Bewegingsleer 2 - Les 6

Bewegingsleer 2
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
VoedingBewegingsleerMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Bewegingsleer 2

Slide 1 - Tekstslide

Weekplanning
  • Week 2: Herhaling Bewegingsleer 1
  • Week 3: Anatomie - Skelet & gewrichten
  • Week 4: Anatomie - Spieren & gewrichten
  • Week 5: Soorten bewegingen en bewegingsanalyses
  • Week 6: Biomechanica
  • Week 7: Invloed van training; belastbaarheid per doelgroep
    + uitleg eindopdracht
  • Week 8: Eindopdracht

Slide 2 - Tekstslide

Inhoud
  • Leerdoelen
  • Drie trainingsvormen
  • Belastbaarheid en factoren
  • Belastbaarheid per doelgroep
  • Voorbeelden geven
  • Uitleg eindopdracht

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen
Jij: 
  • Kunt het verschil uitleggen tussen krachttraining, duurtraining en training van spieruithoudingsvermogen; 
  • Kunt de effecten van krachttraining, duurtraining en training van spieruithoudingsvermogen op het lichaam toelichten;
  • Jij kunt uitleggen wat belastbaarheid is en welke factoren hier invloed op hebben (zoals leeftijd, trainingstoestand, voeding, slaap, stress en gezondheid); 
  • Kunt aangeven hoe de belastbaarheid verschilt tussen doelgroepen (beginnende sporters, jeugd, vrouwen vs. mannen, zwangere vrouwen en ouderen). 
  • Kunt voorbeelden geven van hoe een training of beweging aangepast kan worden aan de belastbaarheid van een specifieke doelgroep

Slide 4 - Tekstslide

Drie vormen van training
  • Krachttraining
  • Duurtraining
  • Spieruithoudingsvermogen

Slide 5 - Tekstslide

Krachttraining
Focus ligt op: Maximale kracht, spiermassa

  • Doel: Het vergroten van je maximale spierkracht, het dikker maken van spiervezels (spierhypertrofie) en het verbeteren van je zenuwsturing.
  • Aanpak: Je traint met een hoog gewicht (zware weerstand) en een laag aantal herhalingen per set (vaak tussen de 1 en 8–12 herhalingen). Vaak 2-3 sets per oefening; Frequentie: minimaal 2x per week. 
  • Rust: Langere rusttijden tussen de sets (1 tot 3 minuten) zodat je spieren weer kunnen herstellen.

Slide 6 - Tekstslide

Duurtraining
Focus ligt op: Cardio, conditie

  • Doel: Het verbeteren van je algemene uithoudingsvermogen (hart- en longfunctie), het vergroten van je cardiovasculaire capaciteit en vetverbranding.
  • Aanpak: Je voert een cyclische beweging (zoals hardlopen, fietsen, zwemmen of roeien) gedurende een langere tijd uit op een lagere tot matige, constante intensiteit.
  • Rust: Geen sets; het is een doorlopende inspanning van 20 minuten tot enkele uren.

Slide 7 - Tekstslide

Spieruithoudingsvermogen
Focus ligt op: Een spier lang kunnen laten werken

  • Doel: Het vermogen van een specifieke spier om een beweging of contractie langdurig vol te houden zonder dat deze verzuurt of opgeeft.
  • Aanpak: Je gebruikt een relatief licht gewicht of lage weerstand en voert een hoog aantal herhalingen uit (vaak 15 tot 30+ herhalingen per set, of tijdsgebonden sets).
  • Rust: Korte rusttijden tussen de sets (30 tot 60 seconden).

Slide 8 - Tekstslide

Vergelijking van de drie vormen van training
Krachttraining
Duurtraining
Spieruithoudings-vermogen
Doel
Spieren sterker maken
Hart, longen en bloedvaten conditioneel verbeteren
Een spier lang kunnen laten werken
Belasting
Hoog
Matig, langdurig
Lichter
Weerstand/gewicht
Zwaar: 70 - 85%+ van 1RM
Geen / eigen lichaamsgewicht / cardio-apparaat
Licht tot matig: 40-60% van 1RM
Volume
Weinig herhalingen (1-12); 2 tot 3 sets per oefening; minstens 2 keer per week
Lange duur (20 min. tot enkele uren)
Veel herhalingen (15 tot 30+) of tijdsgebonden sets
Voorbeeld
Bankdrukken, squats, deadlifts
Hardlopen, wielrennen, zwemmen
Wall-balls, high-rep lunges, push-ups

