Rekenen & Schrijven | 21 okt

1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
TaalBasisschoolGroep 3,8

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Video

Deze slide heeft geen instructies

timer
5:00

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1.   blz 24
 
2. 
3. 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rekenen 
timer
2:30

Slide 8 - Tekstslide

Groepjes maken

De leerkracht noemt een paar namen op van kinderen die voor de klas, in een kring, mogen komen staan. Een voor een, zodat je ondertussen denktijd creëert voor de groep. Waarom moeten deze kinderen allemaal in de kring of voor de klas komen staan? Wat hebben ze hetzelfde? Bijvoorbeeld: spijkerbroek, rokje, paardenstaart, veters in schoenen, oorbellen enz. Degene die de overeenkomst ontdekt, mag vervolgens zelf een overeenkomst kiezen en kinderen met die overeenkomst voor de klas sturen.


Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1
4
3
2

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1
2

Slide 14 - Tekstslide

Groepjes maken

De leerkracht noemt een paar namen op van kinderen die voor de klas, in een kring, mogen komen staan. Een voor een, zodat je ondertussen denktijd creëert voor de groep. Waarom moeten deze kinderen allemaal in de kring of voor de klas komen staan? Wat hebben ze hetzelfde? Bijvoorbeeld: spijkerbroek, rokje, paardenstaart, veters in schoenen, oorbellen enz. Degene die de overeenkomst ontdekt, mag vervolgens zelf een overeenkomst kiezen en kinderen met die overeenkomst voor de klas sturen.

Slide 15 - Tekstslide

Groepjes maken

De leerkracht noemt een paar namen op van kinderen die voor de klas, in een kring, mogen komen staan. Een voor een, zodat je ondertussen denktijd creëert voor de groep. Waarom moeten deze kinderen allemaal in de kring of voor de klas komen staan? Wat hebben ze hetzelfde? Bijvoorbeeld: spijkerbroek, rokje, paardenstaart, veters in schoenen, oorbellen enz. Degene die de overeenkomst ontdekt, mag vervolgens zelf een overeenkomst kiezen en kinderen met die overeenkomst voor de klas sturen.
2
1
3

Slide 16 - Tekstslide

Groepjes maken

De leerkracht noemt een paar namen op van kinderen die voor de klas, in een kring, mogen komen staan. Een voor een, zodat je ondertussen denktijd creëert voor de groep. Waarom moeten deze kinderen allemaal in de kring of voor de klas komen staan? Wat hebben ze hetzelfde? Bijvoorbeeld: spijkerbroek, rokje, paardenstaart, veters in schoenen, oorbellen enz. Degene die de overeenkomst ontdekt, mag vervolgens zelf een overeenkomst kiezen en kinderen met die overeenkomst voor de klas sturen.
1.   1+2+3
 
2. 
3. 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rekenen 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies