lesplan

Maatschappijkunde politiek

Wil je met dit lesplan aan de slag? Klik op de knop hieronder om een eigen kopie te maken in 'Mijn Lessen'. Vervolgens kun je de lessen aanpassen naar jouw wensen.

Introductie bestuurslagen van Nederland

Les- doelen
  1. Leerlingen kunnen aan het einde van de les de drie belangrijkste bestuurslagen in Nederland (gemeente, provincie, rijksoverheid) correct benoemen en per bestuurslaag één taak koppelen.
  2. Leerlingen kunnen aan het einde van de les uitleggen hoe de bestuurslagen zich tot elkaar verhouden door minimaal één voorbeeld te geven van samenwerking of taakverdeling tussen gemeente, provincie en rijk.

Les 1: Democratie en dictatuur 

Les- doelen
  1. Aan het einde van de les kan de leerling minimaal vier kenmerken van een dictatuur benoemen en toelichten—namelijk machtsconcentratie bij één leider/partij, beperkte meningsvrijheid, geen onafhankelijke rechtspraak en het gebruik van onderdrukking—en dit aantonen door een korte uitleg of voorbeeld in eigen woorden.
  2. Aan het einde van deze les weet de leerling wat censuur is.
  3. Aan het einde van de les kan de leerling in eigen woorden uitleggen wat een democratie is door minimaal drie kenmerken te benoemen (zoals vrije verkiezingen, grondrechten en machtenscheiding) en dit aantonen in een korte opdracht of klassengesprek.
  4. Aan het einde van de les kan de leerling de trias politica uitleggen door de drie machten (wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht) te benoemen én in eigen woorden uit te leggen wat het doel hiervan is (het voorkomen van machtsmisbruik).

Les 2: Democratie en rechtsstaat

Les- doelen
  1. Aan het einde van de les kan de leerling uitleggen wat een rechtsstaat is en minimaal twee kenmerken benoemen (zoals grondrechten en onafhankelijke rechtspraak).
  2. Aan het einde van de les kan de leerling minimaal drie grondrechten benoemen en in een voorbeeldsituatie aangeven welk grondrecht van toepassing is.

Les 3 Politieke stromingen 

Les- doelen
  1. Aan het einde van deze les weet de leerling wat het verschil is tussen links (gelijkheid) en rechts (vrijheid) is.
  2. Aan het einde van deze les weet de leerling welke politieke stromingen er zijn (liberalisme, socialisme, christendemocratie).

Les 4 Politieke stromingen en hun kernwaarden

Les- doelen
  1. Aan het einde van deze les weet de leerling dat liberalen als kernwaarden hebben vrijheid.
  2. Aan het einde van deze les weet de leerlinghet socialisme als kernwaarden hebben gelijkheid en soladariteit. 
  3. Aan het einde van deze les weet de leerling dat christendemocraten als kernwaarden hebben naastenliefde en rentmesterschap 

Les 5 Stemmen voor de tweede kamer en de kabinetsformatie

Les- doelen
  1. Aan het einde van deze les weet de leerling dat stemmen voor de tweede kamer een voorbeeld is van directe democratie.
  2. Aan het einde van deze les weet de leerling dat de tweede kamer twee functies heeft, namelijk: wetten maken en controleren. 
  3. Aan het einde van deze les weet de leerling wat de volgende begrippen inhouden en kan benoemen wat er gebeurt in het proces: verkenner, informateur, coalitieonderhandelingen, coalitiekabinet, compromis, regering, oppositie en bordesfoto.

Les 5 Stemmen voor de eerste kamer (provinciale staten)

Les- doelen
  1. Aan het einde van deze les weet de leerling dat stemmen voor de eerste kamer een voorbeeld is van indirecte democratie.
  2. Aan het einde van deze les weten de leerlingen dat als je stemt bij de provinciale staten dat je dan indirect stemt voor de eerste kamer.
  3. Aan het einde van deze les weet de leerling dat de eerste kamer een controlerende functie heeft.

Nieuwe kop