G4BE - Bedrijf starten, verder na 2.16

G4 Bedrijfseconomie
Verder met 'bedrijfstarten' 
H2, na 2.16 + begin H3

  
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

G4 Bedrijfseconomie
Verder met 'bedrijfstarten' 
H2, na 2.16 + begin H3

  

Slide 1 - Tekstslide

Voorspelbaar gedrag?
De les is begonnen, als ik ben begonnen (programma op bord geschreven). 
Ben je later, haal een groene kaart.


Iedereen heeft materiaal mee, eigen device, dat werkt en opgeladen is.
(niet in orde: 'boeken vergeten' in Magister.)


Telefoon is opgeborgen, mag in de 'telefoontas'. Zie ik je mobiel wel? 
Zonder mopperen inleveren, einde van de lesdag van docent terug.
(Alles op je device mag, indien passend bij les)


Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen

Na deze les kun je:
  • retouren financieel verwerken
  • een simpele omzetbelastingaangifte opstellen
  • een basale resultatenrekening opstellen 
  • de belangrijkste taken van een centrale bank benoemen. 
  • Je kunt ook monetair beleid herkennen en onderscheid maken tussen verkrappend en verruimend monetair beleid.


Spoorboekje

  • Leerdoelen
  • H2 'retouren' (2.17)
  • H2 'omzetbelasting aangifte' (2.21 en 2.22; gebruik antwoorden 2.20)
  • H2 'basale RR' 2.23 / 2.24 / 2.25 / 2.26 


  • (extra oefenen? d-toets)
  • monetair beleid (DNB)

  • Huishoudelijke mededeling: excursie A'dam
  • Leerdoelen check



Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

timer
0:45
Liquide middelen
Eigen vermogen
Kort vreemd vermogen
Lang vreemd vermogen
Vaste activa
Vlottende activa

Slide 6 - Sleepvraag

Liquide middelen
Vaste activa
Vlottende activa
Eigen vermogen
Kort vreemd vermogen
Lang vreemd vermogen
Gebouw
Bedrijfsterrein
Rabobank rekening
Kas
Debiteuren
Aandelen
Lening (5 jaar)
Hypothecaire lening
Crediteuren
Lening (<1 jaar)

Slide 7 - Sleepvraag

H2 'retouren' (2.17)
timer
5:00

Slide 8 - Tekstslide

Creditnota/creditfactuur, wat is dat?
A
Ontvang je als je ingekochte goederen terugstuurt / verstuur je als je verkochte goederen terug ontvangt
B
Verstuur je als je ingekochte goederen terugstuurt / ontvang je als je verkochte goederen terug ontvangt
C
geen idee?
D
nog minder een idee?

Slide 9 - Quizvraag

H2 'omzetbelasting 
aangifte' 

2.21 en 2.22; 
gebruik 
antwoorden 2.20
timer
5:00

Slide 10 - Tekstslide

BTW-aangifte, wat is dat?
A
het opgeven aan de belasting van de te betalen en/of te vorderen btw over de afgelopen periode
B
Aanslag die je krijgt opgelegd door de belastinginspecteur, ambtshalve. Dit geschied achteraf, jaarlijk.
C
Het in rekening brengen van BTW aan je klanten, dit kan zijn 0%,, 6% of 21%
D
Een overzicht van bezittingen, schulden en het eigen vermogen

Slide 11 - Quizvraag

H2 'basale RR' 

2.23 / 2.24 / 2.25 / 2.26 

(extra oefenen? 
d-toets)
timer
15:00

Slide 12 - Tekstslide

Op een resultatenrekening staan
A
kosten
B
opbrengsten
C
eigen vermogen
D
winst- of verliessaldo

Slide 13 - Quizvraag

Op een resultatenrekening staan
A
kosten
B
opbrengsten
C
eigen vermogen
D
winst- of verliessaldo

Slide 14 - Quizvraag

Als de centrale bank de maatschappelijke geldhoeveelheid wil vergroten, kan zij ....
A
de rente verhogen of de liquiditeitsmogelijkheden verruimen
B
de rente verlagen of de liquiditeitsmogelijkheden verruimen
C
de rente verhogen of de liquiditeitsmogelijkheden verkrappen
D
de rente verlagen of de liquiditeitsmogelijkheden verkrappen

Slide 15 - Quizvraag

Opdracht ECB, lastig parket

De ECB heeft in principe maar één doelstelling: zorgen dat de inflatie ‘binnen de perken’ blijft, d.w.z. niet boven de 2% komt, maar ook niet veel er onder.

De ECB heeft hiermee een moeilijke taak, omdat:


- Niet alle landen in het eurogebied dezelfde inflatie hebben, en de ECB heeft maar één uniform betaalmiddel heeft.

Slide 16 - Tekstslide


Als rente stijgt, zal lenen door consumenten en bedrijven minder aantrekkelijk worden en sparen aantrekkelijker.

Het publiek (consumenten en bedrijven) heeft dus minder geld in handen dus daalt M. (=verkrappend monetair beleid)


Als rente daalt, zal lenen door consumenten en bedrijven aantrekkelijker worden en sparen minder aantrekkelijker.

Het publiek (consumenten en bedrijven) heeft dus meer geld in handen dus stijgt M. (=verruimend monetair beleid)

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Excursie naar Amsterdam

ELO Bericht?
In Amsterdam blijven? 

Handtekening regelen
timer
5:00

Slide 19 - Tekstslide

Leerdoelen: check?
Leerdoelen

Na deze les kun je:
retouren financieel verwerken
een simpele omzetbelastingaangifte opstellen
een basale resultatenrekening opstellen 
weten wat monetair beleid is

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Link