lesplan

Verkenning van de Islam

Wil je met dit lesplan aan de slag? Klik op de knop hieronder om een eigen kopie te maken in 'Mijn Lessen'. Vervolgens kun je de lessen aanpassen naar jouw wensen.

Deze module verkent de oorsprong, de kernbegrippen (zoals de Vijf Zuilen), de Koran, diverse stromingen en de historische invloed van de Islam.
Doelgroep:
Leerlingen van de middelbare school, bovenbouw.

Tijdsduur:
8 lessen van 45 minuten.

Inclusief toets.



Burgerschapsdoelen die aan bod komen:
  • Zelfbewustzijn: Reflectie op eigen religieuze en culturele overtuigingen.
  • Respect & Intercultureel Bewustzijn: Waardering voor islamitische tradities, geschiedenis en interne diversiteit.
  • Kritisch Denken: Analyse van religieuze ontwikkelingen, leiderschap, teksten en waarden.
  • Maatschappelijke Betrokkenheid: Herkennen van sociale cohesie door rituelen en begrip van mondiale invloed.
Deze lessenserie biedt ook de mogelijkheid voor zelfstandig leren door de leerlingen. Elk onderdeel van de les is ingesproken en beschikbaar gesteld, waardoor leerlingen de les zelfstandig kunnen beluisteren indien gewenst.

Les 1. Oorsprong van de Islam: De Openbaring aan Mohammed

Leerdoelen:
  • De leerling kent de originele benaming van Saoedi-Arabië en weet welke vorm van religie zij hadden in de tijd van Mohammed.
  • De leerling kan uitleggen hoe de Islam is ontstaan.
  • De leerling is in staat om een duidelijke beschrijving te geven van het leven van Mohammed.
  • De leerling weet de bijzonderheden over Mekka en Medina uit de tijd van Mohammed.
  • De leerling weet wie Abraham, Izaäk en Ismaël waren.
Inhoud:
  • Oorsprong van Saoedi-Arabië: de oorspronkelijke benaming Arabië en de religies die daar bestonden vóór de islam, zoals het polytheïsme.
  • Ontstaan van de Islam: hoe de islam begon in de tijd van Mohammed.
  • Mohammed: zijn leven, belangrijke gebeurtenissen en betekenis voor de islam.
  • Mekka en Medina: belangrijke steden in het leven van Mohammed en in het ontstaan van de islam.
  • Abraham, Izaäk en Ismaël: hun rol en betekenis binnen religies.

Les 2. Mohammed en de Vier Kaliefen: Leiderschap na Mohammed

Leerdoelen:
  • De leerling kan uitleggen wie de eerste opvolgers van Mohammed waren, zoals Abu Bakr, Umar, Uthman en Ali.
  • De leerling kan uitleggen hoe de twee belangrijkste stromingen binnen de islam, Soennieten en Sjiieten, zijn ontstaan en wat de belangrijkste verschillen zijn.
  • De leerling kan uitleggen wie Hussein was en welke rol de zonen van Ali spelen in de islamitische geschiedenis.
  • De leerling kan uitleggen wat de Slag bij Karbala was en waarom dit een belangrijke gebeurtenis is.
  • De leerling kan uitleggen wat het Ashura is en hoe deze wordt herdacht.

Inhoud:
  • Mohammed: de profeet van de islam en de belangrijkste leider in het ontstaan van de islam.
  • Abu Bakr: de eerste opvolger van Mohammed en de eerste leider van de islam na zijn dood.
  • Umar: de tweede kalief, bekend om het versterken en uitbreiden van de islamitische staat.
  • Uthman: de derde kalief, bekend omdat hij de Koran liet samenstellen tot één boek.
  • Ali: de vierde kalief, neef en schoonzoon van Mohammed.
  • Soennieten: de stroming die vindt dat leiders gekozen mogen worden door de gemeenschap.
  • Sjiieten: de stroming die gelooft dat leiders uit de familie van Ali moeten komen.
  • Hussein: de kleinzoon van Mohammed en zoon van Ali.
  • Slag bij Karbala: een belangrijke veldslag waarbij Hussein werd gedood, wat een groot verschil in de islam veroorzaakte.
  • Ashura: een herdenkingsdag waarop het lijden en de dood van Hussein wordt herdacht.

Les 3. De Vijf Zuilen van de Islam: Fundamentele Plichten van een Moslim

Leerdoelen:
  • De leerling kan het overzicht van de Vijf Zuilen van Islam uitleggen en hun betekenis voor moslims beschrijven.
  • De leerling kan de Shahada, Salat, Zakat, Sawm en Hajj benoemen en uitleggen wat ze inhouden.
  • De leerling kan uitleggen waarom de Vijf Zuilen belangrijk zijn in het dagelijks leven van moslims.
  • De leerling kan het verschil uitleggen tussen Eid al-Fitr en Eid al-Adha.
  • De leerling kan uitleggen hoe deze twee feesten worden gevierd en wat hun betekenis is binnen de islam.

