omgaan met klanten

Taalklas
Dinsdag
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerkooppraktijkPraktijkonderwijsVoortgezet speciaal onderwijsLeerjaar 3

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Taalklas
Dinsdag

Slide 1 - Tekstslide

Welk seizoen is het in juli?
A
Herfst
B
Zomer
C
Lente
D
Winter

Slide 2 - Quizvraag

Wat voor seizoen is het?
A
lente
B
zomer
C
herfst
D
winter

Slide 3 - Quizvraag

Welk seizoen is april?
A
Winter
B
Zomer
C
Lente
D
Herfst

Slide 4 - Quizvraag

Wat is een SEIZOEN?
A
Lente
B
zomer
C
April
D
Oktober

Slide 5 - Quizvraag

omgaan met klanten

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Hoe noem je de klanten in een restaurant?
A
Cliënten
B
Gasten
C
Bezoekers
D
Klanten

Slide 8 - Quizvraag

Hoe noem je de klanten in een winkel?
A
Cliënten
B
Gasten
C
Bezoekers
D
Klanten

Slide 9 - Quizvraag

De klant is Koning 

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Wat betekent de klant is koning?
A
De klant draag een kroon.
B
De klant krijgt altijd zijn zin.
C
Je probeert een klant altijd meteen en zo goed mogelijk te helpen.
D
Die klant krijgt extra korting.

Slide 12 - Quizvraag

De klant mag alle producten zelf uit de schappen pakken en afrekenen bij de kassa.
A
Zelfbediening
B
Semi-zelfbediening
C
Bediening

Slide 13 - Quizvraag

klanten

Slide 14 - Woordweb

personeel

Slide 15 - Woordweb

Waarom gaan mensen naar een winkel?

Slide 16 - Open vraag

klanten gaan naar een winkel

-om gewoon rond te kijken

-om bewust een artikel te kopen

-om advies te vragen

-omdat een artikel in de aanbieding is

Slide 17 - Tekstslide

Hoe ga je met klanten om?

Slide 18 - Open vraag

omgaan met klanten

- klant aankijken

- met u aanspreken

- duidelijk Nederlands spreken

- altijd vriendelijk zijn

Slide 19 - Tekstslide

informeren

- je kunt alles uit je hoofd leren

- je kunt de klant een infoblad geven

- door de klant te wijzen op de info op de achterkant

-de klant doorverwijzen naar een collega


Slide 20 - Tekstslide

Informeren 
navraag doen
inlichtingen inwinnen
vragen naar
inlichten
kennis geven van

Slide 21 - Tekstslide

informeren

Ik informeer
jij informeert
wij informeren
Ik heb geinformeerd

Slide 22 - Tekstslide

Waarover kun je de klant in een winkel informeren/inlichtingen geven?

Slide 23 - Open vraag

informeren over een artikel

- veiligheidsvoorschriften

- onderhoud

- garantie

-service

Slide 24 - Tekstslide

Het is belangrijk beleefd te zijn, maar wat is er nog meer belangrijk?

Slide 25 - Open vraag

er verzorgd uitzien

klant aandacht geven


Slide 26 - Tekstslide

Een ontevreden klant
-Blijf beleefd
-Houd oogcontact
-Behandel de ander met respect
-Ga niet in discussie (welles-nietes), maar zeg dat je ziet dat de ander boos is
-Stel een grens aan het gedrag, wijs niet de persoon af

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Video

Slide 29 - Video


A
Kledingwinkel
B
Supermarkt
C
Bouwmarkt
D
Bloemenwinkel

Slide 30 - Quizvraag

Hoe kan je een klant helpen in een kledingwinkel?

Slide 31 - Open vraag


A
Dierenspeciaalzaak
B
Drogist
C
Tuincentrum
D
Supermarkt

Slide 32 - Quizvraag

Welke vragen kun je krijgen in een drogisterij?

Slide 33 - Open vraag

Bij welke winkelvorm hoort dit artikel
A
Supermarkt
B
Warenhuis
C
Bakker
D
Bouwmarkt

Slide 34 - Quizvraag

Bij welke winkelsoort hoort dit artikel?
A
Drogist
B
Supermarkt
C
Bakker
D
Speelgoedwinkel

Slide 35 - Quizvraag

Welke supermarkten ken jij?

Slide 36 - Open vraag

Supermarkt De Giraf
We gaan samen lezen.

Slide 37 - Tekstslide

We werken op Numo
Doelen

Slide 38 - Tekstslide