Les 20 taal PABO, 30 maart 2026

Les 20 | Taal 2.
  1. Inchecken: Hoe voel je je?
  2. De vorige les
  3. Opwarmertje
  4. Instructie
  5. Zelfstandig werken
  6. Evaluatie
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsHBOStudiejaar 1,2

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Les 20 | Taal 2.
  1. Inchecken: Hoe voel je je?
  2. De vorige les
  3. Opwarmertje
  4. Instructie
  5. Zelfstandig werken
  6. Evaluatie

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inchecken; Hoe voel je je nu?

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe voel je je?

Blij, enthousiast of..
Normaal, rustig of...
Moe, nerveus, verdrietig of...

Slide 3 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De vorige les.
Taal 2.
Lesdoel(en) | Lesson objective(s):
  • Leer je zinvolle technieken om tot begrip te komen.
  • Leer je zinvolle en zinloze manieren om tekstbegrip te meten.
  • Leer je hoe de samenhang van vaardigheden effect heeft op tekstbegrip.
  • Leer je wat 'diep lezen' is.
  • Leer je een les ontwerpen aan de hand van de methode Focus op begrip.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag uit een eerdere les |

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is het voor goed tekstbegrip niet voldoende dat een leerling alleen goed kan decoderen en vloeiend lezen? Leg uit welke andere factoren een rol spelen en hoe die het tekstbegrip beïnvloeden.

Slide 6 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Van Koeven en Smits vinden dat toetsen zoals AVI en DMT onvoldoende zijn om het leesniveau van een leerling volledig te beoordelen. Leg uit waarom zij dit vinden en noem minimaal twee beperkingen van deze toetsen.

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom kan een gebrek aan diep lezen in de huidige maatschappij een probleem zijn voor het tekstbegrip van leerlingen? Leg uit wat diep lezen inhoudt en wat het verschil is met vluchtig of skimmend lezen.

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom draagt het werken met een multiperspectivisch thema en coherente tekstsets in de methode Focus op begrip bij aan beter tekstbegrip bij leerlingen?

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is het in een begrijpend-leesles belangrijk om voorafgaand aan het lezen het begrip te ondersteunen en leerlingen daarna een actieve verwerkingsopdracht te laten doen?

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Instructie.
Taal 2.
Lesdoel(en):
  1. Leer je de theorie over stellen.
  2. Leer je de functies en doelen van geschreven taal.
  3. Leer je wat goed schrijfonderwijs is.
  4. Leer je wat Taalronde is.

Deze les bevat theorie vanuit bijeenkomst 8.



Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Instructie.
Stellen.
Stellen: Het doel van onderwijs in stellen is dat leerlingen (foutloos) verschillende soorten teksten kunnen schrijven die passen binnen een bepaalde communicatieve situatie.
Dit doe je door sociale, betekenisvolle en strategische opdrachten. Onder stellen valt zowel zakelijk als creatief schrijven.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Instructie.
Schrijfdoelen.
1. Informeren; Je geeft de lezer informatie over een onderwerp.
Voorbeeld: informatieve tekst, nieuwsbericht.

2. Overtuigen; Je haalt de lezer over tot een mening.
Voorbeeld: betoog.

3. Opinioneren; Je belicht het onderwerp van verschillende kanten, zodat de lezer zelf een mening kan vormen.
Voorbeeld: beschouwing.

4. Amuseren; Je laat de lezer een emotie beleven.
Voorbeeld: verhalende tekst, roman, gedicht.

5. Instrueren; Je spoort de lezer aan tot het verrichten van een handeling.
Voorbeeld: instructie.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Instructie.
Functies van taal.
1. Communicatieve functie
Bij het schrijven maak je iets duidelijk aan iemand anders.
Voorbeelden: artikelen, advertenties, folders etc.

2. Conceptualiserende functie
Dingen voor jezelf verwoorden/schrijven schept duidelijkheid.
Voorbeelden: studieboeken, schema’s, verslagen.

