lesplan

Verkenning van Levensvragen en Levensbeschouwing

Wil je met dit lesplan aan de slag? Klik op de knop hieronder om een eigen kopie te maken in 'Mijn Lessen'. Vervolgens kun je de lessen aanpassen naar jouw wensen.

In deze module maken leerlingen kennis met het vak godsdienst en levensbeschouwing door het verkennen van alledaagse en diepere bestaansvragen. Ze leren reflecteren op hun eigen waarden en die van hun omgeving.

Doelgroep:
Leerlingen van de middelbare school, onderbouw.

Tijdsduur:
10 lessen van 45 minuten.

Inclusief toets.


Burgerschapsdoelen die aan bod komen:
  • Zelfbewustzijn: Reflectie op eigen waarden, identiteit en levensvragen.
  • Respect & Empathie: Begrip voor diverse standpunten.
  • Kritisch Denken: Analyse van prioriteiten, ethiek en verantwoordelijkheid.
  • Sociaal & Cultureel Bewustzijn: Dialoog en verbondenheid in de maatschappij.
  • Democratisch Besef: Begrip van samenleven en relaties.
  • Historisch & Toekomstgericht Denken: Tijdsbeleving en vooruitkijken.
  • Duurzaamheid: Verantwoordelijkheid voor mens en natuur.

Deze lessenserie biedt ook de mogelijkheid voor zelfstandig leren door de leerlingen. Elk onderdeel van de les is ingesproken en beschikbaar gesteld, waardoor leerlingen de les zelfstandig kunnen beluisteren indien gewenst. 

Les 1. Ontdek het Vak: Wat is godsdienst en Levensbeschouwing en Waarom is het Belangrijk?

Leerdoelen:
  • De leerling kan uitleggen wat een levensbeschouwing is en voorbeelden geven van verschillende levensbeschouwingen.
  • De leerling kan levensbeschouwelijke vragen herkennen en hier voorbeelden van geven.
  • De leerling kan uitleggen wat een godsdienst is en hoe mensen hun geloof samen beleven.
  • De leerling kan uitleggen wat een ritueel is en hiervan voorbeelden geven.
  • De leerling kan uitleggen wat religie is en welke kenmerken daarbij horen.
  • De leerling kan het verschil uitleggen tussen een levensbeschouwing, een religie en een godsdienst.
  • De leerling kan voorbeelden geven van hoe geloof en levensbeschouwing invloed hebben op het dagelijks leven van mensen.

Inhoud:
  • Levensbeschouwing: De manier waarop iemand naar het leven kijkt en wat iemand belangrijk vindt in het leven.
  • Levensbeschouwelijke vragen: Vragen over het leven waar geen vaste of makkelijke antwoorden op zijn, zoals: Wat is de zin van het leven? en Wat is goed en kwaad?
  • Religie: Alles wat te maken heeft met geloof, zoals verhalen, rituelen, feesten en regels over hoe mensen leven en geloven.
  • Godsdienst: Een vorm van religie waarbij mensen samen geloven in één of meerdere goden en samen hun geloof beleven.
  • Verschil tussen levensbeschouwing, religie en godsdienst:
  1. Levensbeschouwing gaat over hoe je naar het leven kijkt.
  2. Religie gaat over geloof en wat mensen daarbij doen en geloven.
  3. Godsdienst is een georganiseerde vorm van religie waarbij mensen samen hun geloof beleven.

Les 2. Gewone en Bestaanservaringen: Wat Maakt het Leven Bijzonder?

Leerdoelen:
  • De leerling kan het verschil uitleggen tussen gewone ervaringen en bestaanservaringen.
  • De leerling kan voorbeelden geven van beide soorten ervaringen uit zijn of haar eigen leven.
  • De leerling kan nadenken over de betekenis van bestaanservaringen en uitleggen hoe deze het denken en voelen beïnvloeden.
  • De leerling kan in eigen woorden beschrijven wat het begrip levenservaring betekent.

