lesplan

Coöperatieve werkvormen

Wil je met dit lesplan aan de slag? Klik op de knop hieronder om een eigen kopie te maken in 'Mijn Lessen'. Vervolgens kun je de lessen aanpassen naar jouw wensen.

Lezen van teksten in een vreemde taal doe je samen!

Waarover gaat Deze serie?

Coöperatieve werkvormen zijn werkvormen die ingezet worden bij coöperatief leren. Om optimale leerprestaties te behalen, zouden coöperatieve werkvormen met een duidelijk doel, een duidelijke structuur en het gevoel van keuzevrijheid gepresenteerd moeten worden. Dit kan versterkt worden door de inzet van het GIPS-principe van Kagan. Volgens Kagan (2020) is het GIPS-principe essentieel voor coöperatief leren. Dit houdt in dat er een gelijke deelname, individuele aanspreekbaarheid, positieve wederzijdse afhankelijkheid en simultane actie tussen leerlingen plaatsvindt. Hierin komt de combinatie van coöperatief leren en autonomie duidelijk naar voren. Als leerlingen de principes tijdens het coöperatief leren toepassen, werken ze actief mee, waardoor het verantwoordelijkheidsgevoel voor hun eigen leerproces stijgt. Dit leidt tot een verhoging van de leesmotivatie

Je spreekt van coöperatief leren wanneer er voldaan is aan de volgende vijf kenmerken:
1. Positieve wederzijdse afhankelijkheid: ze hebben elkaar nodig om de taak
tot een goed einde te brengen
2. Individuele verantwoordelijkheid of aanspreekbaarheid: ieder draagt
zijn steentje bij. Elke leerling kan aangesproken worden op zijn of haar bijdrage.
3. Stimultane interactie: Dit betekent dat elke leerling even veel deelneemt aan het
groepsgebeuren. Dit wordt ook de Gelijke deelname genoemd. Door groepswerk of
werken in duo’s zijn er ook veel leerlingen gelijktijdig aan het werk.

Deze vier kenmerken moeten zeker aanwezig zijn. Je vindt ze dan ook terug in een coöperatieve werkvorm.

Om leerlingen goed te leren samenwerken is het ook belangrijk doelgericht te werken aan
samenwerkingsvaardigheden en deze ook te evalueren. Dit zijn dan ook de volgende twee kenmerken van coöperatief leren.
4. Samenwerkingsvaardigheden
5. De Evaluatie van het groepsproces

Opbouw lessen
Elke structuur bevat de bovenstaande kenmerken. De teams bestaan uit 2 tot 4 leerlingen. Deze aantallen zijn evidence based als zijn de het ideale aantal om tot een intense samenwerking te komen. De structuren zijn inzetbaar in elke les, in elk taalvak en op alle niveaus zonder specifieke lessen voor te bereiden. 

Deze serie bestaat uit 10 verschillende coöperatieve werkvormen met daarbij: 
- een LessonUp voor moderne vreemde talen en een aparte LessonUp voor de Duitse taal. 
- een toelichting over de coöperatieve werkvorm
- voorbeeldopdrachten
- coöperatief leren posters 

LET OP! Als je een LessonUp wilt gebruiken, moet je eerst een kopie maken. Zie de handleiding over hoe je een kopie van een LessonUp maakt. 

1. DENKEN-DELEN-UITWISSELEN 

Structuur
1. De docent stelt een vraag aan alle leerlingen.
2. De leerlingen krijg en de tijd om (in stilte) over die vraag na te denken (Denken).
3. Vervolgens bespreken de leerlingen, in tweetallen, hun antwoorden (Delen).
4. De docent vraagt willekeurig enkele leerlingen naar hun antwoord (Uitwisselen).

Toelichting
Deze werkvorm kan op veel plaatsen in de les gebruikt worden waar men normaliter met traditionele vraag technieken zou werken.

De werkvorm ''denken – delen - uitwisselen''  is vooral geschikt voor opdrachten waarvoor verschillende antwoorden goed zijn of waarvoor de antwoorden elkaar aanvullen. Zo kan deze werkvorm goed gebruikt worden om voorkennis te activeren. Essentieel is dat leerlingen tijd krijgen om eerst zelf na te denken over de gestelde vraag. Laat het opschrijven, dat helpt de aandacht te richten. Na een teken van de docent kunnen de leerlingen hun antwoorden meedelen aan hun
buurman of buurvrouw.

