K7 E Grammatik

Leerdoel

Je kent de woorden van hoofdstuk 7
Je kent de bezittelijke voornaamwoorden en kunt deze toepassen. 
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Leerdoel

Je kent de woorden van hoofdstuk 7
Je kent de bezittelijke voornaamwoorden en kunt deze toepassen. 

Slide 1 - Tekstslide

Was machen wir heute?
1. Doelen bespreken
2. Uitleg over nieuwe grammatica
3. Oefenen

Slide 2 - Tekstslide

Het bezittelijk voornaamwoord 
Doel:
- Ik kan het bezittelijk voornaamwoord in het Duits benoemen    
- Ik kan het bezittelijk voornaamwoord in het Duits toepassen

Slide 3 - Tekstslide

De bezittelijke voornaamwoorden

Slide 4 - Tekstslide

Wat is een bezittelijk voornaamwoord?
(in het Nederlands)

Slide 5 - Open vraag

Slide 6 - Video

Wat is het bezittelijk voornaamwoord in deze zin?
Haar moeder heet Agnes
A
haar
B
moeder
C
heet
D
Agnes

Slide 7 - Quizvraag

Wat is het bezittelijk voornaamwoord in deze zin?
Hoe heet jouw oma?
A
Hoe
B
heet
C
jouw
D
oma

Slide 8 - Quizvraag

ich
ik
du
jij
er
hij
sie
zij (ev)
wir
wij
ihr
jullie
sie
zij (mv)
Sie
U
mein(e)
mijn
dein(e)
jouw
sein(e)
zijn
ihr(e)
haar
unser(e)
ons/onze
eu(e)r(e)
jullie
ihr(e)
hun
Ihr(e)
Uw
Persoonlijke voornaamwoorden
Bezittelijke voornaamwoorden

Slide 9 - Tekstslide

mannelijk
vrouwelijk
onzijdig
meervoud
der Mann
die Frau
das Kind
die Autos
ein Mann
eine Frau
ein Kind
keine Autos
mein Mann
meine Frau
mein Kind
meine Autos
Het geslacht van de zelfstandige naamwoorden
Het onbepaalde lidwoord ein- en het woord kein- krijgen bij vrouwelijke woorden en in het meervoud een -e.  Dat geldt ook voor de bezittelijke  voornaamwoorden.

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

1

Slide 12 - Video

Let op: bij vrouwelijke-woorden en meervouds-woorden krijg je een extra -e aan het bezitt.vnw.

meine Frau
deine Kinder

Slide 13 - Tekstslide

Het bezittelijk voornaamwoord

Slide 14 - Tekstslide

Pak je schrift en overschrijf de volgende bladzijde.

Slide 15 - Tekstslide

Laten we oefenen! Ga naar LessonUp.

Slide 16 - Tekstslide

Bezittelijk voornaamwoord:
mijn
A
sein(e)
B
ihr(e)
C
mein(e)
D
dein(e)

Slide 17 - Quizvraag

Bezittelijk voornaamwoord:
jouw
A
sein(e)
B
ihr(e)
C
mein(e)
D
dein(e)

Slide 18 - Quizvraag

Bezittelijk voornaamwoord:
zijn
A
sein(e)
B
ihr(e)
C
mein(e)
D
dein(e)

Slide 19 - Quizvraag

Bezittelijk voornaamwoord:
haar
A
sein(e)
B
ihr(e)
C
mein(e)
D
dein(e)

Slide 20 - Quizvraag

Wanneer krijgt het bezittelijk voornaamwoord een -e?

Slide 21 - Open vraag

Welke Duitse bezittelijk voornaamwoorden ken je?

Slide 22 - Woordweb

Bezittelijk voornaamwoord

In de volgende dia's ga je lezen/leren over het 
Duits bezittelijk voornaamwoord.
Lees en bestudeer het goed, want je gaat 
er daarna mee oefenen. 

Slide 23 - Tekstslide

Was gehört zusammen?
mijn
jouw
zijn
haar
onze
jullie
hun
uw
mein, meine
dein, deine
sein, seine
ihr, ihre
unser, unsere
euer, eure
ihr, ihre
Ihr, Ihre

Slide 24 - Sleepvraag

(jullie) Zeitung (v)
A
unser
B
eu(e)re
C
unsere
D
ihre

Slide 25 - Quizvraag

(haar) Hahn (m)
A
sein
B
seine
C
ihr
D
ihre

Slide 26 - Quizvraag

(onze) Cousin (m)
A
unser
B
unsere
C
euer
D
eure

Slide 27 - Quizvraag

(uw) Großeltern
A
ihr
B
ihre
C
Ihr
D
Ihre

Slide 28 - Quizvraag

(jouw) Buch (o)
A
sein
B
seine
C
dein
D
deine

Slide 29 - Quizvraag

Kies een van de werkbladen.
Blad 1
Blad 2 
Blad 3
Klaar? Maak E Grammatik (blz. 44 t/m 49)

Slide 30 - Tekstslide

Huiswerk
Maak E Grammatik (blz. 44 t/m 47)

Slide 31 - Tekstslide

Welke dingen heb je
geleerd vandaag?

Slide 32 - Woordweb

Welke 2 vragen heb je nog?

Slide 33 - Woordweb

Ende! Gut gemacht! :)

Slide 34 - Tekstslide