Inhoud:
  • Bestaanservaring: een ervaring die je leven diepgaand beïnvloedt en je aan het denken zet over jezelf en de wereld.
  • Ervaring: iets wat je meemaakt of beleeft.
  • Gevoelens: emoties die je ervaart, zoals blijheid, verdriet of boosheid.
  • Gewone ervaring: een alledaagse gebeurtenis die weinig invloed heeft op je leven.
  • Levenservaring: alle dingen die je in je leven meemaakt en die je vormen als persoon.

Les 3. Vragen Die Ertoe Doen: Gewone Vragen en Levensvragen

Leerdoelen:
  • De leerling kan het verschil aangeven tussen een gewone vraag en een levensvraag, en kan van beide een voorbeeld geven.
  • De leerling kan nadenken over zijn of haar eigen levensvragen.
  • De leerling kan het verschil aangeven tussen een levensvraag en een levensbeschouwelijke vraag.
  • De leerling kan de zes verschillende soorten levensvragen herkennen.

Inhoud:
  • Gewone vraag: Een vraag die je kunt beantwoorden met feiten of duidelijke informatie, zoals “Wat is de hoofdstad van Nederland?”
  • Levensbeschouwelijke vraag: Een vraag die te maken heeft met iemands visie op het leven, overtuigingen en waarden, zoals “Wat geeft jouw leven betekenis?”
  • Levensvraag: Een fundamentele vraag over de zin en betekenis van het bestaan, zoals “Waarom bestaan wij?”
  • Wat is belangrijk in het leven?: Een levensvraag die gaat over waarden, keuzes en wat mensen echt waardevol vinden.
  • Wat is de betekenis van lijden en dood?: Een levensvraag die onderzoekt waarom mensen lijden en wat de dood betekent voor het menselijk bestaan.
  • Wat is de natuur?: Een levensvraag over de betekenis van de wereld om ons heen en onze relatie met de natuur.
  • Wat is tijd?: Een levensvraag die gaat over de aard van tijd en hoe mensen tijd ervaren in hun leven.
  • Wie is de mens?: Een levensvraag over identiteit, bewustzijn en wat mensen uniek maakt als mens.
  • Hoe leven mensen met elkaar?: Een levensvraag over samenleven, relaties, regels en hoe mensen met elkaar omgaan in de samenleving.
  • Zes soorten levensvragen: Verschillende categorieën van fundamentele vragen over bestaan, zoals identiteit, betekenis, relaties, natuur, tijd en lijden.

Les 4. Wat is Echt Belangrijk? De Eerste Levensvraag Ontdekken

Leerdoelen:
  • De leerling kan uitleggen welke waarden hij/zij belangrijk vindt in het leven en dit onderbouwen.
  • De leerling kan uitleggen wat materiële en immateriële waarden zijn en hierbij het verschil duidelijk maken.
  • De leerling kan voorbeelden geven van materiële en immateriële waarden en deze toelichten.
  • De leerling kan reflecteren op zijn/haar eigen waarden en verklaren waarom deze belangrijk zijn.
  • De leerling kan uitleggen waarom waarden verschillen tussen mensen en hierbij factoren zoals opvoeding en cultuur benoemen.
  • De leerling kan beschrijven wat hij/zij later wil bereiken en dit koppelen aan eigen waarden en prioriteiten.
  • De leerling kan zelfstandig een interview voorbereiden en afnemen met een familielid over hun waarden.
  • De leerling kan analyseren welke waarden een familielid belangrijk vindt en deze verklaren.
  • De leerling kan overeenkomsten en verschillen benoemen tussen eigen waarden en die van een familielid en deze verklaren.
  • De leerling kan uitleggen hoe waarden invloed hebben op keuzes en gedrag van mensen in het dagelijks leven.
Inhoud:
  • Waarden: Dingen die mensen belangrijk vinden in het leven, zoals vriendschap, eerlijkheid, gezondheid of respect.
  • Materiële waarden: Dingen die je kunt bezitten of kopen, zoals geld, kleding, een telefoon of een huis.
  • Immateriële waarden: Dingen die niet tastbaar zijn, maar wel belangrijk zijn, zoals liefde, vrijheid, geluk en vertrouwen.
  • Prioriteiten: De keuzes die je maakt over wat voor jou het belangrijkst is in je leven.
  • Reflecteren: Nadenken over je eigen keuzes, ideeën en waarden en beoordelen waarom je die hebt.
  • Wat vind jij belangrijk?: Mensen verschillen in wat zij belangrijk vinden; waarden zijn persoonlijk en kunnen per persoon en cultuur verschillen.
  • Voorbereiding op het interview met opa/oma en een ouder: Je bedenkt vragen om te onderzoeken welke waarden zij belangrijk vinden en waarom.
  • Interview afnemen: Het gesprek voeren met je opa, oma of ouder en hun antwoorden zorgvuldig noteren en vergelijken met je eigen waarden.

