Check-in 8-4-26

Welkom allemaal!
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
BeveiligingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Welkom allemaal!

Slide 1 - Tekstslide

Check-in

Slide 2 - Tekstslide

Wat kan jou vandaag helpen om er een goede les van te maken?

Slide 3 - Woordweb

Programma
  • Lesdoelen
  • 3 stellingen
  • Samenwerkingsopdracht
  • Nabespreken opdracht
  • Afronding: exit-ticket + prijsje

Slide 4 - Tekstslide

Lesdoelen
  1. Je licht aan het einde van deze les de belangrijkste begrippen uit Hoofdstuk 16 (Strafbaarheid en strafuitsluiting) toe. 

  2. Je benoemt bij deze begrippen uit Hoofdstuk 16 een praktisch voorbeeld.

Slide 5 - Tekstslide

De Officier van Justitie bepaalt uiteindelijk of iemand terecht een beroep doet op een strafuitsluitingsgrond. 
Waar of niet waar?

Slide 6 - Tekstslide

Waar of niet waar?
Drank en drugs leveren bij een gepleegd feit geen ontoerekeningsvatbaarheid op. 

Slide 7 - Tekstslide

Het Wetboek van Strafrecht kent maar 2 manieren om gestraft te worden: als dader van een strafbaar feit en als medepleger van een misdrijf. 
Waar
of
Niet waar?

Slide 8 - Tekstslide

Samenwerkingsopdracht
  • Tweetallen
  • 1 setje begrippen (blauw) en 1 setje definities (groen)
  • Alle kaartjes door elkaar
  • Leg het juiste begrip bij de juiste definitie zonder hulpmiddel (boek etc.)
  • Bedenk alvast een voorbeeld per begrip!

  • Als eerste klaar? prijs!
  • Tijd: 5 minuten

Slide 9 - Tekstslide

Opzet
  • Willens en wetens handelen, gericht op het veroorzaken van   een verboden gevolg.

  • Voorbeeld: na een ruzie pakt een man een hamer uit de garage, loopt terug en slaat zijn vrouw op het hoofd

Slide 10 - Tekstslide

Schuld in ruime zin
  • Verzamelbegrip voor opzet en schuld in enge zin.

Slide 11 - Tekstslide

Schuld in enge zin
  • Grove nalatigheid waardoor een verboden gevolg ontstaat, zonder dat dit gewild was

  • Voorbeeld: een werknemer rijdt veel te hard door een bedrijfshal met een heftruck. Hij stoot een zware container om die op zijn collega valt, die daardoor overlijdt.

Slide 12 - Tekstslide

Poging
  •  Begin van uitvoering van een misdrijf, maar niet voltooid.

  • Voorbeeld: Een inbreker forceert een raam, maar vlucht zodra het alarm afgaat, voordat er spullen zijn gestolen.

Slide 13 - Tekstslide

Voorbereiding
  •  Handelingen ter voorbereiding van een ernstig misdrijf
    (≥ 8 jaar)

  • Voorbeeld: het kopen van een vuurwapen om een moord te plegen of maken van een plattegrond om een overval te plegen op een bank

Slide 14 - Tekstslide

Vrijwillige terugtreding
  •  Uit eigen wil stoppen voordat het misdrijf wordt voltooid.

  • Voorbeeld: Een inbreker staat met een breekijzer bij een achterdeur en heeft de deur al gedeeltelijk geforceerd. Op dat moment krijgt hij spijt of bedenkt hij zich dat hij dit niet wil doen. Hij laat het breekijzer vallen en loopt weg

Slide 15 - Tekstslide

Pleger
  •  Pleegt het strafbaar feit helemaal alleen (voert alle bestandsdelen zelfstandig uit)

  • Voorbeeld: Frits loopt een winkel binnen, pakt een dure telefoon en rent naar buiten. Frits pleegt de diefstal alleen.

Slide 16 - Tekstslide

Medepleger
  •   In bewuste en nauwe samenwerking met anderen een strafbaar feit uitvoeren.