Inhoud:
  • Overzicht van de Vijf Zuilen van Islam en hun betekenis voor moslims: zij vormen de basis van het geloof en het dagelijks religieus leven.
  • De Vijf Zuilen bestaan uit de Shahada, Salat, Zakat, Sawm en Hajj, die samen de belangrijkste verplichtingen van een moslim vormen.
  • Shahada: de geloofsbelijdenis dat er geen god is behalve Allah en dat Mohammed zijn profeet is.
  • Salat: het ritueel gebed dat vijf keer per dag wordt uitgevoerd in de richting van Mekka.
  • Zakat: de verplichting om een deel van je bezit te geven aan mensen die het nodig hebben.
  • Sawm: het vasten tijdens de maand Ramadan van zonsopgang tot zonsondergang.
  • Hajj: de bedevaart naar Mekka die elke moslim minstens één keer in zijn leven zou moeten maken als dat mogelijk is.
  • Eid al-Fitr: het kleine feest dat het einde van de Ramadan markeert en wordt gevierd met gebed, eten, cadeaus en liefdadigheid.
  • Eid al-Adha: het grote feest dat de bereidheid van Ibrahim om zijn zoon te offeren herdenkt en wordt gevierd met gebed, het offeren van een dier en het delen van voedsel.

Les 4. De Koran: Het Heilige Boek van de Islam

Leerdoelen:
  • De leerling kan de betekenis van de Koran voor moslims uitleggen.
  • De leerling weet wat een soera is.
  • De leerling kan de ontstaansgeschiedenis van de Koran beschrijven.
  • De leerling kan de inhoud van de Koran benoemen.
  • De leerling weet hoe moslims omgaan met de Koran.
  • De leerling kan de relatie tussen de Koran en de Bijbel uitleggen.
  • De leerling kan uitleggen wat de Soenna en de Hadith zijn.
  • De leerling weet wat de sharia is.
  • De leerling kan aangeven wat de ummah betekent voor moslims.

Inhoud:
  • Openbaring van de Koran: Aard van de openbaring aan Mohammed.
  • Structuur en Inhoud: Verzen (ayat), hoofdstukken (sura's), thema's en boodschappen.
  • Soenna en Hadith: Voorbeelden en uitspraken van Mohammed; uitleg bij de Koran.
  • Sharia: Islamitische wet gebaseerd op Koran en soenna.
  • Ummah: Wereldwijde gemeenschap van moslims; saamhorigheid en solidariteit.

Les 5. Stromingen binnen de Islam: Diversiteit en Interpretatie

Leerdoelen:
  • De leerling kan de belangrijkste standpunten van verschillende islamitische stromingen beschrijven, waaronder Soefisme, Sjiisme, Alevitisme, Wahhabisme en Salafisme, en uitleggen hoe deze stromingen verschillen in hun interpretatie van de islam en religieuze praktijk.
  • De leerling kan de begrippen fundamentalisme, jihad en islamisme binnen de islam uitleggen en beschrijven hoe deze in verschillende contexten worden geïnterpreteerd.
  • De leerling kan onderscheid maken tussen de grote jihad (al-jihad al-akbar) als de innerlijke, persoonlijke strijd om een goed en moreel leven te leiden, en de kleine jihad (al-jihad al-asghar) als de uiterlijke strijd, die bijvoorbeeld zelfverdediging of bescherming van de moslimgemeenschap onder bepaalde omstandigheden kan inhouden.
Inhoud:
  • Soefisme: een mystieke stroming binnen de islam die zich richt op spiritualiteit, innerlijke beleving en een persoonlijke relatie met God.
  • Sjiisme: een stroming binnen de islam die gelooft dat het leiderschap binnen de familie van Ali en Mohammed moet blijven.
  • Alevitisme: een religieuze stroming binnen de islam met eigen rituelen en een meer symbolische en spirituele benadering van het geloof.
  • Wahhabisme: een strenge en conservatieve stroming die terug wil naar de oorspronkelijke bronnen van de islam.
  • Salafisme: een stroming binnen de islam die het leven van de eerste generaties moslims als voorbeeld neemt.
  • Fundamentalisme: een strikte en letterlijke uitleg van religieuze teksten en regels.
  • Islamisme: een politieke stroming die de islam als basis wil gebruiken voor overheid en samenleving.
  • Grote jihad: de innerlijke strijd van een moslim om goed en moreel te leven.
  • Kleine jihad: de uiterlijke strijd, bijvoorbeeld zelfverdediging of bescherming van de gemeenschap.