Les 5. Interview Tijd: Wat Vinden Onze Opa’s, Oma’s en Ouders/ verzorgers Belangrijk?

Leerdoelen:
  • De leerling kan duidelijke en relevante interviewvragen formuleren die passen bij het onderwerp en de persoon die hij/zij interviewt.
  • De leerling kan op een rustige en gestructureerde manier een interview afnemen, goed luisteren en de antwoorden nauwkeurig noteren.
  • De leerling kan uitleggen dat mensen van verschillende leeftijden in de familie andere dingen belangrijk kunnen vinden.
  • De leerling kan een interview duidelijk en overzichtelijk uitwerken met passende vragen en antwoorden.
  • De leerling kan reflecteren op de antwoorden uit het interview en deze vergelijken met zijn/haar eigen mening en die van anderen.

Inhoud:
  • Voorbereiding van interviewvragen: Je kunt goede en duidelijke vragen bedenken die passen bij het onderwerp en de persoon die je interviewt.
  • Praktische tips voor het afnemen van interviews: Je kunt op een rustige en duidelijke manier een gesprek voeren, goed luisteren en de antwoorden opschrijven.
  • Verschillende leeftijden in de familie: Je kunt begrijpen dat kinderen, ouders en grootouders vaak andere dingen belangrijk vinden, zoals school, werk, gezondheid of vrije tijd.
  • Interview uitwerken: Je kunt een interview netjes en duidelijk opschrijven met goede vragen en antwoorden, zodat het makkelijk te lezen en te begrijpen is.
  • Reflectie op de verkregen antwoorden en vergelijking van perspectieven: Je kunt nadenken over de antwoorden die je hebt gekregen en deze vergelijken met je eigen mening en die van anderen.

Les 6. Wie is de Mens? Bijbel en Evolutie Over de Tweede Levensvraag

Leerdoelen:
  • De leerling kan uitleggen wat de tweede levensvraag is en wat deze betekent.
  • De leerling kan uitleggen hoe de Bijbel de mens ziet en dit toelichten.
  • De leerling kan uitleggen hoe de evolutietheorie de mens verklaart en dit toelichten.
  • De leerling kan de Bijbelse visie en de evolutietheorie met elkaar vergelijken en belangrijke overeenkomsten en verschillen benoemen.
  • De leerling kan uitleggen wat het betekent om mens te zijn en hierbij een eigen mening geven.
  • De leerling kan uitleggen hoe social media invloed heeft op het denken en gedrag van mensen.
  • De leerling kan informatie uitwerken in een duidelijke presentatie over de Bijbelse visie op de mens.
  • De leerling kan informatie uitwerken in een duidelijke presentatie over de evolutietheorie.
  • De leerling kan deelnemen aan een discussie over verschillende visies op de mens en een onderbouwde mening geven.