  • Voorbeeld:  Twee personen slaan tegelijkertijd in op een slachtoffer. Beiden zijn medepleger van mishandeling.

Slide 17 - Tekstslide

Doenpleger
  •  Laat een ander het feit plegen door hem te dwingen of misleiden.

  • Voorbeeld:  Een kok (de doen-pleger) wil een gast vergiftigen en doet gif in een gerecht. Hij laat de ober (die van niets weet) het gerecht serveren. De ober pleegt geen doodslag, de kok is de doen pleger van moord/doodslag.

Slide 18 - Tekstslide

Uitlokker
  • Lokt een ander opzettelijk uit om een strafbaar feit te plegen.

  • Voorbeeld:  Persoon A betaalt persoon B 5.000 euro om de ruit van een concurrent in te slaan. A is de uitlokker. Persoon B is óók strafbaar, hij wéét dat dit niet mag.

Slide 19 - Tekstslide

Medeplichtige
  • Opzettelijk behulpzaam bij het plegen van een misdrijf of geeft vooraf middelen/inlichtingen.

  • Voorbeeld:  Een bankmedewerker vertelt een crimineel hoe het beveiligingssysteem werkt en wat de beste tijd is om te overvallen

Slide 20 - Tekstslide

Ontoerekeningsvatbaarheid
  • Geen schuld door gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens.

  • Voorbeeld:  Een moeder in een acute psychose gooit haar kind van een balkon.

Slide 21 - Tekstslide

Overmacht
  • Handelen door kracht, dwang of noodtoestand waaraan men redelijkerwijs geen weerstand kon bieden.

  • Voorbeeld:  Het forceren van een deur (vernieling) om iemand uit een brandend huis te redden.

Slide 22 - Tekstslide

Noodweer
  •  Verdediging tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanval op lijf, eerbaarheid of goed.

  • Voorbeeld:  Een inbreker bedreigt een bewoner, die de inbreker daarop direct met een honkbalknuppel buiten westen slaat. Dit is noodzakelijke verdediging van lijf en goed.

Slide 23 - Tekstslide

Noodweerexces
  • Overschrijding van noodzakelijke verdediging door hevige emotie tijdens noodweer

  • Voorbeeld:  De inbreker is al overmeesterd en ligt op de grond, maar de bewoner blijft uit blinde paniek en woede doorslaan. De noodweersituatie was voorbij, maar de overschrijding kwam door een "hevige gemoedsbeweging"

Slide 24 - Tekstslide

Wettelijk voorschrift
  • Handelen ter uitvoering van een wettelijk voorschrift waardoor het feit niet wederrechtelijk is.

  • Voorbeeld:  Een bevoegde opsporingsambtenaar gebruikt proportioneel en subsidiair geweld bij een aanhouding (op grond van Politiewet 2012)

Slide 25 - Tekstslide

Ambtelijk bevel
  • Handelen op bevel van bevoegd gezag waardoor het feit niet wederrechtelijk is.

  • Voorbeeld:  Een bevoegde opsporingsambtenaar regelt het verkeer bij een ongeval, en geeft het teken dat een aantal auto's door rood licht moeten rijden. Ze overtreden hiermee de wet, maar dit is gerechtvaardigd.

Slide 26 - Tekstslide

Eendaadse samenloop
  •  Eén gedraging valt onder meerdere strafbepalingen; zwaarste strafbepaling geldt.

  • Voorbeeld:  Vernieling tijdens poging tot diefstal; een ruit inslaan om in te breken is zowel vernieling als poging inbraak.

Slide 27 - Tekstslide

Lesdoelen behaald?
  1. Je licht aan het einde van deze les de belangrijkste begrippen uit Hoofdstuk 16 (Strafbaarheid en strafuitsluiting) toe. 

  2. Je benoemt bij deze begrippen uit Hoofdstuk 16 een praktisch voorbeeld.

Slide 28 - Tekstslide

Exit tickets + prijs

Slide 29 - Tekstslide