Begrippencheck Hst 4 Stoffen en straling

Begrippencheck 
Hst 4 
Stoffen en straling
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nask / TechniekMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

Begrippencheck 
Hst 4 
Stoffen en straling

Slide 1 - Tekstslide

Check
Ff kijken welke woorden en begrippen jij nog kent...

Het zijn woorden uit hoofdstuk 4

Je mag bronnen gebruiken!!!
(Boek, binas)

Slide 2 - Tekstslide

Wat is een Stralingsbron?
A
Iemand die heel blij is en veel straalt
B
Een stof of voorwerp dat straling uitzend
C
Een waterbron die geneeskrachtig water geeft
D
Dat is een lamp

Slide 3 - Quizvraag

Het atoomnummer heeft een waarde. Deze waarde is gelijk aan ...
(meerdere antwoorden mogelijk)
A
Aantal protonen
B
Aantal neutronen
C
Atoomsoort
D
Aantal elektronen

Slide 4 - Quizvraag

Wat is Alfastraling?
A
Dat is straling uit de atoomkern
B
Dat is straling van neutronen
C
Dat is straling uit het héle atoom
D
Alfastraling zijn kleine deeltjes, elektronen.

Slide 5 - Quizvraag

Bij een patiënt wordt een tracer ingebracht om tumoren op te zoeken. Als radioactieve stof wordt technicum gebruikt. De halfwaardetijd van technicum is 6 uur.

Na...................uur is nog de helft van de stof actief?
A
3
B
12
C
6
D
18

Slide 6 - Quizvraag

Bij een patient wordt een tracer ingebracht om tumoren op te zoeken. Als radioactieve stof wordt technicum gebruikt. De halfwaardetijd van technicum is 6 uur.

Hoeveel procent is na 30 uur nog actief?
A
0%
B
3,125%
C
6,25%
D
12,5%

Slide 7 - Quizvraag

In BINAS tabel 25 vind je de uitgebreide gegevens van het periodiek systeem. Welk element hoort bij atoomnummer 45?
A
Mo
B
Tc
C
Ru
D
Rh

Slide 8 - Quizvraag

alle elementen staan in het een geordend systeem. Hoe heet dit?
A
element systeem
B
periodiek systeem
C
basis-systeem
D
tijdloos systeem

Slide 9 - Quizvraag

De stof uranium heeft atoomnummer 92. De isotoop U-235 is radioactief.
Wat is het massagetal van U-235?
A
0
B
92
C
143
D
235

Slide 10 - Quizvraag

het massagetal staat voor...
A
het aantal protonen
B
het aantal neutronen
C
het aantal elektronen
D
het totale aantal

Slide 11 - Quizvraag

Een atoom heeft atoomnummer 15 en massagetal 31.
Hoeveel protonen heeft dit atoom?
A
14
B
15
C
31
D
16

Slide 12 - Quizvraag

C-14 is het isotoop van Koolstof (C-12). Welk deeltje is meer aanwezig in een isotoop
A
Protonen
B
Neutronen
C
Elektronen

Slide 13 - Quizvraag

in welke binastabel kun je informatie over isotopen vinden
A
22
B
32
C
33
D
34

Slide 14 - Quizvraag

tritium (H-3) is een isotoop van waterstof (H). wat is het verschil tussen tritium en normaal waterstof?
A
het aantal protonen
B
het aantal neutronen
C
de lading
D
het atoomnummer

Slide 15 - Quizvraag

Wat is een isotoop?
A
zelfde atoom, andere massa
B
ander atoom, zelfde massa
C
zelfde atoom, ander atoomnummer
D
ander atoom, zelfde atoomnummer

Slide 16 - Quizvraag

Isotopen van hetzelfde element
zijn even zwaar.
A
Juist
B
Onjuist
C
Aliens

Slide 17 - Quizvraag

Hoe heten atomen van dezelfde atoomsoort met een verschillend massagetal?
A
protonen
B
neutronen
C
isotopen
D
atomen

Slide 18 - Quizvraag