Inhoud:
  • Bijbel: Het heilige boek van het christendom waarin verhalen, staan over God en  het verlossingswerk van Jezus Christus.
  • Evolutietheorie: Een wetenschappelijke theorie die uitlegt hoe mensen en dieren zich in miljoenen jaren langzaam hebben ontwikkeld.
  • God: In religies de schepper van de wereld en de mens.
  • Naar het beeld van God gemaakt: Het idee dat de mens bijzonder is omdat hij lijkt op God en een speciale positie heeft.
  • Rechten: Afspraken die bepalen wat mensen mogen doen en waar zij recht op hebben, zoals vrijheid en veiligheid.
  • Social media: Online platforms waarop mensen informatie, foto’s en berichten delen en met elkaar communiceren.
  • Vergelijken: Kijken naar overeenkomsten en verschillen tussen twee of meer dingen.
  • Verschillen: Eigenschappen waardoor dingen niet hetzelfde zijn.
  • Wat het betekent om mens te zijn: Nadenken over wat mensen bijzonder maakt, zoals denken, voelen, keuzes maken en relaties met anderen.
  • Zonde: Iets doen dat volgens religieuze regels niet goed of verkeerd is.
  • Tweede levensvraag: De vraag wat de mens is en wat het betekent om mens te zijn.
  • Bijbelse visie op de mens (presentatie): Uitleg geven over hoe de Bijbel de mens ziet, bijvoorbeeld als geschapen door God en bedoeld om een relatie met Hem te hebben.
  • Evolutietheorie (presentatie): Uitleg geven over hoe de evolutietheorie de mens ziet als het resultaat van een lange biologische ontwikkeling.
  • Vergelijking en discussie van beide visies: Het analyseren van overeenkomsten en verschillen tussen de Bijbelse visie en de evolutietheorie en hierover een beargumenteerde mening vormen.

Les 7. Samenleven: School, Vrienden, Ouders en Maatschappij

Leerdoelen:
  • De leerling kan respectvol omgaan met anderen in verschillende sociale contexten, zoals in de klas, met vrienden, thuis en in de maatschappij.
  • De leerling kan zich inleven in de gevoelens en situaties van anderen en uitleggen hoe dit bijdraagt aan het oplossen van problemen en conflicten.
  • De leerling kan op een duidelijke en respectvolle manier communiceren en actief luisteren om relaties met anderen op te bouwen en te onderhouden.
  • De leerling kan verschillen tussen mensen herkennen, zoals cultuur, achtergrond en mening, en deze verschillen respecteren, accepteren en waarderen.

Inhoud:
  • Communicatie: Het proces van duidelijk praten en luisteren om elkaar beter te begrijpen en effectief met elkaar om te gaan.
  • Luisteren: Aandachtig en actief horen wat iemand zegt, zonder te onderbreken, om de boodschap goed te begrijpen.
  • Empathie: Het vermogen om je in te leven in de gevoelens en situatie van anderen en hun perspectief te begrijpen.
  • Inleven: Je proberen voor te stellen hoe iemand anders denkt of zich voelt om beter met die persoon om te gaan.
  • Respect: Het op een beleefde en waarderende manier omgaan met anderen, ook wanneer zij andere meningen of achtergronden hebben.
  • Mening: Een persoonlijk standpunt of oordeel over een bepaald onderwerp.
  • Verschillen: Kenmerken waardoor mensen van elkaar onderscheiden worden, zoals achtergrond, cultuur en opvattingen.
  • Cultuur: Het geheel van gewoonten, tradities, waarden en leefwijze van een groep mensen.
  • Vriendschap: Een relatie tussen mensen die gebaseerd is op vertrouwen, steun en wederzijds begrip.
  • Veiligheid: Een situatie waarin iemand zich beschermd, op zijn gemak en zonder angst voelt.
  • Voorbeelden van verschillende samenlevingsvormen: Verschillende manieren waarop mensen samenleven, zoals gezinnen, vriendengroepen en andere sociale verbanden.
  • De rol van school, vrienden, ouders en de maatschappij: De invloed die school, vrienden, ouders en de samenleving hebben op hoe mensen denken, leren, zich gedragen en keuzes maken.
  • Reflectie-oefeningen over persoonlijke ervaringen en invloeden: Het nadenken over je eigen ervaringen en de factoren en mensen die jouw denken en gedrag beïnvloeden.