Les 6. Rituelen rondom Geboorte, Huwelijk en Overlijden in de Islam

Leedoelen:
  • De leerling kan minimaal twee islamitische rituelen bij een geboorte noemen en uitleggen.
  • De leerling kan beschrijven hoe een islamitisch huwelijk verloopt.
  • De leerling kan uitleggen welke rituelen horen bij een islamitisch overlijden.
  • De leerling kan overeenkomsten en verschillen noemen tussen deze drie levensmomenten.
  • De leerling kan respectvol praten over religieuze rituelen.
Inhoud:
  • Adhaan: de islamitische oproep tot gebed, die vaak in het oor van een pasgeboren baby wordt gefluisterd als zegen.
  • Besnijdenis in de islam: een religieuze praktijk die vaak kort na de geboorte wordt uitgevoerd als teken van geloof en zuiverheid.
  • Ghusl: een volledige rituele wassing die wordt uitgevoerd ter reiniging vóór het gebed of andere religieuze handelingen.
  • Mahr: het verplichte geschenk van de bruidegom aan de bruid in een islamitisch huwelijk, dat eigendom is van de bruid.
  • Mekka: de heiligste stad in de islam, waar moslims de bedevaart (Hajj) uitvoeren.
  • Djannah: het islamitische begrip van het paradijs, beschreven als de eeuwige beloning na de dood.
  • Paradijs: het idee van een plaats van eeuwig geluk na de dood.
  • Ritueel: een religieuze ceremonie die bestaat uit vaste handelingen die in een bepaalde volgorde en met een bepaalde betekenis worden uitgevoerd.

Les 7 . De Moskee: Centrum van Gemeenschap en Spiritualiteit

Leerdoelen:
  • De leerling begrijpt wat de rol van de moskee is voor de islamitische gemeenschap.
  • De leerling kan de betekenis van de volgende begrippen uitleggen: Mihrab, Minbar, Minaret, en Imam.
  • De leerling kan aangeven wat de functie is van de vrouwenruimte in een moskee.

Inhoud:
  • Mosque: een plek waar moslims samenkomen om te bidden en religieuze activiteiten uit te voeren. Het is ook een belangrijk centrum voor de gemeenschap.
  • Mihrab: een nis in de muur van de moskee die de richting van Mekka aangeeft, zodat moslims weten welke kant zij op moeten bidden.
  • Minbar: een verhoogde plaats in de moskee waar de imam een preek (khuṭba) houdt tijdens het vrijdaggebed.
  • Minaret: een toren van de moskee van waaruit de oproep tot gebed (adhan) wordt gedaan.
  • Imam: een persoon die de gebeden leidt en de gemeenschap begeleidt in religieuze zaken.
  • Salat: het rituele gebed dat moslims meerdere keren per dag uitvoeren, vaak gezamenlijk in de moskee.
  • Vrouwenruimte: een aparte of aangewezen plek in de moskee waar vrouwen kunnen bidden en deelnemen aan religieuze activiteiten met voldoende privacy en ruimte.
  • Functie van de moskee: de moskee is niet alleen een gebedsruimte, maar ook een sociaal en educatief centrum voor de islamitische gemeenschap, waar mensen samenkomen voor leren, ontmoeting en ondersteuning.

Les 8. Islam als Wereldrijk: Verspreiding en Culturele Invloed

Leerdoelen:
  • De leerling kan de belangrijkste ontwikkelingen in de islamitische wereld begrijpen vanaf de Umayyad-dynastie tot de hervormingen van Atatürk.
  • De leerling kan belangrijke politieke, culturele en religieuze veranderingen beschrijven, waaronder de Abbasidische dynastie en het Ottomaanse Rijk.
  • De leerling kan het belang uitleggen van plaatsen zoals Bagdad en van belangrijke gebeurtenissen zoals de Kruistochten.
  • De leerling kan de islamitische Gouden Eeuw uitleggen en het belang ervan voor wetenschap en cultuur.
  • De leerling kan verbanden leggen tussen de islamitische geschiedenis en de moderne wereld.

Inhoud:
  • Umayyad-dynastie: de eerste grote islamitische dynastie die het islamitische rijk sterk uitbreidde en het bestuur centraliseerde.
  • Abbasidische dynastie: een islamitische dynastie die bekendstaat om de Gouden Eeuw, waarin wetenschap, cultuur en handel sterk bloeiden.
  • Bagdad: de hoofdstad van het Abbasidische rijk en een belangrijk centrum voor kennis, wetenschap en cultuur.
  • Kruistochten: een reeks religieuze oorlogen tussen christenen en moslims om controle over het Heilige Land.
  • Ottomaanse Rijk: een groot en machtig islamitisch rijk dat delen van Europa, Azië en Afrika beheerste.
  • Atatürk: de leider die Turkije moderniseerde en hervormde na de val van het Ottomaanse Rijk.
  • Islamitische Gouden Eeuw: een periode van grote wetenschappelijke, culturele en economische bloei binnen de islamitische wereld.