Ik kan woon- en leefruimtes opruimen en netjes houden.
Ik kan woonruimtes en sanitair schoonmaken (hygiƫnisch, veilig milieubewust).
Ik kan een emmer met sop maken volgens de opgestelde criteria.
Ik kan een tafel schoonmaken volgens de opgestelde criteria.
Ik kan een stoel schoonmaken volgens de opgestelde criteria.
Ik kan stof afnemen volgens de opgestelde criteria.
Ik kan ramen lappen volgens de opgestelde criteria.
Ik kan stofwissen volgens de opgestelde criteria.
Ik kan vlakmoppen volgens de opgestelde criteria.
Ik kan een deur schoonmaken volgens de opgestelde criteria.
Ik weet welke kleuren bij de verschillende schoonmaaktaken horen.