Les 8: Lijden en Dood: Wat is de Betekenis?

Leerdoelen:
  • De leerling kan uitleggen wat lijden is en daarbij relevante voorbeelden geven.
  • De leerling kan het verschil tussen lichamelijk en geestelijk lijden duidelijk benoemen en toelichten.
  • De leerling kan beschrijven en vergelijken hoe verschillende wereldreligies omgaan met lijden en de dood.
  • De leerling kan een onderbouwde eigen mening geven over lijden en uitleggen waarom hij/zij dat vindt.

Inhoud:
  • Lichamelijk lijden: Dit is pijn die je in je lichaam voelt, zoals een ziekte, verwonding of lichamelijke beperking.
  • Geestelijk lijden: Dit is pijn of verdriet van binnen, zoals stress, angst, verdriet of eenzaamheid.
  • Christendom en lijden: Lijden hoort bij het leven. Het kan volgens christenen een manier zijn om te groeien in geloof en dichter bij God te komen.
  • Christendom en de dood: De dood is niet het einde, maar het begin van een nieuw leven bij God.
  • Hindoeïsme en karma: Lijden wordt veroorzaakt door karma, de gevolgen van goede en slechte daden in dit leven of vorige levens.
  • Hindoeïsme en de dood: De dood is een nieuw begin; de ziel wordt opnieuw geboren in een ander lichaam (reïncarnatie).
  • Islam en lijden: Lijden wordt gezien als een test van Allah om geduld, geloof en karakter te versterken.
  • Islam en de dood: Na de dood volgt een oordeel, waarna iemand naar het paradijs of de hel gaat.
  • Jodendom en lijden: Lijden hoort bij het leven en kan gezien worden als een test van geloof en volharding.
  • Jodendom en de dood: De dood hoort bij het leven; er bestaan verschillende ideeën over wat er daarna gebeurt, maar de ziel blijft bestaan.
  • Eigen ideeën over leven na de dood: Mensen hebben verschillende overtuigingen, zoals een hemel, reïncarnatie of dat het leven na de dood eindigt.
  • De vierde levensvraag: Deze gaat over lijden, de dood en wat er eventueel daarna komt.
  • Verschillen tussen lichamelijk en geestelijk lijden: Lichamelijk lijden is fysieke pijn, geestelijk lijden is emotionele of mentale pijn.
  • Perspectieven op lijden en dood binnen wereldreligies: Religies geven verschillende verklaringen voor lijden en verschillende ideeën over wat er na de dood gebeurt.
  • Groepsdiscussie over persoonlijke visies en ervaringen: Het uitwisselen en bespreken van eigen meningen, ervaringen en overtuigingen over lijden en de dood.

Les 9. De Tijd Die Tikt: Wat is Tijd?

Leerdoelen:
  • De leerling kan uitleggen wat tijd is en hoe tijd een rol speelt in het dagelijks leven.
  • De leerling kan reflecteren op zijn of haar eigen tijdsbesteding en de keuzes die daarin worden gemaakt.
  • De leerling kan een persoonlijke tijdlijn maken en belangrijke gebeurtenissen in zijn of haar leven plaatsen.
  • De leerling kan uitleggen wat met symbolische tijd wordt bedoeld en hiervan voorbeelden geven.
  • De leerling kan de boodschap van het Bijbelboek Prediker uitleggen en deze in verband brengen met het begrip tijd.
  • De leerling kan beschrijven hoe verschillende religies naar tijd kijken.
  • De leerling kan overeenkomsten en verschillen benoemen tussen religieuze opvattingen over tijd.
  • De leerling kan uitleggen wat met de eindtijd wordt bedoeld en hoe verschillende religies hierover denken.

