Ik kan een schoonmaakplan opstellen (werkvolgorde).
Ik kan professioneel reflecteren op mijn schoonmaakplan. (mondeling en schriftelijk)
Ik weet welke schoonmaakmiddelen en materialen ik moet gebruiken bij de verschillende schoonmaakwerkzaamheden.
Ik kan een werkruimte gereedmaken.
Ik kan professioneel reflecteren op mijn uitgevoerde taak. (mondeling en schriftelijk)