Filosoferen: beginnen met verwondering

Filosoferen: beginnen met verwondering

1 / 37
volgende
Slide 1: Slide
newEditorFilosofieSecundair onderwijsAlgemeen secundair onderwijsDomeinoverschrijdendLeerjaar 3

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 100 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Filosoferen: beginnen met verwondering

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel

Ik kan uitleggen waarom verwondering het begin van filosofie is.

De bron noemt meerdere doelstellingen. Voor deze les staat de eerste centraal; de andere komen ondersteunend terug in de subtopics en in de begrippen op het einde.

Welk woord past voor jou bij filosoferen?

Gebruik de woordwolk als start: pik enkele woorden eruit en vraag waarom leerlingen net dat woord kiezen. Verwachte richtingen: denken, vragen, waarom, verwondering, praten, waarheid.

Wonder boven wonder

  • Filosofie begint met verwondering

  • Je vindt iets niet zomaar normaal

  • Je stelt vragen bij gewone dingen

  • Wat vanzelfsprekend lijkt, wordt opeens interessant

Deze slide heeft geen instructies

Verwondering als begin

Verwondering is meer dan iets mooi of vreemd vinden. Het is het moment waarop je merkt: ik begrijp dit eigenlijk niet helemaal. Precies daar begint filosoferen, omdat een vraag belangrijker wordt dan een snel antwoord.

Benadruk dat verwondering geen teken van zwakte is, maar juist de motor van denken. Laat eventueel voorbeelden uit het dagelijks leven mondeling vallen, zoals tijd, vriendschap of regels.

Van mythe naar rede

Vroeger verklaarden mensen de wereld vaak met mythische verhalen over goden.

Filosofen zochten liever een rationele verklaring:

  • een antwoord dat je met je verstand onderzoekt

  • een uitleg die je kunt bespreken

  • een verklaring die niet alleen op een verhaal steunt

Houd het onderscheid eenvoudig: niet 'mythen zijn dom', maar 'filosofen wilden anders verklaren'. Het gaat om de stap naar nadenken en verantwoorden.

De waarom-fase

Kinderen van ongeveer 3 jaar vragen vaak steeds opnieuw: waarom?

Filosofen proberen die nieuwsgierigheid niet kwijt te raken. Ze blijven doorvragen, ook als iets heel gewoon lijkt.

Leg het verband met filosofie: het gaat niet om veel praten, maar om echt willen begrijpen.

De goochelaar als vergelijking

Bij een goocheltruc gebeuren twee dingen tegelijk:

  • je voelt verwondering

  • je zoekt een rationele verklaring


Filosoferen werkt op dezelfde manier.

Deze vergelijking verbindt emotie en denken: eerst sta je stil bij het wonderlijke, daarna wil je begrijpen hoe het zit.

Wat maakt van verwondering het begin van filosofie?

A

Je zoekt applaus

B

Je stelt vragen

C

Je gelooft mythen

D

Je stopt met denken

Toetst de kern van slides 2-6: verwondering leidt niet tot passief kijken, maar tot vragen stellen en verder denken.

Verwondering en ratio

Bij filosoferen voel je eerst verwondering. Daarna zoek je een rationele verklaring met je verstand. Zoals bij een goocheltruc wil je niet alleen kijken, maar ook begrijpen hoe het werkt.

verwondering
rationele verklaring
verstand
begrijpen
mythe
gevoel
twijfelen
vertellen

De blanks hernemen letterlijk de opbouw uit de slides: verwondering eerst, daarna rationeel begrijpen.

Waarover zou jij vandaag beginnen filosoferen?

Bespreek antwoorden klassikaal. Goede elementen: een alledaags verschijnsel, echte verwondering, een waarom-vraag of hoe-vraag, geen oordeel maar nieuwsgierigheid.

Leren filosoferen met Socrates

  • Socrates was een filosoof uit Griekenland

  • Hij zag filosoferen als iets dat je samen doet

  • Denken gebeurt in gesprek, niet alleen in je hoofd

Deze slide heeft geen instructies

Filosoferen als dialoog

Socrates vond dat filosoferen een sociale activiteit is. Daarom is een filosofisch gesprek een dialoog: je luistert echt naar elkaar, denkt samen verder en probeert niet meteen te winnen.