Inhoud:
  • De levensvraag ‘Wat is tijd?’: Nadenken over wat tijd is en welke betekenis tijd heeft in je leven.
  • Tijd: De opeenvolging van momenten die we meten met klokken en kalenders.
  • Dagelijkse routine: De vaste volgorde van activiteiten die je elke dag doet, zoals opstaan, eten en naar school gaan.
  • Persoonlijke tijdsbesteding: De manier waarop je je tijd verdeelt over verschillende activiteiten.
  • Persoonlijke tijdlijn: Een overzicht van belangrijke gebeurtenissen in je leven, van vroeger tot nu.
  • Prediker: Een boek in de Bijbel dat laat zien dat er voor alles in het leven een juiste tijd is.
  • Symbolische tijd: Tijd die meer betekent dan alleen uren en minuten en die een speciale betekenis heeft.
  • Symbolische tijd in religies: De manier waarop religies bepaalde momenten, dagen of periodes een bijzondere betekenis geven.
  • Tijd als rechte lijn: Het idee in het jodendom en christendom dat tijd een begin en een einde heeft: je wordt geboren, leeft en sterft.
  • Tijd als cirkel: Het idee in het hindoeïsme en boeddhisme dat tijd steeds opnieuw begint en geen echt begin of einde heeft.
  • Eindtijd: Het idee in veel religies dat er een einde komt aan de wereld zoals wij die kennen.
  • Persoonlijke opvattingen over tijd: Nadenken over hoe jij met tijd omgaat en wat tijd voor jou betekent.

Les 10. Natuur en Mens: Wat is Natuur?

Leerdoelen:
  • De leerling kan uitleggen wat natuur is en verschillende vormen van natuur benoemen.
  • De leerling is in staat om voorbeelden te geven van natuurlijke en niet-natuurlijke elementen.
  • De leerling kan nadenken over zijn of haar eigen relatie met de natuur.
  • De leerling kan uitleggen wat dierenrechten zijn.
  • De leerling is in staat om zijn of haar mening te geven over dierenrechten.

Inhoud:
  • De levensvraag ‘Wat is natuur?’: Nadenken over wat natuur is en welke betekenis natuur heeft in het dagelijks leven van mensen.
  • Natuur: Alles wat niet door mensen is gemaakt, zoals planten, dieren, bossen, rivieren en landschappen.
  • Natuurlijke elementen: Dingen die in de natuur voorkomen zonder menselijke tussenkomst, zoals bomen, bergen en water.
  • Niet-natuurlijke elementen: Dingen die door mensen zijn gemaakt, zoals gebouwen, wegen, auto’s en machines.
  • Voorbeelden van natuurlijke en niet-natuurlijke elementen: Het herkennen en benoemen van wat wel en niet bij de natuur hoort en dit kunnen toelichten.
  • Dierenrechten: Rechten die dieren beschermen tegen mishandeling en uitbuiting door mensen.
  • Basisprincipes van dierenrechten: Het idee dat dieren op een goede en respectvolle manier behandeld moeten worden en dat mensen verantwoordelijkheid dragen voor hun welzijn.
  • De rol van natuur in het dagelijks leven: Nadenken over hoe natuur aanwezig is in het dagelijks leven en waarom dit belangrijk is voor mens en samenleving.
  • Persoonlijke opvattingen over natuur en dierenrechten: Reflecteren op de eigen mening, houding en gedrag ten opzichte van natuur en dieren.
  • Groepsdiscussie over natuur en dierenrechten: Samen praten over ethische vragen en verschillende meningen over hoe mensen met natuur en dieren omgaan.