - Sleepvraag

geslachtskenmerken

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Video

Geslachtskenmerken

Primaire geslachtskenmerken; lichamelijke verschillen tussen jongens en meisjes.

Secundaire geslachtskenmerken; lichamelijke verschillen tussen jongens en meisjes die ontstaan in de puberteit.

Tertiaire geslachtskenmerken; verschillen tussen jongens en meiden in kleding, gedrag, denken en doen.




Slide 22 - Tekstslide

Welke geslachtskenmerken zijn vanaf de geboorte zichtbaar
A
Primaire geslachtskenmerken
B
Secundaire geslachtskenmerken
C
Primaire en secundarie geslachtskenmerken
D
Geen van beide

Slide 23 - Quizvraag

De schaamlippen bij een vrouw zijn
A
Primaire geslachtskenmerken
B
Secundaire geslachtskenmerken
C
geen geslachtskenmerken
D
alleen de man heeft schaamlippen

Slide 24 - Quizvraag

Wat zijn secundaire geslachtskenmerken van de man?
A
balzak en penis
B
borsthaar en penis
C
balzak en borsthaar
D
borsthaar en lagere stem

Slide 25 - Quizvraag

Slide 26 - Video

Waarom is alcohol
onder de 18 slecht ?

Slide 27 - Woordweb

Hoe verandert je huid?

Slide 28 - Tekstslide

Wanneer ben je transgender?
Genderdysforie of gender-identieitsstoornis of transgender --> het geslacht is niet gelijk aan het gevoel
       Vrouw die zich man voelt of man die zich vrouw voelt.

Transseksueel --> transgenders die hun geslacht laten veranderen
     Vrouw wordt man of man wordt vrouw.

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Video

Huiswerk
Leren en maken 10.2

Slide 31 - Tekstslide