Slide 9 - Tekstslide

Effecten op het lichaam
Krachttraining
  • Sterke spieren: meer spiermassa en kracht
  • Sterkere botten (spier- en botversterkende activiteit); hogere botdichtheid
Duurtraining
  • Sterker hart: groter slagvolume en hartminuutvolume
  • Grotere longcapaciteit
  • Hoger aeroob vermogen
  • Lagere hartslag bij dezelfde inspanning
  • Betere doorbloeding: meer haarvaatjes in de spier
Spieruithouding
  • Spier raakt later vermoeid: hogere melkzuurtolerantie
  • Betere doorbloeding van de spier
  • Efficiënter zuurstofgebruik in de spiervezel

Slide 10 - Tekstslide

Welke trainingsvorm past bij een cliënt die een sterkere rug wil, en welke bij een cliënt die moe wordt van traplopen?

Slide 11 - Woordweb

Opdracht 1: Kaartjes sorteren
  1. Leg de drie kolomkaarten naast elkaar.
  2. Sorteer de 12 trainingskaartjes onder de juiste trainingsvorm.
  3. Bespreek per kaartje waarom het daar hoort.
  4. Noteer de kaartjes waar jullie over twijfelen.

timer
6:00

Slide 12 - Tekstslide

Inhoud
  • Leerdoelen
  • Drie trainingsvormen
  • Belastbaarheid en factoren
  • Belastbaarheid per doelgroep
  • Voorbeelden geven
  • Uitleg eindopdracht

Slide 13 - Tekstslide

Belasting vs. belastbaarheid
  • Belasting = de last die je lichaam daadwerkelijk te verdragen krijgt.
  • Belastbaarheid = de last die je lichaam kan dragen zonder dat dit (extra) klachten of negatieve gevolgen geeft. 

Bij 'last' kunnen we zowel van fysiek als van 
mentaal spreken.


Slide 14 - Tekstslide

Belastbaarheid
Optimale balans:
  • Te weinig belasting → geen vooruitgang, prestatie blijft gelijk of neemt af.
  • Passende belasting → lichaam past zich aan → prestatie verbetert.
  • Te hoge belasting → herstel tekort, risico op blessures, prestatie daalt.

Factoren die belastbaarheid beïnvloeden: trainingservaring, voeding, slaap, stress, leeftijd, gezondheid.

Slide 15 - Tekstslide

Welke factoren kunnen belastbaarheid beïnvloeden?

Slide 16 - Woordweb

Factoren die belastbaarheid beïnvloeden
  • Leeftijd
  • Trainingstoestand/trainingservaring
  • Voeding
  • Slaap
  • Stress
  • Gezondheid

Slide 17 - Tekstslide

Casus: Twee cliënten, hetzelfde schema.
Anna: 35 jaar, traint al 2 jaar (hardlopen). Slaapt gemiddeld 8 uur per nacht, ervaart weinig stress.
Bram: 35 jaar, traint al 5 jaar (hardlopen). Slaapt deze week gemiddeld 5 uur per nacht, veel stress door een deadline.
Vraag: Wie heeft deze week een lagere belastbaarheid, en wat betekent dat voor je advies?
A

Slide 18 - Quizvraag

Casus: Twee cliënten, hetzelfde schema.
  • Anna: 35 jaar, traint al 2 jaar (hardlopen). Slaapt gemiddeld 8 uur per nacht, ervaart weinig stress. 
  • Bram: 35 jaar, traint al 5 jaar (hardlopen). Slaapt deze week gemiddeld 5 uur per nacht, veel stress door een deadline. 

Vraag: Wie heeft deze week een lagere belastbaarheid, en wat betekent dat voor je advies?

Slide 19 - Tekstslide

Inhoud
  • Leerdoelen
  • Drie trainingsvormen
  • Belastbaarheid en factoren
  • Belastbaarheid per doelgroep
  • Voorbeelden geven
  • Uitleg eindopdracht

Slide 20 - Tekstslide

Belastbaarheid per doelgroep
  • Hoe kan je de belastbaarheid op de doelgroep afstemmen? 
  • Waar let je op?
  • Welke 'knoppen' heb je om aan te draaien? 
  • Wat is hun doel? 
  • Welke vorm van sport kies je? --> Denk terug aan Bewegingsleer 1
     -  Kinderen --> spelvorm (plezier)
     -  Jeugd --> bijv. meer competitie
     -  Beginnende sporter --> drempel niet te hoog
     -  Ouderen --> zelfredzaamheid, gezond oud worden
     -  Zwangere vrouwen --> gezondheid moeder en kind

Slide 21 - Tekstslide

Opdracht 3: Belastbaarheid per doelgroep
Beantwoord de volgende vragen: 

  1. Wat is kenmerkend voor deze doelgroep? 
  2. Waar let je voor deze doelgroep op bij training? 
  3. Wanneer verwijs je door en naar wie?

