H1.2

MAVO 1
1.2 Jagers worden boer
Lesdoelen: in deze paragraaf leer je...
-Kun je uitleggen hoe het leven van de eerste boeren eruit zag.
-Kun je uitleggen welke gevolgen het ontstaan van de landbouw had.
-Kun je uitleggen hoe we het verleden indelen in verschillende perioden. 

1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

MAVO 1
1.2 Jagers worden boer
Lesdoelen: in deze paragraaf leer je...
-Kun je uitleggen hoe het leven van de eerste boeren eruit zag.
-Kun je uitleggen welke gevolgen het ontstaan van de landbouw had.
-Kun je uitleggen hoe we het verleden indelen in verschillende perioden. 

Slide 1 - Tekstslide

1.2 Jagers worden boer.
Het ontstaan van landbouw
Rond 11.000 v.C ontstond in het Midden-Oosten voor het eerst landbouw.
 
Landbouw= akkerbouw + veeteelt
Akkerbouw: Het verbouwen van plantaardig voedsel.
Veeteelt: Wilde dieren tam maken en fokken.

De verandering was voor de mensen zo groot, dat we spreken van een (landbouw)revolutie.

Paragraaf 1.2

Rond 11.000 v.C begon in het Midden-Oosten de landbouwrevolutie.

Landbouw= akkerbouw + veeteelt
Akkerbouw: Het verbouwen van plantaardig voedsel.
Veeteelt: Wilde dieren tam maken en fokken.

Akkerbouw

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Leg uit waarom boeren op 1 plek wonen.

Slide 4 - Open vraag

Boeren konden meer bezit hebben dan jagers-verzamelaars
A
waar
B
niet waar

Slide 5 - Quizvraag

Slide 6 - Video

1.2 Jagers worden boer.
Gevolgen van de landbouw
1. Blijven wonen op een vaste plek.
2. Stevige boerderijen i.p.v. eenvoudige hutten.
3. Er komen andere gebruiksvoorwerpen, zoals ploegen enz.

Deze overgang was zo groot dat we spreken van de landbouwrevolutie.      

Paragraaf 1.2

Rond 11.000 v.C begon in het Midden-Oosten de landbouwrevolutie.

Landbouw= akkerbouw + veeteelt
Akkerbouw: Het verbouwen van plantaardig voedsel.
Veeteelt: Wilde dieren tam maken en fokken.

Slide 7 - Tekstslide

Hoe kun je zien dat deze mensen jager-verzamelaars zijn?

Slide 8 - Woordweb

Hoe kun je zien dat deze mensen boer zijn?

Slide 9 - Woordweb

1.2 Jagers worden boer.
Het indelen van het verleden
Perioden:
1. Prehistorie : tot 3000 v.Chr.
2. Oudheid: 3000 v.Chr. - 500 n.Chr.
3. Middeleeuwen: 500 n.Chr. - 1500
4. Vroegmoderne tijd: 1500 - 1800
5. Moderne tijd: 1800 - nu
Paragraaf 1.2

Rond 11.000 v.C begon in het Midden-Oosten de landbouwrevolutie.

Landbouw= akkerbouw + veeteelt
Akkerbouw: Het verbouwen van plantaardig voedsel.
Veeteelt: Wilde dieren tam maken en fokken.

Slide 10 - Tekstslide

1.2 Jagers worden boer.
Het indelen van het verleden
De christelijke jaartelling begint bij het jaar 1.
- Geboorte van Christus
Dit is de meest gebruikte jaartelling,
maar...de geschiedenis begint natuurlijk niet pas bij het jaar 1!

Slide 11 - Tekstslide

Julius Caesar werd in 44 v. Chr. vermoord.

Hoeveel jaar is dat geleden?
A
2000 jaar geleden
B
2030 jaar geleden
C
2065 jaar geleden
D
2100 jaar geleden

Slide 12 - Quizvraag

1.2 Jagers worden boer.
Aan de slag!
- Kijk de opdr. 1.1 na met een rode kleur pen of potlood.
- Maak de gedeelde LessonUp af.
- Lees blz. 10-11 IB en maak Par. 1.2 opdr. 1 t/m 8 


Slide 13 - Tekstslide

Spelen de volgende perioden zich vóór of ná Christus af? Sleep ze naar de juiste plek.
Na Christus
Vóór Christus
1939-1945
212-200
100-44
1914-1918
492-379
1000-1500

Slide 14 - Sleepvraag

Zet de symbolen van de tijdvakken in de juiste volgorde
Tijd van Jagers en boeren
Tijd van Burgers en stoommachines
Tijd van Monniken en Ridders
Tijd van Televisie en Computer
Tijd van Ontdekkers en Hervormers
Tijd van Steden en Staten
Tijd van Pruiken en Revoluties
Tijd van Grieken en Romeinen
Tijd van Regenten en Vorsten
Tijd van Wereldoorlogen
Vroeger -------------------------------------------------------------------------------------------------------------> Nu

Slide 15 - Sleepvraag

Welke omschrijving hoort bij welk tijdvak?
tijdvak 1
tijdvak 2
tijdvak 3
tijdvak 4
tijdvak 5
tijdvak 6
tijdvak 7
tijdvak 8
tijdvak 9
tijdvak 10
Ontdekkers en hervormers
Steden en staten
Jagers en boeren
Grieken en Romeinen
Wereld- oorlogen
Televisie en computer
Pruiken en revoluties
Monniken en ridders
Regenten en vorsten
Burgers en stoommachines

Slide 16 - Sleepvraag

Bij welk van de woorden past deze afbeelding het best?
A
nomade
B
boer
C
landbouwsamenleving

Slide 17 - Quizvraag

Bij welk van de woorden past deze afbeelding het best?
A
Boer
B
samenleving van de jager-verzamelaars
C
landbouwrevolutie

Slide 18 - Quizvraag

De overgang van Jager-verzamelaar naar boer was een enorme verandering, we noemen dit daarom ook wel de.....
A
prehistorie
B
landbouwsamenleving
C
landbouwrevolutie

Slide 19 - Quizvraag

Bij welk begrip past deze afbeelding het best?
A
Jager-verzamelaar
B
landbouwsamenleving
C
historie

Slide 20 - Quizvraag

Door wie is deze uitspraak gedaan? " Morgen trekken we weer verder, we kunnen hier geen eten meer vinden. De dieren zijn ook al verder getrokken en wij gaan achter ze aan"
A
een Jager-verzamelaar
B
Een Boer

Slide 21 - Quizvraag

Door wie is deze uitspraak gedaan? " We wonen op een vaste plek in een huis, verder hebben we best veel bezittingen zoals potten en gereedschappen om het land mee te bewerken"
A
Een Jager-verzamelaar
B
Een Boer

Slide 22 - Quizvraag

Ok, landbouw...
Welke 'optelsom' is juist over landbouw?
A
akkerbouw + landbouw = veeteelt
B
landbouw + veeteelt = akkerbouw
C
veeteelt + akkerbouw = landbouw

Slide 23 - Quizvraag

Welke middelen van bestaan
hadden de mensen vóór
de Landbouwrevolutie?
A
Jagen en verzamelen
B
Jagen, verzamelen, akkerbouw en veeteelt
C
Akkerbouw en veeteelt
D
Verzamelen, akkerbouw en veeteelt

Slide 24 - Quizvraag

Welke middelen van bestaan
hadden de mensen
tijdens de Landbouwrevolutie?
A
Jagen en verzamelen
B
Jagen, verzamelen, akkerbouw en veeteelt
C
Akkerbouw en veeteelt
D
Verzamelen, akkerbouw en veeteelt

Slide 25 - Quizvraag