lesplan

Kijken naar kenmerken - Natuur om je heen

Wil je met dit lesplan aan de slag? Klik op de knop hieronder om een eigen kopie te maken in 'Mijn Lessen'. Vervolgens kun je de lessen aanpassen naar jouw wensen.

Thema Kijken naar kenmerken- Blok Natuur om je heen

natuur om je heen

In het bio blok 'Natuur om je heen' kijken leerlingen naar kenmerken van organismen. Het nask blok 'Stoffen om je heen' sluit aan op dit blok en maakt onderdeel uit van het thema 'Kijken naar kenmerken'. 
Biologen bestuderen organismen. Alle organismen op aarde vormen een enorme verzameling. Aan de hand van kenmerken zijn deze organismen op verschillende manieren te ordenen. Uiteindelijk krijgt elke soort zijn unieke naam.

leerdoelen

  • Je kunt levenskenmerken van organismen herkennen en benoemen.
  • Je kunt de verschillen uitleggen tussen dode en levende organismen en levenloze dingen.
  • Je kunt organismen indelen of ordenen in vier rijken aan de hand van kenmerken.
  • Je kunt dieren onderverdelen in acht hoofdafdelingen.
  • Je kunt van elke hoofdafdeling kenmerken benoemen.
  • Je kunt van enkele voorbeelden aan de hand van kenmerken uitleggen tot welke hoofdafdeling de dieren behoren.
  • Je kunt de hoofdafdeling gewervelden onderverdelen in vijf klassen.
  • Je kunt beschrijven wat bedoeld wordt met tweezijdig en veelzijdig symmetrisch en bij een voorbeeld aangeven of dit dier tweezijdig of veelzijdig symmetrisch is.
  • Je kunt beschrijven wat bedoeld wordt met een inwendig en een uitwendig skelet en bij een voorbeeld aangeven of dit dier een inwendig of een uitwendig skelet heeft.
  • Je kunt uitleggen wat een ‘soort’ is.
  • Je kunt namen van organismen opzoeken met een determinatietabel.
Niveau-differentiatie:
  • Je kunt een eenvoudige determinatietabel maken.
  • Je kunt een overeenkomstig bouwplan van dieren herkennen.
  • Je kunt het bouwplan van een dier gebruiken als kenmerk van verwantschap.

startopdracht A

Verzamelen en ordenen
In groepjes (4-tallen).

Ieder groepslid verzamelt vijf plaatjes van organismen (dieren en planten). Gebruik tijdschriften of internet. Zorg dat de plaatjes niet groter zijn dan een speelkaart.
Tip: kies ook wat organismen waar je misschien niet zo snel aan denkt.
Leg de plaatjes op een tafel.
Ieder groepslid schrijft voor zichzelf vijf kenmerken van de organismen op waarmee je de dieren en planten kunt indelen in groepen. Bijvoorbeeld het kenmerk: vier poten.
Vergelijk met elkaar de opgeschreven kenmerken. Zijn alle kenmerken even geschikt? Bespreek wat een goed kenmerk is en wat juist niet.
Maak met elkaar 3 tot 5 hoofdgroepen.
Verdeel elke hoofdgroep daarna verder in 2 tot 3 groepen.
Geef elke groep een bijpassende naam. Schrijf deze op kaartjes en leg bij de groepen.

startopdracht B

Ordenen met figuren
Leerlingen bekijken twee afbeeldingen (zie dia).
Stel de vragen: 
Op welke kenmerk is gelet bij de indeling van afbeelding 1? 
En bij afbeelding 2?
Welke conclusie kun je trekken?

Conclusie: Je ziet dat de keuze van de kenmerken tot een andere indeling leidt. En dus ook tot andere namen van de groepen.

aan de slag

Nu kun de leerlingen aan de slag met de les 'Natuur om je heen' met stap 1 tot en met stap 7.

afsluiting

Het blok wordt afgesloten met een keuzeopdracht:
  • kwartet
  • determineertabel
Bij het maken van het kwartet kunnen leelringen gebruik maken van de Gereedschapskist en een sjabloon.