Tijd: 10 min
Tip: Dit kan ook bij een fysieke les met een fysiek voorwerp.
Vertel: We gaan een spel doen en beginnen met een denkbeeldige bal. Bijvoorbeeld een volleybal. Ik heb de bal als eerst en ga deze naar [naam jongere] gooien. [naam jongere] vangt de bal en noemt een plastic voorwerp dat die wekelijks gebruikt. Daarna noemt [naam jongere] de naam van een ander en laat duidelijk zien dat die de virtuele bal naar de camera gooit. De ander vangt de bal en noemt een ander plastic voorwerp. laten we eens even kijken hoeveel verschillende plastic voorwerpen wij gebruiken.
Lees: Is de klas toe aan een beetje extra uitdaging? Dan moet per worp niet alleen het genoemde plastic voorwerp veranderen, maar ook de bal.
Bijvoorbeeld: Mijn voorwerp is een wattenstaafje en ik schiet deze voetbal naar Roy. Roy zegt dan: Ik gebruik wekelijks plastic shampooflessen en ik stuiter deze stuiterbal door naar Eldin.
Zorg dat iedereen een keer aan de beurt is en ga net zolang door totdat er geen plastic wegwerp producten meer te bedenken zijn of totdat de energie op is.
Tip: Houd het tempo hoog