cross

D1BTh8 B3 lr Sociaal gedrag

D1BTh8 B3 
Sociaal gedrag
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 1

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

D1BTh8 B3 
Sociaal gedrag

Slide 1 - Tekstslide

Stel, er is een rangorde binnen een groep.
Hoe zie je dat dan?

Slide 2 - Open vraag

Wat is volgens jou een territorium?

Slide 3 - Open vraag

Geef een voorbeeld van sociaal gedrag

Slide 4 - Open vraag

Wat je gaat leren

Je leert wat sociaal gedrag is en je kunt voorbeelden geven.
Je leert hoe sociaal gedrag ontstaat.
Je leert wat een territorium is en wat territoriumgedrag is.
Je leert hoe een rangorde in elkaar zit.

Slide 5 - Tekstslide

De definitie van sociaal gedrag
Sociaal gedrag is gedrag waarbij je rekening houdt met andere leden van een groep.

Noteer dit in je schrift!

Slide 6 - Tekstslide

Er zijn dieren die alleen leven.
Ze leven niet in een groep.

(1 of meer antw. goed)
A
ze leven solitair
B
ze leven in een roedel
C
bijvoorbeeld een kat
D
ze leven in een kudde

Slide 7 - Quizvraag

Geef een voorbeeld van sociaal gedrag

Slide 8 - Open vraag

Voorbeelden van sociaal gedrag
  • Luisteren naar elkaar
  • Elkaar laten uitspreken
  • In een discussie rustig blijven praten
  • Iemand helpen als iemand dat vraagt en jij dat kunt
  • Tijdens sporten een tegenstander niet neerhalen/omduwen
  • Je bij de beslissing van je groep kunnen neerleggen ......

Schrijf een paar voorbeelden van sociaal gedrag in je schrift 
                                                                                                                     als je dat nodig vindt.

Slide 9 - Tekstslide


Hoe, van wie, wanneer heb jij sociaal gedrag geleerd?
A
liefdevolle aandacht van de ouder(s) / verzorger(s)
B
sociaal gedrag te zien van anderen en het daarna te oefenen. Zo kun je het later toepassen
C
te spelen met 'soortgenoten' (bijv. als peuter met andere kinderen spelen)
D
doordat je bijv. als je gezoogd wordt (borstvoeding krijgt), aandacht krijgt

Slide 10 - Quizvraag

Territorium? Territoriumgedrag?
Wat heeft dat met deze afbeeldingen te maken?

Slide 11 - Tekstslide

Territorium - Territoriumgedrag
Wat is NIET waar?

A
Een territorium is een eigen leefgebied
B
De grenzen van een territorium worden afgebakend
C
Vooral vrouwtjes bewaken het territorium
D
Het territorium wordt verdedigd door te dreigen en evt. te vechten is territoriumgedrag

Slide 12 - Quizvraag

Territorium
Voor de soortgenoten is het duidelijk wie de eigenaar (de baas) is van het territorium. 
Dat gebied is groot genoeg voor de eigenaar en de jongen. 
Er is voldoende voedsel te vinden zodat de jongen kunnen worden grootgebracht.
Er zijn daardoor minder ruzies tussen soortgenoten. 
Als er een indringer is, wordt het territorium verdedigd door te dreigen en evt. te vechten. 
Als de indringer wint, is hij de baas in het territorium, de verliezer vlucht dan. 
Als de eigenaar van het territorium wint, trekt de indringer zich terug.

Stel je voor dat jij een vos bent met een nest jongen. Kun je dan uitleggen waarom een territorium voor jou als vos belangrijk is en hoe het werkt?
Als je dat kunt, snap je het en ken je het :).

Slide 13 - Tekstslide

Het territorium
Wat is NIET waar?

A
verdedigen door te dreigen
B
verdedigen door te vechten
C
groot genoeg voor het grootbrengen van de jongen
D
Bij elke diersoort is het territorium even groot

Slide 14 - Quizvraag

Hoe geven dieren of mensen aan wat hun territorium is?

Slide 15 - Open vraag

Slide 16 - Tekstslide

Welke andere norm is voor jou belangrijk?
(welke waarde hoort erbij?)

Slide 17 - Woordweb

Slide 18 - Tekstslide

Territoriumgedrag ......
Welke andere soorten gedrag ken je?

Slide 19 - Open vraag

Hoe komt het dat meestal de sterkste dieren van een roedel voor het nageslacht zorgen?
(1 of meer antw. goed)
A
de grootste kans op sterke nakomelingen
B
de grootste kans op mannelijke nakomelingen
C
de grootste kans op vrouwelijke nakomelingen
D
de grootste kans op gezonde nakomelingen

Slide 20 - Quizvraag

Is de grote of de kleine hond dominant?

Slide 21 - Open vraag

Hoe zie je dat de grote hond onderdanig is?

Slide 22 - Open vraag

Hoe zie je de rangorde in een groep?

Wat is NIET waar?
A
de sterkste planten zich meestal voort
B
binnen een bedrijf neemt de baas meestal de belangrijke beslissingen
C
De dominante dieren eten eerst hun buikje vol
D
Je kunt de rangorde in een groep nooit zien

Slide 23 - Quizvraag

Opdrachten maken

Maak in je werkboek van blz. 96 en 97
opdracht 12 t/m 16

Slide 24 - Tekstslide

Je kunt nu antwoord geven op de volgende vragen:

Wat is sociaal gedrag?
Geef 3 voorbeelden van sociaal gedrag.
Hoe ontstaat sociaal gedrag?
Wat is een territorium en wat is territoriumgedrag?
Wat is een rangorde en hoe zit een rangorde in elkaar? 

