Duur: 30 minuten
Thema: Van droom naar SMART-doel
Limitless: Motivation
Doel van de les
Leerlingen leren het verschil tussen een droom en een doel en formuleren een persoonlijk SMART-doel. Ze denken na over waarom dit doel voor hen belangrijk is en welke eerste stap zij kunnen zetten om eraan te werken.
Lesdoelen
Na deze les kan de leerling:
het verschil uitleggen tussen een droom en een doel;
uitleggen waar SMART voor staat;
herkennen of een doel SMART geformuleerd is;
een eigen SMART-doel formuleren;
uitleggen waarom dit doel voor hem/haar belangrijk is;
een concrete eerste stap formuleren;
het doel vastleggen in Simulise.
Theorie voor de docent
Droom en doel
Een droom is iets wat je graag zou willen bereiken. Een droom geeft richting en kan motiveren, maar is vaak nog algemeen.
Een doel maakt concreet waar je naartoe wilt werken. Door een droom om te zetten in een doel wordt duidelijker wat je wilt bereiken en wat daarvoor nodig is.
Een droom is dus niet verkeerd: een droom kan het vertrekpunt zijn voor een doel.
SMART-doelen
Leerlingen gebruiken SMART om hun doel concreet te formuleren:
S – Specifiek: Wat wil ik precies bereiken?
M – Meetbaar: Hoe weet ik of het gelukt is?
A – Acceptabel: Past het doel bij mij en sta ik erachter?
R – Realistisch: Is het doel haalbaar?
T – Tijdgebonden: Wanneer wil ik het bereikt hebben?
Jim Kwik – Motivation
Binnen Limitless gebruikt Jim Kwik Mindset – Motivation – Methods als kapstok. Deze les sluit vooral aan bij Motivation.
Een concreet doel alleen is niet altijd voldoende om in beweging te komen. Het helpt wanneer een leerling weet waarom hij of zij iets wil bereiken.
Daarom voegen we aan SMART twee vragen toe:
Waarom is dit doel belangrijk voor mij?
Wat is mijn eerste stap?
De opbouw wordt daarmee:
Droom → SMART-doel → Waarom → Eerste stap
Lesverloop
0–4 minuten – Droom of doel?
Start met de vraag:
Wat is volgens jou het verschil tussen een droom en een doel?
Bespreek enkele antwoorden en laat een paar voorbeelden zien. Laat leerlingen bepalen: droom of doel?
4–8 minuten – Van droom naar doel
Bespreek dat een droom richting geeft, maar dat je een droom concreter moet maken om eraan te kunnen werken.
Voorbeeld:
Droom: Ik wil beter worden op school.
Doel: Ik wil voor de kerstvakantie mijn gemiddelde voor Engels verhogen naar een 7.
Bespreek wat het tweede voorbeeld concreter maakt.
8–13 minuten – SMART
Bespreek kort waar SMART voor staat.
Laat vervolgens een doel zien en controleer dit samen:
Is het specifiek?
Is het meetbaar?
Is het acceptabel?
Is het realistisch?
Is het tijdgebonden?
13–17 minuten – Waarom wil je dit?
Maak de koppeling met Motivation uit Limitless.
Vraag:
Stel dat je een perfect SMART-doel hebt, maar het interesseert je eigenlijk helemaal niet. Hoe groot is dan de kans dat je eraan blijft werken?
Introduceer vervolgens:
Waarom is jouw doel belangrijk voor jou?
Laat leerlingen kort nadenken over het verschil tussen een doel dat iemand anders belangrijk vindt en een doel dat voor henzelf betekenis heeft.
17–25 minuten – Mijn eigen doel
Leerlingen formuleren een persoonlijk doel.
Ze beantwoorden:
Wat is mijn droom of wens?
Wat is mijn SMART-doel?
Waarom is dit doel belangrijk voor mij?
Wat is mijn eerste stap?
Loop rond en help leerlingen hun doel concreet te maken.
Vraag bij een vaag doel steeds:
Wat bedoel je precies?
Hoe kun je straks zien dat het gelukt is?
Wanneer wil je dit bereikt hebben?
Waarom wil jij dit?
Wat kun je als eerste doen?
25–28 minuten – Simulise
Leerlingen verwerken hun doel in hun portfolio in Simulise.
Laat minimaal vastleggen:
Mijn SMART-doel:
…
Waarom dit belangrijk voor mij is:
…
Mijn eerste stap:
…
28–30 minuten – Exit-ticket
Laat leerlingen beantwoorden:
Wat is de eerste stap die jij gaat zetten om aan jouw doel te werken?
Kern voor deze les
Leerlingen hoeven na deze les niet alleen een correct SMART-doel te hebben. Ze moeten begrijpen dat er een lijn zit van:
Ik droom ergens van → ik maak het concreet → ik weet waarom ik het wil → ik kom in actie.
Het eindproduct van de les is een persoonlijk SMART-doel met een waarom en een eerste stap, vastgelegd in Simulise.