Na de bespreking in tweetallen vraagt de docent willekeurig aan leerlingen naar hun antwoord. Daarbij kunnen ook steeds andere leerlingen worden uitgenodigd om te reageren. Hierdoor kan de uitwisseling het karakter van een leergesprek krijgen.

De werkvorm Denken – delen - uitwisselen creëert in de lessen de ruimte tot denken, maakt het denken van de leerlingen ‘zichtbaar’ en vergroot de individuele aanspreekbaarheid.

Voorbeeldopdrachten
Vragen die bij dit coöperatieve werkvorm gesteld kunnen worden: 
- Vragen stellen over een verhaal
- Hoe denk je dat het verhaal afloopt?
- Weet je de betekennissen van deze woorden zonder context?
- Overeenkomsten/verschillen
- Wat is jou mening over..?
- Wat heb je geleerd..?

Bijlage:
- Duitse tekst
- LessonUp voor moderne vreemde talen
Document

2. Check-in-duo’s

Structuur 
1. Individueel
De docent zorgt ervoor dat elke leerling eerst individueel aan de opgaven werkt. Dit kan dus ook het huiswerk zijn. Er vindt pasuitwisseling plaats als beide leerlingenvan een duo de opdracht(en) af hebben.
2. Check in duo’s
Elke leerling vergelijkt de eigen uitkomsten of antwoorden met die van een medeleerling. Aangezien er maar één goed antwoord mogelijk is moeten de leerlingen het eens worden. Bij verschillende antwoorden moeten ze elkaar uitleggen hoe ze aan hun antwoord gekomen zijn, waar ze het antwoord gevonden hebben.
3. Check in de klas
De docent gaat na over welke opgave(n) verschillende antwoorden blijven bestaanen bespreekt deze met de klas. Eventueel volgt een opsomming van alle juiste antwoorden. 

Toelichting 
De werkvorm Check-in duo’s is met name geschikt als men snel en efficiënt de antwoorden wil checken op vragen waarop maar één antwoord het juiste is. De werkvorm is geschikt voor langere en voor kortere opdrachten die vooral gericht zijn op beheersing van de stof. (Voor vragen en opdrachten die vooral gericht zijn op inzicht zijn andere werkvormen meer geschikt).Bij het nakijken van (huiswerk ) opdrachtenkan hetgebruik van de werkvorm effectief zijn. De docent hoeft niet alle opdrachten meer te bespreken; de uitleg kan beperkt worden tot die antwoorden waarover verschil van inzicht blijft bestaan.

Bijlage
- Duitse tekst
- LessonUp voor moderne vreemde talen
Document

3. FLitsen 

Structuur
1. De leerlingen maken flitskaartjes van de gelezen tekst.
2. De leerlingen gaan in tweetallen zitten en wisselen hun flitskaarten uit.
3. De helper leest de vraag voor en controleert het gegeven antwoord. Het is belangrijk dat de helper af en toe complimenten geeft als het goed gaat.
4. Er vindt een korte klassikale nabespreking plaats. 

Toelichting
Door het maken van eigen flitskaarten is er al differentiatie ingebouwd: iedere leerling maakt dan op zijn niveau oefeningen door de voor hem of haar moeilijke woorden of oefeningen te noteren op flitskaarten.

Tips voor het maatje van leerlingen die het moeilijk hebben:
- Zeg niet enkel het goede antwoord, maar toon ze ook.
- Stel hulpvragen die je partner kunnen helpen om op het juiste antwoord te komen.
- Laat de leerlingen het woord in zijn schrift opschrijven, zodat de leerling het beter kan onthouden.

Benadruk dat het belangrijk is om elkaar te helpen indien het juiste antwoord niet meteen gegeven wordt door hulpvragen te stellen.

Voorbeeldopdrachten
- Onthoudwoorden: vb: der, die, das in het Duits
- Tegenstellingen, synoniemen..
- Woordjes van de woordenlijst (woorden vertalen naar het Nederlands)
- Woorden + afbeeldingen (ene kant van de flitskaart het woord en aan de andere kant de afbeelding). 

Bijlage
- Duitse tekst
- Format Flitskaarten
- LessonUp moderne vreemde talen
Document
Document

4. Dobbelen

Structuur
1. Klassikaal wordt er een tekst gelezen en besproken.
2. De leerlingen gaan in groepjes zitten. De eerste dobbelt met de dobbelsteen. Met het woord dat bovenop komt, wordt een vraag bedacht over de tekst (5 w's en 1'h).
3. De rest van het groepje geeft antwoord op de vraag.
4. De vragen en antwoorden worden opgeschreven.

Dobbelsteen
Maak eerst de dobbelsteen. Afhankelijk van de oefening, kies je voor één of twee dobbelstenen. Noteer op de zijde van elke dobbelsteen een vraagwoord: wat? waar? hoe? waarmee? waarom? wie? wanneer? (er kunnen ook twee dobbelstenen worden gebruikt, nog één met werkwoordvervoegingen)

Toelichting
Deze coöperatieve werkvorm is meer geschikt voor het lezen van teksten voor wat grotere groepjes. In de klas wordt een tekst gelezen en besproken. Daarna gaan de leerlingen in groepjes zitten. De eerste dobbelt met de dobbelsteen, waarop bijvoorbeeld de woorden wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe staan. Met het woord dat bovenop komt wordt een vraag bedacht over de tekst. De rest van het groepje geeft antwoord op de vraag. Vragen en antwoorden worden opgeschreven en enkele worden klassikaal nabesproken. 

Door leerlingen allemaal het antwoord te laten noteren, is er een gelijke deelname en wordt elke leerling verplicht na te denken en mee te werken. Hier heb je minder controle op wanneer het enkel mondeling gebeurt. Het laten noteren van de vragen is interessant voor de nabespreking nadien en ter controle wanneer je langs gaat bij de groepen. Dit vergt echter meer tijd en een grotere schrijfvaardigheid van de leerlingen. Eventueel kan je enkel de leerling die dobbelde de vraag laten noteren. Kortom, door deze vorm in te zetten zijn leerlingen veel actiever met de tekst bezig.

Bijlage 
- Duitse tekst
- Format dobbelsteen
- LessonUp moderne vreemde talen
Document
Afbeelding

5. Legpuzzel

Structuur
1. De tekst wordt verdeeld in gelijkwaardige delen.
2. De leerlingen worden verdeeld in heterogene groepen. (stamgroep)
3. De docent nummert de groepsleden van de stamgroepen. Alle nummers 1 gaan bij elkaar zitten etc. De leerkracht verdeelt de tekst (deze heeft de docent al in gelijkwaardige delen geknipt). Dit worden de expertgroepen. Ze bestuderen de tekst, maken aantekeningen of een samenvatting.
4. De leerlingen keren terug naar de stamgroep en vertellen om de beurt wat ze gelezen hebben in de expert-groep. Ze voegen de informatie bij elkaar en maken er één lopende tekst van.

Toelichting
Deze werkvorm is gebaseerd op werk verdelen en terug vertellen. Uiteindelijk moet de basisgroep samen een lopende tekst maken. Bij de voorbereiding stelt de docent de opdracht vast en verdeelt de tekst in gelijkwaardige stukken. Door naar elkaar te luisteren en te overleggen, proberen de leerlingen de kaartjes in de goede volgorde neer te leggen. Als dit is gebeurt, maken de leerlingen een samenvatting van hun eigen stukje tekst. Naast dat leerlingen samenwerken, leren ze overleggen en naar elkaar luisteren. Er wordt dan veel gediscussieerd, en de tekst wordt samen heel goed gelezen. Er ontstaat een overleg over waarom het ene stuk voor of na het andere zou moeten komen staan.

Deze coöperatieve structuur zet sterk in op individuele verantwoordelijkheid. Iederéén van de expertgroep moet de informatie kunnen weergeven om deze vervolgens in de stamgroep te kunnen uitleggen. Benadruk de positieve wederzijdse afhankelijkheid: ‘Zorg er in de expertgroep voor dat iedereen de informatie straks kan uitleggen. Je moet dus niet alleen zorgen dat jij het begrijpt maar ook dat iedereen van de groep het begrijpt.’ Maak de leerlingen bewust van de meerwaarde van het samenwerken: ‘Met vier weet je meer dan alleen en kom je tot meer informatie.’ ‘Je leert het meest door iets uit te leggen aan iemand anders.’

Voorbeeldopdrachten
- Leg (de plaatjes van) het verhaal op de goede volgorde.
- Zet de woorden op alfabetische volgorde.
- Leg de woorden van de zin op de goede volgorde.

Bijlage 
- Duitse tekst
- LessonUp moderne vreemde talen 

Document

6. Mindmap

Structuur
1. Maak groepjes van vier.
2. Geef elk groepje een vel papier en laat een cirkel in het midden zetten.
3. In deze cirkel wordt het onderwerp opgeschreven.
4. De leerlingen lezen gezamenlijk een tekst.
5. In de mindmap schrijven ze de woorden op waar het verhaal over gaat.

Benodigdheden
- A3 papier per groepje
- 4 verschillende kleuren pennen, 1 per leerling

Toelichting
Het voordeel van een mindmap is dat leerlingen de kennis beter onthouden. Leerlingen ontdekken hoe ze kernwoorden uit een tekst kunnen halen. Die kernwoorden kunnen ze nadien gebruiken voor hun mindmap. Het opschrijven van woorden bij de verschillende onderdelen zorgt er voor dat ze er actief mee bezig zijn. Behalve bij het lezen van teksten kun je deze werkvorm o.a. gebruiken bij de start van een nieuw thema. Op deze manier kun je als docent te weten komen wat de leerlingen al weten over het onderwerp dat je gaat behandelen. Hierdoor kun je je lessen nog beter voorbereiden. Je kunt deze werkvorm ook goed gebruiken om een les of thema af te sluiten. Op die manier is gelijk duidelijk wat de leerlingen hebben onthouden van de les.

Bijlage
- Duitse tekst
- LessonUp Duits + moderne vreemde taal
Document

7. GENUMMERDE HOOFDEN 

Structuur
1. De leerlingen gaan in groepjes van 4 zitten.
2. De leerlingen krijgen allemaal een nummer van 1 t/m 4.
3. De docent stelt een vraag over de tekst.
4. De leerlingen krijgen de tijd om eerst het antwoord zelf te zoeken in de tekst. 
5. De leerlingen overleggen met elkaar en komen tot een antwoord. Ze zorgen ervoor dat iedereen het antwoord weet.
6. De docent noemt een nummer en de kinderen met dat nummer steken hun hand op en geven het antwoord op de vraag.

Toelichting
Als docent maak je groepjes van ongeveer vier kinderen, en je geeft elk kind een eigen nummer. Je legt uit dat één van de kinderen straks antwoord moet geven, en dat jij als docent kiest welke leerling door het noemen van een nummer.
Je stelt een vraag of geeft een opdracht en legt uit dat iedereen in de groep aan het eind van de opdracht het antwoord moet weten en moet kunnen onderbouwen. Iedere leerling denkt eerst zelf na en schrijft het antwoord op. De verantwoording ligt dus bij elk kind. Je moet allemaal hebben nagedacht over het antwoord. Als ze dit gedaan hebben gaan ze overleggen over het antwoord, en samen komen tot een groepsantwoord. Dit groepsantwoord moet elke leerling van de groep kunnen geven en kunnen motiveren. Door het op deze manier te doen gaan leerlingen elkaar

Deze werkvorm genummerde hoofden is heel geschikt om toe te passen in grote groepen. Overleggen, compromissen sluiten en overeenstemming bereiken wordt bij deze werkvorm geoefend.

Voorbeeldopdrachten:
Vergroten van de woordenschat; wat betekent…..?
Vragen naar aanleiding van een tekst.

Document

8. Interviews

Structuur
1. De leerlingen vormen tweetallen.
2. Alle leerlingen bedenken vragen over de gelezen tekst die ze aan een ander willen gaan stellen en schrijven ze ook op.
3. Leerling 1 interviewt  leerling 2. Daarna wisselen de kinderen van rol.
4. Klassikale bespreking. 

Toelichting
Bij deze werkvorm bedenken de leerlingen vragen bij/over een onderwerp dat de leerkracht aandraagt. De leerlingen bedenken vragen die ze willen stellen en schrijven deze op. Dan worden er tweetallen gemaakt en gaan de leerlingen elkaar interviewen. Een van beide begint en stelt de vragen aan de ander. Als het antwoord niet duidelijk is, of erg kort, dan vraagt de leerling ook door tot het tevreden is of het begrijpt. Daarna wisselen ze van rol en wordt de ander interviewer. Dit kun je klassikaal nabespreken door te vragen wat de interviewers hebben gehoord.

