lesplan

Verkenning van ethiek en moraal.

Wil je met dit lesplan aan de slag? Klik op de knop hieronder om een eigen kopie te maken in 'Mijn Lessen'. Vervolgens kun je de lessen aanpassen naar jouw wensen.

Doelgroep:
Leerlingen van de middelbare school, bovenbouw.

Tijdsduur:
7 lessen van 45 minuten.
Inclusief toets.
Inclusief extra oefeningen.

Deze lessenserie biedt ook de mogelijkheid voor zelfstandig leren door de leerlingen. Elk onderdeel van de les is ingesproken en beschikbaar gesteld, waardoor leerlingen de les zelfstandig kunnen beluisteren indien gewenst. 

Introductie van filosofie

Leerdoelen: 

  • De leerling kan de drie takken van de filosofie benoemen (Metafysica, Epistemologie, Waardetheorie) en het verschil met alledaagse meningen uitleggen.
  • De leerling kan een deductief argument analyseren door premissen en conclusie te identificeren en te beoordelen of de conclusie logisch volgt uit de premissen.
  • De leerling begrijpt kritisch denken en kan drogredenen herkennen die de kracht van een argument ondermijnen.
  • De leerling herkent de rol van filosofie in het dagelijks leven en kan een eerlijke discussie voeren, zelfs bij meningsverschillen.

Inhoud: 
  • De drie takken van filosofie:
  • Metafysica: Onderzoekt de aard van de werkelijkheid en het bestaan.
  • Epistemologie: Bestudeert kennis en hoe we zeker weten wat we weten.
  • Waardetheorie: Richt zich op ethiek, moraal en esthetiek.
  • Deductief argument:
  • Het begrijpen van hoe een conclusie logisch volgt uit premissen, en het beoordelen van de geldigheid van argumenten.
  • Kritisch denken en drogredenen:
  • Het herkennen van drogredenen (zoals ad hominem en valse dilemma’s) die de kracht van een argument ondermijnen.
  • Filosofie in het dagelijks leven:
  • Het toepassen van filosofische inzichten bij het maken van keuzes en het voeren van respectvolle discussies, zelfs bij meningsverschillen.

Les 1. Ethiek en Moraal: Grondslagen van Waarden en Normen.

Leerdoelen:
  • De leerling kan uitleggen wat ethiek inhoudt.
  • De leerling kent de methoden die worden gebruikt om ethiek te bedrijven.
  • De leerling kan het verschil uitleggen tussen intrinsieke waarden en instrumentele waarden.
  • De leerling kent de belangrijke (basis)termen die worden gebruikt bij ethiek.
  • De leerling kan het verschil aangeven tussen persoonlijk moraal en gemeenschappelijk moraal.
  • De leerling weet wat cultuurrelativisme inhoudt.
  • De leerling is in staat om uit te leggen wat universeel moraal betekent.
  • De leerling kan de belangrijkste verschillen tussen christelijke ethiek en wijsgerige ethiek benoemen.
Inhoud:
  • Normen en Waarden: Definitie en voorbeelden.
  • Deugdethiek: Karakter en morele kwaliteiten.
  • Intrinsieke en Instrumentele Waarden: Eigenwaarde versus middelen tot een doel.
  • Christelijke vs. Filosofische Ethiek: Vergelijking en contrast.
  • Moraal: Gemeenschappelijk, persoonlijk en universeel.
  • Nieuwe Normen en Waarden: Veranderende maatschappelijke normen.

Les 2. De Plichtethiek van Immanuel Kant: Handelen uit Plichtsbesef.

Leerdoelen:
  • De leerling is instaat om de inhoud van de plichtethiek te benoemen en uit te leggen.
  • De leerling weet wie de grondlegger van de plichtethiek was en wat zijn achtergrond is.
  • De leerling begrijpt de kern van de plichtethiek.
  • De leerling kan duidelijk uitleggen wat hij of zij zelf van de plichtethiek vindt en waarom.

Inhoud:
  • Plichtethiek: Definities en principes.
  • Immanuel Kant: Biografie en filosofische bijdragen.
  • Categorisch Imperatief: Uitleg en toepassingen.

Les 3. Utilitarisme: Het Grootste Geluk voor de Grootste Aantal.

Leerdoelen:
  • De leerling kan de twee grote stichters van het utilisme noemen en deze plaatsen in hun tijd.
  • De leerling is in staat om de inhoud van het utilisme te benoemen en uit te leggen.
  • De leerling kan de belangrijke begrippen binnen het utilisme benoemen.
  • De leerling kan duidelijk uitleggen wat hij of zij zelf van deze stroming vindt en waarom.

Inhoud:
  • Utilitarisme: Definitie en kernideeën.
  • Jeremy Bentham: Hedonistische calculus.
  • John Stuart Mill: Verschillen in kwaliteit van plezier.

Les 4. Hedonisme: Genot als Levensdoel.

Leerdoelen:
  • De leerling is instaat om de inhoud van het hedonisme te benoemen en uit te leggen.
  • De leerling kan vertellen wie de grondlegger van het hedonisme is.
  • De leerling kan de verschillen tussen het hedonisme en het utilisme aangeven.
  • De leerling begrijpt de kern van beide stromingen.
  • De leerling kan duidelijk uitleggen wat hij of zij zelf van het hedonisme vindt en waarom.

Inhoud:
  • Epicurus: Filosofie van eenvoudig leven en genot.
  • Postmodern Hedonisme: Hedonistische trends in de huidige tijd.
  • Vergelijking: Klassiek hedonisme versus modern hedonisme.

Les 5. Deugdethiek: Het Ontwikkelen van Moreel Karakter.

Leerdoelen:
  • De leerling weet wie de grondlegger van de deugdethiek is.
  • De leerling is instaat om de inhoud van de deugdethiek te benoemen en uit te leggen.
  • De leerling kan duidelijk uitleggen wat hij of zij zelf van de deugdethiek vindt en waarom.

Inhoud:
  • Deugdethiek: Definities en principes.
  • Aristoteles: Biografie en filosofische bijdragen.
  • Toepassing: Voorbeelden van deugden en hoe ze ontwikkeld kunnen worden.

Les 6. Bonhoeffer en Christelijke Ethiek: Navolging van Christus.

Leerdoelen:
  • De leerling neemt kennis van het leven van Dietrich Bonhoeffer.
  • De leerling is instaat om de inhoud van de ethiek van Bonhoeffer te benoemen en uit te leggen.
  • De leerling kan duidelijk uitleggen wat hij of zij zelf van de ethiek van Bonhoeffer vindt en waarom.

Inhoud:
  • Dietrich Bonhoeffer: Biografie en filosofische bijdragen.
  • Navolging van Christus: Uitleg en toepassingen.
  • Christelijke Ethiek: Basisprincipes en hun invloed op morele beslissingen.