aie j'ai mal

Programme
Objectif d'apprentissage:
- Je kent de woorden die te maken hebben met het lichaam.
- Je kan aangeven dat je ziek bent.
- Je kan aangeven waar je last van hebt.
- Je kan adviezen geven.
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Programme
Objectif d'apprentissage:
- Je kent de woorden die te maken hebben met het lichaam.
- Je kan aangeven dat je ziek bent.
- Je kan aangeven waar je last van hebt.
- Je kan adviezen geven.

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Touche ...
Introduction chapitre 4

Lessonup

Fais les exercices!

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

le pharmacien(ne)
la gorge
le pied
la tête
le médecin
un sirop
l'hôpital
la radio
la pharmacie
les comprimés et les pastilles
l'opération

Slide 5 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Le corps humain
Nommez 3 parties du corps

Slide 6 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

j'ai mal à la jambe
j'ai mal à la tête
j'ai mal au ventre/ j'ai mal au coeur
j'ai mal à l'oreille
j'ai mal au dos

Slide 7 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aïe j'ai mal .....
Neem de zin over
en vul aan, waar heb je pijn?

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Kies een lichaamsdeel en français.
Zeg dat je hier pijn hebt.

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

 Sleep de Franse woorden naar het passende plaatje
le bras
la fièvre
le coeur
les yeux
Aïe j'ai mal
la bouche

Slide 10 - Sleepvraag

Sleep de Franse woorden naar het passende plaatje
Maar eerst ga ik de woorden voorlezen: L'heure, la passion, l'entrainement, gagner, un joueur, l'entraîneur, l'équipe. 

Remarque: Il faut que je lise d'abord les mots avant de lancer de sleep!

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gebiedende wijs in het Frans.
Maak zelf een zin waarin je een opdracht geeft.

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

les comprimés
je suis tombé(e)
la fièvre
le plâtre
je me suis fait mal

Slide 13 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

raak aan
beweeg
kijk
neem

Slide 14 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aïe je me suis fait mal
Je suis tombé de l'escalier

J'ai mal à la main
J'ai mal au pied
J'ai mal à l'épaule

Enfin, j'ai mal partout!

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

la santé
trois fois par jour
prenez le médicament
tomber malade
la maladie
restez au lit
appeler le docteur
de gezondheid
drie keer per dag
blijf in bed
ziek worden
de ziekte
neem het medicijn
de dokter bellen

Slide 16 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

la santé
l'hôpital
le médicament
tomber malade
la maladie
le médecin
le mal
de gezondheid
het ziekenhuis
de dokter
ziek worden
de ziekte
het medicijn
de pijn

Slide 20 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Le corps




A la pharmacie

Bonjour,
Je peux vous aider?
Vous avez mal où?

Chez le médecin

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

les comprimés
je suis tombé(e)
la fièvre
le plâtre
aux urgences

Slide 26 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

pijn hebben (aan) = avoir mal (à)

J'ai mal à la tête.
Tu as mal au bras.
Il a mal à l'oreille.
Nous avons mal aux yeux. 

Let op!
à + le > au
à + les > aux

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Hoe zeg je?
Zij heeft buikpijn.
A
Elle a mal au genou.
B
Elle a mal au ventre.
C
Elle a mal à la genou.
D
Elle a mal aux ventre.

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe zeg je?
Wij hebben pijn aan onze voeten.
A
Nous avons mal au pied.
B
Nous avons mal à la jambe.
C
Nous avons mal aux pieds.
D
Nous avons mal aux jambes.

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vouloir

Willen
  il/elle/on
  nous
  vous
  ils/elles
  tu
  je
voulons
veulent
veux
voulez
veux
veut

Slide 31 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

 pouvoir

kunnen
il/elle/on
nous
vous
ils/elles
tu
je/j'
                       peux
                  pouvez
                        peut
                       peux
                 peuvent
                pouvons

Slide 32 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Video

Deze slide heeft geen instructies