Leerlingen oefenen bij deze werkvorm het vragen stellen, luisteren naar elkaar, doorvragen, maar ook samenvatten omdat ze het gehoorde moeten terugvertellen tijdens de klassikale nabespreking. Je kunt deze werkvorm inzetten als oriëntatie of om de voorkennis te activeren, maar ook als zelfstandige verwerking of reflectieopdracht.

Voorbeeldopdracht
- Vragen stellen over een onderwerp/tekst

Bijlage

- Tekst Duits
- LessonUp Duits + moderne vreemde taal
Document

9. Zoek de fout

Structuur
1. De leerlingen vormen duo's 
2. In elk groepje schrijft iedere leerling 3 stellingen op. Twee stellingen zijn waar, één is niet waar. 
3. Als alle leerlingen hun stelling hebben opgeschreven, lezen ze om de beurt de stellingen aan elkaar voor. 
4. De leerlingen moeten raden welke stelling niet waar is.


Toelichting
Deze werkvorm kan op verschillende manieren worden ingezet.  Deze werkvorm is eigenlijk bedoeld om de kennis van de leerlingen te testen. Je kan het inzetten om te achterhalen in hoeverre zij de lesstof machtig zijn.

Coöperatief leren komt in deze werkvorm sterk aan bod. Wanneer elke leerling schrijft, is er gelijke deelname en gelijktijdigheid. Benadruk de positieve wederzijdse afhankelijkheid: ‘Zorg dat jullie beiden de beweringen kunnen uitleggen. Je moet dus niet alleen zorgen dat jij het begrijpt maar ook dat je buur het begrijpt.’ Maak de leerlingen bewust van de meerwaarde van het samenwerken: ‘Met twee kan je betere beweringen bedenken dan alleen.’ ‘Je leert het meest door iets uit te leggen aan iemand anders.’

Voorbeeldopdrachten
- De leerlingen schrijven samen drie beweringen op over de leerinhoud. Alternatief: Elk schrijft één bewering op die ze daarna voor elkaar voorlezen. Vooraf moeten ze wel afspreken wie de juiste en wie de foute bewering zal maken. Elke leerling leest een bewering voor. De andere leerlingen noteren individueel welke bewering volgens hen fout is. Eventueel kan je ze daarna nog in groep laten overleggen en tot een groepsantwoord komen.
- Welk woord is verkeerd geschreven in de tekst? Maak er een wedstrijd van. Bijv. wie vindt er als eerst 5 fout geschreven woorden in de tekst.
- De docent geeft een tekst met daarin verschillende fouten. Dat kunnen tekstuele fouten in de tekst zijn. De leerlingen overleggen, nadat ze eerst zelf hebben nagedacht wat de fout is in de tekst. Of de docent kiest er voor om leerlingen 3 keuzes te geven met daarin het juiste antwoord. 

Bijlage 
- Duitse tekst
- LessonUp Duits + moderne vreemde talen

Document

10. Placemat

Structuur
1. Iedere groep krijgt een vel papier. In het midden staat een rechthoek.
2. De docent geeft een opdracht en de leerlingen schrijven individueel hun ideeën op.
3. Na de individuele denktijd proberen de groepsleden tot een gezamenlijk antwoord te
komen, dit schrijven ze in de rechthoek.

Toelichting
Placemat is een coöperatieve werkvorm die je goed kunt gebruiken in de groep om leerlingen eerst zelf te laten nadenken en vervolgens te laten discussiëren over hun antwoorden om gezamenlijk tot één groepsantwoord te komen.

Opdrachtvragen
- Wat betekent het woord ..? (Geef een omschrijving van het woord)
- Vat de alinea samen.
- Geef synoniemen voor …
- Welk woord past in deze zin?
- Welk zinsdeel is …?
- Voorspel hoe het verhaal kan aflopen.

Bijlage
- Duitse tekst
- Format Placemat
- LessonUp moderne vreemde taal
Afbeelding
Document

Bijlage 

Document