Leg nadruk op het verschil tussen een dialoog en een discussie. In een dialoog staat samen zoeken centraal.

Een open houding

Socrates zei: 'Ik weet bijna niets.'

Dat betekent niet dat hij niets dacht, maar dat hij zijn eigen kennis niet overschatte.


Wie durft toe te geven dat hij iets niet weet, blijft nieuwsgierig en kan verder zoeken.

Veel leerlingen horen dit als een grap of als overdreven bescheidenheid. Maak duidelijk dat het een filosofische houding is: onwetendheid erkennen opent het onderzoek.

De filosoof als vroedvrouw

Socrates vergeleek zichzelf met een vroedvrouw.

Een vroedvrouw brengt niet zelf de baby voort, maar helpt bij de geboorte.

Zo helpt een filosoof iemand om zelf tot inzichten te komen.

Gebruik 'inzichten ter wereld brengen' als beeld. Belangrijk: Socrates geeft niet gewoon antwoorden door.

Vragen brengen inzicht

Volgens Socrates leert iemand het meest wanneer hij zelf ontdekt dat zijn eerste antwoord niet genoeg is. Door vragen te stellen helpt de filosoof de ander om helderder, nauwkeuriger en eerlijker na te denken.

Dit bereidt de drie stappen voor zonder ze al volledig uit te werken.

Waarom noemt Socrates filosoferen een dialoog?

A

Omdat je samen zoekt

B

Omdat je moet winnen

C

Omdat één spreker leidt

D

Omdat stilte centraal staat

Verwijst naar slides 7-11: filosoferen is sociaal, luisteren telt, en het doel is samen verder denken.

Socrates in gesprek

Socrates had een open houding: hij gaf toe dat hij bijna niets wist. Als filosoof was hij als een vroedvrouw: door vragen te stellen hielp hij anderen tot inzichten te komen.

houding
wist
vroedvrouw
vragen
rede
sprak
rechter
antwoorden

Leg zo nodig uit dat Socrates geen kant-en-klare antwoorden geeft, maar denken op gang brengt.

Wat vind jij het moeilijkst in een filosofische dialoog?

1

toegeven dat je twijfelt

2

goed luisteren

3

doorvragen

4

niet oordelen

Deze slide heeft geen instructies

Morele vragen: Wat is goed?

  • Socrates stelde vooral morele vragen

  • Dat zijn vragen over goed en kwaad

  • Ze gaan over hoe we moeten leven

  • Niet alleen over feiten, maar over keuzes

Deze slide heeft geen instructies

Geen makkelijke feitenvragen

Een morele vraag heeft meestal geen eenvoudig antwoord dat je meteen kunt opzoeken. Je moet nadenken over redenen, gevolgen en wat je belangrijk vindt. Daarom horen morele vragen echt bij filosofie.

Benadruk het verschil tussen 'wat is het geval?' en 'wat is goed om te doen?'.

Voorbeelden van morele vragen

Vriendschap en zorg

  • Moet je altijd eerlijk zijn?

  • Mag je soms liegen?

  • Moet je een vriend aangeven als hij iets fout deed?

Eerlijkheid en regels

  • Wat is belangrijk in vriendschap?

  • Plezier maken?

  • Of elkaar helpen wanneer het moeilijk is?

Laat zien dat deze vragen botsende waarden kunnen bevatten: eerlijkheid, loyaliteit, hulp, rechtvaardigheid.

Waarom morele vragen lastig zijn

Bij morele vragen botsen waarden vaak met elkaar.


Eerlijkheid kan botsen met trouw aan een vriend.

Plezier kan botsen met zorg voor elkaar.


Juist daarom moet je argumenten geven en naar anderen luisteren.

Verbind dit met de doelstelling rond luisteren zonder te oordelen, maar houd het binnen het filosofische kader.

Welke vraag is het best een morele vraag?

A

Hoe laat vertrekt de bus?

B

Hoeveel weegt een steen?

