cross

Zinsleer - herhaling

Zinsleer - herhaling
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecundair onderwijs

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Zinsleer - herhaling

Slide 1 - Tekstslide

Zet de stappen in de juiste volgorde.
Stap 1:
Stap 2:
Stap 3:
Stap 4:
Stap 5:
Stap 6:
Zoek de persoonsvorm.
Zoek het onderwerp.
Duid de zinsdelen aan.
Benoem het gezegde.
Duid het LV aan.
Duid het MV aan.

Slide 2 - Sleepvraag

Mogelijke zinsdelen
ZWW
HWW
KWW
LV
O
MV 
WWG
NWG
Zelfstandig werkwoord
- PV
- VD
- INF
ZWW = enige betekenisvolle werkwoord in de zin.
Hulpwerkwoord
- INF
- PV
HWW= helpt om een ZWW te vervoegen.
Koppelwerkwoord
Koppelt het naamwoordelijk deel aan het onderwerp.
ZWoBBeLS
Lijdend voorwerp
Het lijdend voorwerp ondergaat de handeling van het werkwoordelijk gezegde.
Wie/wat + WWG + O?
Onderwerp
Wie/wat + WWG?
Meewerkend voorwerp
Het meewerkend voorwerp duidt aan voor/aan wie/wat de handeling bedoeld is.
Aan/voor wie/wat + WWG + O + LV?
Werkwoordelijk gezegde
WWG bestaan uit alle werkwoorden in een zin en mogelijke niet-werkwoordelijke aanvullingen.
Niet-werkwoordelijke aanvullingen: wed. VNW, ADPV of een NWU.
Naamwoordelijk gezegde
Het naamwoordelijk gezegde bestaat uit alle werkwoorden van een zin en het naamwoordelijk deel. Er is enkel sprake van een naamwoordelijk gezegde als het zelfstandig werkwoord een koppelwerkwoord is.

Slide 3 - Tekstslide

Eerst eens samen oefenen op het bord!



Ik schrijf een brief naar haar.

Slide 4 - Tekstslide

Hij belde haar op.
Verdeel in zinsdelen.

Slide 5 - Tekstslide

Hij/ belde/ haar/ op.//
O
PV
ZWW
HWW
KWW
NWD
ADPV
VD
INF
LV
MV

Slide 6 - Sleepvraag

Hij belde haar op.

Wat is het gezegde?
A
NWG
B
WWG

Slide 7 - Quizvraag

De wilde eenden zijn ongelooflijk mooi.


Verdeel in zinsdelen.

Slide 8 - Tekstslide

De wilde eenden/ zijn/ ongelooflijk mooi.//
O
PV
ZWW
HWW
KWW
NWD
ADPV
VD
INF
LV
MV

Slide 9 - Sleepvraag

De wilde eenden zijn ongelooflijk mooi.
Wat is het gezegde?
A
NWG
B
WWG

Slide 10 - Quizvraag

Hij heeft jullie toetsen verbeterd.
Verdeel in zinsdelen.

Slide 11 - Tekstslide

Hij/ heeft/ jullie toetsen/ verbeterd.//
O
PV
ZWW
HWW
KWW
NWD
ADPV
VD
INF
LV
MV

Slide 12 - Sleepvraag

Hij heeft jullie toetsen verbeterd.

Wat is het gezegde?
A
NWG
B
WWG

Slide 13 - Quizvraag

Nu gaan we oefenen in de cursus, maar eerst...

Slide 14 - Tekstslide

Wat vonden jullie van deze werkvorm?
Schrijf 3 kernwoorden.

Slide 15 - Open vraag