3. Expressieve functie
Taal gebruiken om te experimenteren, gevoelens te uiten.
Voorbeelden: gedicht, literaire teksten.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Instructie.
Goed schrijfonderwijs.
Van Koeven en Smits (2020) noemen veertien didactische principes:

  1. Frequent schrijven
  2. Vrij schrijven (bijvoorbeeld zoals bij motiverende opening)
  3. Zoeken naar eigen schrijfidentiteit
  4. Betekenisvolle, motiverende schrijfopdrachten
  5. Motiverende eigentijdse betekenisdragers
  6. Schrijfdoelen sluiten aan bij gemaakte keuzes (niet andersom)
  7. Werken met modelteksten en herformuleren

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Instructie.
Goed schrijfonderwijs.
8. De leraar is model
9. Voorbeelden en visualiseren
10. Mondelinge oriëntatie op de schrijfopdracht door de leerlingen
11. Scaffolding bij de schrijffases (stapsgewijs ondersteunen)
12. Feedback
13. Inzoomen
14. Publiceren van de tekst

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Instructie.
Goed schrijfonderwijs.
Huizenga en Robbe (2017) noemen het belang van aandacht voor de verschillende fases van het schrijven:
  1. Bepalen doel, publiek, tekstsoort
  2. Verzamelen, selecteren en ordenen inhoud
  3. Structureren van de tekst
  4. Formuleren
  5. Reviseren
  6. Verzorgen van de tekst

Procesgericht schrijfonderwijs i.p.v. productgericht schrijfonderwijs.


Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Instructie.
Taalronde.
Taalronde (Van Norden, 2017): De Taalronde is een manier om kinderen te laten schrijven over iets wat ze zelf hebben meegemaakt of bedacht. Het idee erachter is: iedereen kan schrijven, omdat iedereen iets te vertellen heeft.

  1. Kring maken; De klas gaat in een kring zitten zodat iedereen elkaar kan zien.
  2. Onderwerp introduceren; De leerkracht noemt een onderwerp, bijvoorbeeld: een leuke dag, een dier, of iets spannends dat je hebt meegemaakt.
  3. Vertelronde; Kinderen vertellen kort iets over hun eigen ervaring met dat onderwerp.
  4. (Teken)lijstje maken; Leerlingen schrijven of tekenen een paar woorden of ideeën op die ze willen gebruiken in hun tekst.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Instructie.
Taalronde.
5. Tweetalgesprek; In tweetallen vertellen ze elkaar uitgebreider wat ze willen schrijven.
6. Tekst schrijven; Daarna schrijven de leerlingen hun verhaal. Bij kleuters en groep 3 doen ze dit vaak met een taaltekening: een tekening met een paar woorden of zinnen erbij.
7. Voorleesronde; Leerlingen lezen hun tekst voor aan de klas of een groepje.

Samengevat: De Taalronde helpt kinderen stap voor stap van praten naar schrijven, zodat schrijven makkelijker en leuker wordt.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zelfstandige verwerking.
Kennis testen.
Lesdoel(en):
  1. Leer je de theorie over stellen.
  2. Leer je de functies en doelen van geschreven taal.
  3. Leer je wat goed schrijfonderwijs is.
  4. Leer je wat Taalronde is.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een leerkracht wil een schrijfles ontwerpen die goed aansluit bij het doel van stellen in het onderwijs. Welke opdracht past het best bij dit doel?

A. Leerlingen krijgen een werkblad waarop ze tien losse zinnen grammaticaal correct moeten overschrijven.
B. Leerlingen schrijven een brief aan de directeur van de school waarin ze een voorstel doen voor een nieuwe speelplek op het schoolplein.
C. Leerlingen schrijven tien keer hetzelfde woord om hun spelling te oefenen.
D. Leerlingen vullen ontbrekende woorden in een tekst aan.