C

Moet je altijd eerlijk zijn?

D

Waar ligt Athene?

De juiste optie gaat over goed handelen; de andere zijn feitenvragen.

Wanneer mag je volgens jou liegen?

Laat leerlingen hun keuze kort motiveren. Verwachte elementen: een standpunt én minstens één reden, bijvoorbeeld eerlijkheid, loyaliteit, gevolgen, zorg of rechtvaardigheid.

Hoe zeker voel jij je bij morele vragen zonder simpel antwoord?

Deze slide heeft geen instructies

Hoe filosofeerde Socrates?

Plato, een leerling van Socrates, schreef op hoe zo'n gesprek vaak verliep.

Daarin herken je drie stappen: van zekerheid, naar twijfel, naar samen zoeken.

Noem mondeling dat we Socrates vaak via Plato kennen.

Stap 1: De lof

  • Socrates ontmoet iemand die denkt veel te weten

  • Hij geeft een compliment

  • Daarna vraagt hij of die persoon zijn wijsheid wil uitleggen


Zo begint het gesprek vriendelijk en open.

Benadruk dat deze eerste stap de ander uitnodigt om zijn mening duidelijk uit te spreken.

Stap 2: De kritische vragen

  • Socrates merkt een foutje of onduidelijkheid op

  • Hij stelt doorvragen

  • De ander ontdekt dat zijn antwoord niet helemaal klopt

  • Zekerheid verandert in twijfel

Maak duidelijk dat 'kritisch' hier niet gemeen betekent. Het gaat om zorgvuldig onderzoeken.

Stap 3: Samen zoeken

  • Beiden geven toe dat ze het antwoord nog niet hebben

  • Ze erkennen hun onwetendheid

  • Vanaf daar zoeken ze samen verder naar de waarheid


Dat is voor Socrates geen mislukking, maar echte vooruitgang.

Hier landt de lesinhoud mooi: niet-weten is het begin van beter denken.

De beweging van het gesprek

Schijnbare kennis → kritische vragen → toegeven dat je het nog niet weet → samen zoeken naar waarheid

Gebruik deze slide als samenvatting van de methode. De pijlen zijn hier passend omdat de keten zelf de leerstof is.

Wat gebeurt er in stap 2 van Socrates' gesprek?

A

Samen waarheid zoeken

B

Een compliment geven

C

Kritische vragen stellen

D

Het antwoord opzeggen

Controleert of leerlingen de drie stappen uit elkaar houden: lof, kritische vragen, samen zoeken.

De drie stappen

Eerst geeft Socrates lof en vraagt hij iemand zijn wijsheid uit te leggen. Daarna stelt hij kritische vragen waardoor twijfel ontstaat. Ten slotte erkennen beiden hun onwetendheid en gaan ze samen zoeken naar de waarheid.

lof
kritische vragen
onwetendheid
samen zoeken
discussie
bewijzen
zekerheid
alleen denken

De volgorde is hier essentieel; laat leerlingen eventueel hardop reconstrueren waarom elke stap volgt op de vorige.

Waarom is toegeven dat je iets niet weet nuttig?

Vrije reflectie op de methode. Mogelijke sterke antwoorden noemen dat twijfel geen mislukking is maar een startpunt voor gezamenlijk zoeken.

Wat neem jij mee uit deze les over filosoferen?

Exit ticket zonder goede of foute antwoorden. Laat leerlingen één inzicht noemen dat voor hen bleef hangen.

Wat hielp jou het meest om dit te begrijpen?

Exit ticket gericht op metacognitie. Antwoorden kunnen gaan over de goochelaar, dialoog, voorbeelden van morele vragen of de drie stappen.

Begrippenlijst

Dialoog - Een gesprek waarbij je echt naar elkaar luistert en elkaar niet veroordeelt.

Moreel - Nadenken over wat goed en kwaad is.

Rationeel - Een verklaring zoeken met je gezonde verstand.

Verwondering - Je afvragen hoe iets kan en niet alles als vanzelfsprekend zien.

Onwetendheid - Durven toegeven dat je iets niet weet.

Deze slide heeft geen instructies