Slide 25 - Tekstslide

Vandalisme

Slide 26 - Woordweb

Hoe komt het dat iemand meedoet
aan vandalisme?

Slide 27 - Open vraag

Vandalisme

Als je om je heen kijkt zie je overal vernielde of kapot gemaakte spullen. Groencontainers die in de fik zijn gestoken. Kapot bankjes of speeltoestellen. Vuilniszakken op straat gegooid en uit elkaar getrapt. Afgebroken autospiegels. Ingegooide ramen. Iedereen kan wel een heel lijstje opsommen. 
Vaak gebeurt dit door jongens in groepsverband. Maar ook meisjes doen steeds vaker mee. Verveling, stoer doen of frustratie kunnen een reden zijn om vandalisme te plegen. Sommigen denken dat je door vandalisme meer aanzien bij je vrienden krijgt. Ze willen zich bewijzen.

Nee! zeggen is niet altijd makkelijk, het is wel veel stoerder.

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Video

Gevolgen voor slachtoffers
Meestal is de schade niet zomaar in geld uit te drukken.

Veel mensen hebben veel werk verricht om in de wijk iets voor anderen op te zetten. Er is bijvoorbeeld een speeltuin aangelegd en die wordt onderhouden. Mensen van buurtverenigingen doen hierbij veel goed werk zodat kinderen kunnen spelen.

Op school zorgt men voor klimtoestellen die veilig zijn. Door spullen af te breken of kapot te trappen kunnen andere kinderen zich ernstig verwonden.

Afgetrapte autospiegels zorgen voor veel ergernis bij de eigenaren. Autobezitters zijn hiervoor meestal niet verzekerd en moeten zelf de schade betalen. 

Mensen worden hierdoor boos en verdrietig. Vaak belt men de politie om de daders op te sporen. 
Voor de daders is het iets dat 'even gedaan wordt en misschien spannend was, voor de slachtoffers zijn de gevolgen langer te voelen en te merken.

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Video

Baldadigheid: vernieling van spullen van de Gemeente
Met opzet andermans spullen vernielen .......                                                        
Bankjes, speeltuinen, sportvelden, schoolgebouwen, schoolpleinen, skateparken, jeugdhonken, bloemperken, prullenbakken, trappenhuizen enzovoorts. 

Die zaken zijn er voor iedereen in de wijk.  Iedereen betaalt belastinggeld.
Als de gemeente veel moet repareren is er minder geld voor andere dingen.

Mensen voelen zich minder veilig door vandalisme.

Slide 32 - Tekstslide

Vernieling en baldadigheid
In het wetboek van strafrecht staat wat strafbaar gedrag of handelen is.  Ook de strafmaat wordt aangegeven. 

Vandalisme:  

- Als spullen van iemand anders opzettelijk stuk-, weg- of onbruikbaar wordt gemaakt noem je het  
   vernieling.

- Als spullen van iemand anders ZONDER OPZET stuk-, weg- of onbruikbaar wordt gemaakt noem 
   je het baldadigheid. Bij baldadigheid was het eigenlijk niet de bedoeling en is het 'spelenderwijs' 
   gebeurd. 


Slide 33 - Tekstslide

Afhandeling / Straf
Na een melding vandalisme stelt de politie een onderzoek in. De politie zoekt getuigen die wat hebben gezien en wat kunnen vertellen.  Alles wordt opgeschreven. Dit heet een proces-verbaal.

De ouders worden altijd ingelicht. Als iemand de eerste keer dader is en er is geringe schade kun je naar HALT worden gestuurd. Dit wordt beslist in een overleg tussen de politie, een medewerker van Halt en de Jeugdreclassering. 

De officier van justitie jeugdzaken heeft hierin de beslissende stem. Hij kan ook beslissen dat je naar de rechtbank moet komen. Daar krijg je dan een officiële waarschuwing. Als dat gebeurt, is je naam is bij justitie bekend.  
De politie kan ook een bekeuring uitschrijven voor de kleine vergrijpen. 

Slide 34 - Tekstslide

HALT
Wat moet je doen als je naar Halt moet ? Via HALT krijg je de kans je misstap goed te maken.

Daarvoor zul je wel enkele dingen moeten doen zoals bijvoorbeeld:
1.  Schade betalen
2. Excuses maken bij de benadeelde / het slachtoffer
3. Taak als straf uitvoeren
4. Soms ook voorlichting volgen, samen met een ouder/verzorger
5. Je moet je aan de afspraken houden. Zo niet dan: punt 6 en punt 7
6. Stuurt de politie het proces-verbaal naar de jeugdofficier
7. Je naam wordt bij justitie genoteerd. Je hebt een strafblad.

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Link

Slide 37 - Video

Slide 38 - Video

Hoe geef jij jouw grens aan?

Slide 39 - Open vraag

Wie kan helpen als je onder druk staat?

Slide 40 - Open vraag

Vertel wat je weet. 
Verbind de woorden met elkaar of geef antwoord op de vraag. 
sociaal gedrag   -   groep  -  solitair
Hoe - wanneer - van wie leert een organisme sociaal gedrag?

territorium - territoriumgedrag - het nut ervan
territorium - territoriumgedrag - instand houden
rangorde - dominant - onderdanig
wanneer ben jij dominant en wanneer ben je onderdanig?


Slide 41 - Tekstslide

Plusopdracht
Extra opdracht:
Geef informatie over een door jou gekozen dier:
- leeft het dier solitair? is het een een sociaal dier? Leguit!
- vertoont het territoriumgedrag? Hoe dan?
- hoe verdedigt het dier het territorium?
- Hoe en wanneer is het dier dominant of onderdanig?
Presentatie : film - fotocollage - prezi .... etc. overleg!).


Slide 42 - Tekstslide