Werk per duo twee doelgroepen uit. 
Vijf doelgroepen: 
  1. Beginnende sporter
  2. Jeugd
  3. Vrouwen vs. mannen (volwassenen)
  4. Zwangere vrouwen
  5. Ouderen

Slide 22 - Tekstslide

Inhoud
  • Leerdoelen
  • Drie trainingsvormen
  • Belastbaarheid en factoren
  • Belastbaarheid per doelgroep
  • Voorbeelden geven
  • Uitleg eindopdracht

Slide 23 - Tekstslide

Opdracht 4: Training aanpassen met FITT
Er volgen 4 casussen. Werk één casus uit. Vul hiervoor de FITT-tabel met één aanpassing per onderdeel en leg uit waarom die past bij de belastbaarheid van de cliënt.  
F = Frequentie (hoe vaak)
I = Intensiteit (hoe zwaar)
T = Tijd (hoe lang)
T = Type (welke oefeningen)

Slide 24 - Tekstslide

Opdracht 4: Training aanpassen met FITT
Casus C: Jesse
15 jaar, groeit hard, wil graag krachttrainen omdat vrienden dat ook doen. Heeft nog nooit getraind.

Casus D: Rick
45 jaar, kantoorbaan, beweegt vrijwel niet, wil afvallen. Heeft last van vermoeidheid in de middag en slaapt onregelmatig.
Casus A: Mevrouw De Vries
85 jaar, wil weer zelfstandig uit haar stoel kunnen opstaan zonder handen te gebruiken. Ze beweegt weinig en voelt zich snel onzeker op haar benen.

Casus B: Sanne
30 jaar, 20 weken zwanger (tweede trimester), geen complicaties, sportte altijd twee keer per week en wil blijven bewegen.

Slide 25 - Tekstslide

Opdracht 4: Training aanpassen met FITT
Vul voor jouw casus onderstaande tabel in: 

Slide 26 - Tekstslide

Leerdoelen
Jij: 
  • Kunt het verschil uitleggen tussen krachttraining, duurtraining en training van spieruithoudingsvermogen; 
  • Kunt de effecten van krachttraining, duurtraining en training van spieruithoudingsvermogen op het lichaam toelichten;
  • Jij kunt uitleggen wat belastbaarheid is en welke factoren hier invloed op hebben (zoals leeftijd, trainingstoestand, voeding, slaap, stress en gezondheid); 
  • Kunt aangeven hoe de belastbaarheid verschilt tussen doelgroepen (beginnende sporters, jeugd, vrouwen vs. mannen, zwangere vrouwen en ouderen). 
  • Kunt voorbeelden geven van hoe een training of beweging aangepast kan worden aan de belastbaarheid van een specifieke doelgroep

Slide 27 - Tekstslide

Weekplanning
  • Week 2: Herhaling Bewegingsleer 1
  • Week 3: Anatomie - Skelet & gewrichten
  • Week 4: Anatomie - Spieren & gewrichten
  • Week 5: Soorten bewegingen en bewegingsanalyses
  • Week 6: Biomechanica
  • Week 7: Invloed van training; belastbaarheid per doelgroep
    + uitleg eindopdracht
  • Week 8: Eindopdracht

Slide 28 - Tekstslide

Huiswerk
Voeg de kennis/stof van deze week weer toe aan jouw overzicht/samenvatting/infographic van dit vak. 

Slide 29 - Tekstslide

TOEVOEGEN
NOG UITWERKEN

Doelgroepen uitdiepen (eindopdracht?!)

Trainingstoestand= beginsituatie
Doelgroepen -> Spelvorm bij kinderen, competitie bij jeugd, gezondheid (gezond oud worden) bij ouderen, bij zwangeren goed voor het kind + lichaam 
--> Studenten zelf uitzoeken 

Slide 30 - Tekstslide

Voorbeelduitwerkingen 
Opdr. 3 + 4 

Slide 31 - Tekstslide

Opdracht 3: Belastbaarheid per doelgroep - Uitwerking
Bronnen: Gezondheidsraad 2017; ACSM 2026; Lloyd 2014; Roberts 2020; umbrella review cyclusfase 2023

Slide 32 - Tekstslide

Opdracht 4: Training aanpassen met FITT - Uitwerking
Antwoorden zijn voorbeelden. De keuze goed onderbouwen vanuit belastbaarheid is het belangrijkst. 

Slide 33 - Tekstslide