lesplan

TisTaal | VO2 | les 2

Wil je met dit lesplan aan de slag? Klik op de knop hieronder om een eigen kopie te maken in 'Mijn Lessen'. Vervolgens kun je de lessen aanpassen naar jouw wensen.

In deze lesweek staat het thema verbinding centraal. Leerlingen ontdekken hoe Nederland een knooppunt in de wereld is en hoe landen met elkaar verbonden zijn via handel, mensen en kennis.

In deel 1 lezen zij een informatieve tekst en leren zij de hoofdgedachte, de opbouw en het gebruik van signaalwoorden herkennen.
In deel 2 schrijven zij een informele e-mail waarin zij uitleggen hoe een land verbonden is met andere landen. Zij passen daarbij een duidelijke structuur, een passende toon en signaalwoorden toe.
In deel 3 verdiepen zij hun taalvaardigheid met de trappen van vergelijking. Zij leren hoe zij verschillen en overeenkomsten correct formuleren en gebruiken vergelijkingen om hun teksten preciezer te maken.

Deze lesweek combineert lezen, schrijven en taalverzorging in één samenhangend geheel, waarbij leerlingen leren hoe taal helpt om verbanden duidelijk en overtuigend te maken.

deel 1 lezen

In deze les leren leerlingen hoe Nederland een knooppunt in de wereld is. Ze lezen een informatieve tekst en oefenen met het herkennen van de hoofdgedachte, de tekststructuur en signaalwoorden. Leerlingen ontdekken hoe het beeld knooppunt samenhang creëert in de tekst. Daarna schrijven zij een korte samenvatting en passen zij het begrip toe door een eigen standpunt te formuleren over een land als knooppunt.

bijlage deel 1

Document

deel 2 schrijven

In deze les leren leerlingen hoe zij een informele e-mail schrijven aan iemand in een ander land. Zij oefenen met de opbouw van een e-mail, een passende informele toon en het gebruik van signaalwoorden. De leerlingen schrijven een eigen e-mail over hoe een land verbonden is met andere landen en onderbouwen hun uitleg met concrete voorbeelden. De tekst wordt gecontroleerd met een gerichte checklist en beoordeeld aan de hand van vaste criteria.

bijlages deel 2

Document
Document

deel 3 taalverzorging

In deze les oefenen leerlingen met de trappen van vergelijking: de stellende trap, de vergrotende trap en de overtreffende trap. Zij leren wanneer zij -er en -st gebruiken en wanneer zij dan of even of net zo … als toepassen. Ook besteden we aandacht aan onregelmatige vormen zoals goed, veel, weinig en graag. Leerlingen passen de regels actief toe in zinnen, verbeteren fouten en gebruiken vergelijkingen in een korte schrijfopdracht.

lesoverzichten

Document
Document
Document

Dutchily e.e. ©