Slide 21 - Open vraag

Stellen gaat over het schrijven van teksten die passen bij een communicatieve situatie. De brief aan de directeur heeft een duidelijk doel, publiek en betekenisvolle context. De andere opties oefenen vooral taalvormen (zoals spelling of grammatica) en niet het schrijven van een echte tekst.
Een leerkracht laat leerlingen een tekst schrijven over het gebruik van mobiele telefoons op school. In de opdracht staat dat leerlingen zowel voordelen als nadelen moeten beschrijven, zodat de lezer zelf kan bepalen wat hij ervan vindt. Welk tekstdoel staat centraal in deze opdracht?

A. Informeren
B. Overtuigen
C. Opinioneren
D. Instrueren

Slide 22 - Open vraag

Bij opinioneren wordt een onderwerp van verschillende kanten belicht, zodat de lezer zelf een mening kan vormen. Dat verschilt van overtuigen, waarbij de schrijver juist probeert de lezer naar één specifieke mening te sturen.
Een leerkracht laat leerlingen na een proefje in de klas eerst voor zichzelf opschrijven wat er volgens hen is gebeurd en waarom. De teksten worden niet meteen gedeeld met anderen, maar helpen leerlingen hun gedachten te ordenen. Welke functie van taal staat hier vooral centraal?

A. Communicatieve functie
B. Conceptualiserende functie
C. Expressieve functie
D. Instruerende functie

Slide 23 - Open vraag

Bij de conceptualiserende functie gebruiken leerlingen taal om hun eigen gedachten te ordenen en begrip te krijgen. De tekst is vooral bedoeld voor zichzelf, niet primair om iets aan anderen duidelijk te maken.
Een leerkracht wil een schrijfles geven volgens de didactische principes van Van Koeven en Smits (2020). Voorafgaand aan het schrijven laat ze leerlingen eerst met elkaar praten over hun ideeën, ervaringen en mogelijke invalshoeken voor de tekst. Welk didactisch principe past hier het best bij?

A. Scaffolding bij de schrijffases
B. Mondelinge oriëntatie op de schrijfopdracht door de leerlingen
C. Publiceren van de tekst
D. Inzoomen

Slide 24 - Open vraag

Bij mondelinge oriëntatie verkennen leerlingen eerst al pratend het onderwerp en hun ideeën voordat ze gaan schrijven. Dit helpt om gedachten te ordenen en maakt het schrijven inhoudelijk rijker.
Tijdens een Taalronde in groep 3 wil een leerkracht de activiteit optimaal inzetten om alle leerlingen betrokken te krijgen en hun schrijfvaardigheid geleidelijk te ontwikkelen. Welke van de onderstaande keuzes reflecteert het beste de pedagogische principes van de Taalronde en scaffolding?

A De leerkracht introduceert een onderwerp, laat de leerlingen individueel meteen schrijven en leest achteraf een paar werkstukken klassikaal voor om inspiratie te geven.
B De leerkracht introduceert een onderwerp, start een vertelronde in de kring, laat leerlingen een (teken)lijstje maken, laat ze in tweetallen over hun ideeën praten, schrijft daarna hun verhaal en sluit af met een voorleesronde.
C De leerkracht laat leerlingen eerst een kant-en-klare voorbeeldtekst lezen en vervolgens een soortgelijke tekst overschrijven, zodat de structuur duidelijk is.
D De leerkracht laat leerlingen vrij schrijven zonder introductie of interactie, zodat leerlingen hun eigen creatieve ideeën kunnen volgen.

Slide 25 - Open vraag

Deze volgorde ondersteunt alle aspecten van scaffolding: leerlingen worden eerst actief betrokken via praten, structureren daarna hun gedachten met een (teken)lijstje, verdiepen hun ideeën via tweetalgesprekken en pas daarna schrijven ze zelfstandig. De afsluitende voorleesronde stimuleert reflectie en taalbewustzijn.
De volgende les.
Wat ga je leren?
De volgende les:
  • Leer je de begrippen cognitieve belasting en contextuele inbedding.
  • Leer je hoe je van een min-minsituatie een win-winsituatie kunt maken.

Belangrijk: Ik stuur je, na elke les, de LessonUples naar je toe. Herhalen is belangrijk.



Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies