Module 3 - keuze onderwerp 'Beleggen'

Beleggen
Hoe laat je geld voor je werken?
1 / 22
next
Slide 1: Slide
BurgerschapMBOStudiejaar 1-4

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Instructions

  • Start de les door op de button Start les te klikken
  • De link Printen biedt mogelijkheid om de slides en notities van de les te printen

Items in this lesson

Beleggen
Hoe laat je geld voor je werken?

Slide 1 - Slide

Beleggen
Vorm: poll, (quiz)vragen, woordwolk, opdracht, stellingen, filmpje.

Duur: 30 minuten

Leerdoelen:
  • De studenten weten wat beleggen is
  • De studenten kunnen de voor en nadelen van beleggen uitleggen.
  • De studenten weten waar ze op moeten letten bij finfluencers en hoe ze zichzelf kunnen beschermen.


Waar gaat je eerste € 50 heen?
Crypto's
Beleggen
Sparen
Ik heb geen geld over
Schulden aflossen

Slide 2 - Poll

Waar gaat je eerste € 50 heen?

Stel de vraag.

Er is bewust geen goed of fout antwoord. Het doel is nieuwsgierigheid opwekken en de spreiding in de klas zichtbaar maken.

Normaliseer dat antwoorden uiteenlopen.
 
Als 'sparen' of 'schulden aflossen' veel gekozen wordt, gebruik dat als opstap: 'Interessant. Laten we kijken of beleggen daar ook bij past.'

Overgang: En steeds meer van je leeftijdgenoten kiezen inmiddels voor optie 2...
Beleg jij al? 
40% - 45%
Van de 18-30-jarigen in Nederland belegt 40%-45%.
Veel jongeren doen dit via een app. Sommige beleggen ook in crypto.
⚠️Let op: 
AFM waarschuwt dat jongeren extra gevoelig kunnen zijn voor misleidende beleggingsadviezen op social media.
Steeds meer jongeren doen het.

Slide 3 - Slide

Beleg jij al?

40-45% van de jongeren belegt al. Beleggen is dus niet meer alleen iets voor 'oudere mensen met geld'. Kijk eens naar dit percentage.

Het percentage is een afgeronde bandbreedte op basis van meerdere recente onderzoeken (o.a. brokerdata en generatie-onderzoek). Presenteer het daarom als 'ongeveer', niet als exact cijfer.

Leg eventueel de link naar de poll van slide 2: 'Of je nu voor sparen, beleggen of iets anders koos, steeds meer van je leeftijdgenoten kiezen inmiddels voor beleggen.'

De AFM-waarschuwing (Autoriteit Financiele Markten) hier is bewust kort en zonder verdere uitleg. Dit plant het finfluencer-thema dat later in de les uitgebreider terugkomt . Ga er nu nog niet op in, dat komt later.

Vermijd het cijfer als aanmoediging te presenteren ('dus jij moet ook beleggen'). Het doel is relevantie tonen, niet overtuigen.

Overgang: Maar is beleggen dan alleen maar positief? Waarom zou je het eigenlijk niet doen?
Waarom niet beleggen?

Slide 4 - Mind map

Waarom niet beleggen?

Waarom zou iemand beleggen in plaats van sparen? En waarom juist niet?

Vraag een aantal studenten om hun antwoord in de woordwolk toe te lichten voordat je doorgaat naar de uitleg.

Voordeel
Beleggen kan op de lange termijn meer opleveren (rente-op-rente effect = “geld maakt geld”).
Sparen is veiliger, maar levert minder op door inflatie.

Nadelen:
Risico op verlies, je kunt je geld (tijdelijk) kwijt zijn.
Kost tijd/kennis dus alleen doen met geld dat je lang niet nodig hebt.

Extra uitleg:
Met beleggen kun je op langere termijn meer rendement maken omdat het meestal meer oplevert dan je geld op een spaarrekening zetten. Hierdoor word je geld meer waard.

Ook treedt het zogenaamde rendement-op-rendement effect op. Dat wil zeggen dat het rendement dat je met je beleggingen behaald, later kan worden herbelegd (opnieuw worden belegd).

Door dit sneeuwbaleffect kan het vermogen exponentieel toenemen. Je hebt misschien weleens gehoord van ‘geld maakt geld’. Dat is precies wat men bedoelt bij het rendement-op-rendement effect.

Het kan verder een spaarpotje voor later zijn (pensioen) of bijvoorbeeld een extra potje als je een huis wilt kopen.

Overgang: Wat betekent 'geld maakt geld' dan precies? Kijk maar eens naar dit verschil.
het verschil na 20 jaar

Slide 5 - Slide

Sparen of beleggen: het verschil na 20 jaar

Deze side slide laat het verschil zien.
Dit is een slide die laat zien wat er gebeurt als je nu € 100 inlegt op een spaarrekening tegen beleggen en er 20 jaar niet aankomt. We zijn bij sparen van 1,5% en bij beleggen van een rendement van 6% uitgegaan.

Leg uit dat het rendementspercentage (6%) een gemiddelde is, geen garantie. Sommige jaren gaat het slechter, andere jaren beter. Vermijd de suggestie dat beleggen een gegarandeerd rendement geeft.

Herhaal daarna kort in eigen woorden: 'Het rendement dat je maakt, kan opnieuw worden belegd. Daardoor groeit je geld sneller naarmate de tijd vordert — dat heet het rendement-op-rendement-effect.'
 
Koppel terug naar sparen: 'Sparen is veiliger, maar door inflatie (dat je geld minder waard wordt) ben je eigenlijk maar weinig opgeschoten. Bij beleggen loop je meer risico, maar kan het verschil op lange termijn groot zijn.'

Verwachte reacties: Verwacht vragen als 'is dat altijd zo?' of 'kun je ook geld verliezen?' Vertel dat het rendement niet gegarandeerd is en dat dit precies de reden is waarom je alleen belegt met geld dat je lang kunt missen (sluit aan bij de nadelen uit slide 4).

Overgang: Nu je weet waarom mensen beleggen, laten we kijken in wát je eigenlijk kunt beleggen.
Welke soorten beleggingen ken je?

Slide 6 - Mind map

Welke soorten beleggingen ken je?
Stel de vraag. Op de volgende slide zie je verschillende beleggingen.
Verschillende beleggingen

Slide 7 - Slide

Verschillende beleggingen

Loop kort de afbeeldingen langs: aandelen, obligatie, goud, grondstoffen, vastgoed, kunst, crypto.

Vertel  dat niet alle vormen even toegankelijk zijn voor jongeren (een schilderij kopen is voor deze doelgroep niet realistisch) 

Geen diepgaande uitleg nodig hier; dat komt op de risicotabel.

Overgang: Laten we deze indelen op risico.

Beleggingen
Soort
Wat is het?
Risico
Aandelen
Deel van een bedrijf
Hoger 
Obligaties
Lening aan bedrijf/overheid
Lager dan aandelen
Indexfonds
Mandje met aandelen
Gemiddeld
Crypto
Digitale munt
Zeer hoog

Slide 8 - Slide

Beleggingen
Dit is een tabel met een aantal beleggingen die de risico's visueel maakt.

Meer kans op hoge winst betekent meestal ook meer risico (risico ↔ rendement). 

Leg uit dat je niet voor één categorie hoeft te kiezen: veel beleggers combineren aandelen, obligaties en ETF's. Een ETF is een belegging die een index volgt, bijv. AEX. Dat heet spreiden.

Benadruk dat crypto apart staat: jongeren kennen het vaak goed, maar het is de meest risicovolle keuze. Dit is ook waarom crypto bij jongeren zo populair is: hoog risico, maar het type belegging dat het meest voorbijkomt op social media.' Dit plant het finfluencer-thema alvast, zonder er nu al op door te gaan. 

Vertel dat je hierna alleen op aandelen ingaat, dat is waar jongeren het meest van hun geld in steken.

Overgang: We gaan hierna vooral in op aandelen.

Aandelen
  • Eigenaar van een stukje van een bedrijf
  • Je mag stemmen op een aandeelhoudersvergadering
  • Deel van de winst die je krijgt, heet dividend
  • Je geeft iets uit omdat je hoopt dat je later meer terug krijgt.

Slide 9 - Slide

Aandelen
Vertel dat je mede-eigenaar bent. Dit betekent dat je meedeelt in de winst van het bedrijf. Als het bedrijf een deel van de winst aan jou wil uitkeren, doen ze dat in de vorm van dividend. Daarnaast kan de koers - en dus de waarde - van je aandeel stijgen, waardoor je winst maakt op je belegging als je je aandeel verkoopt. 

Vertel ook dat een bedrijf failliet kan gaan en dat je dan al je geld kwijt kan raken.

Overgang: Tijd om zelf te rekenen.
Opdracht
Je koopt op 1 januari 2 aandelen ABN Amro voor € 23 per aandeel.
Je krijgt € 0,50 dividend per aandeel.
De koers stijgt naar € 25 per aandeel, je besluit de aandelen te verkopen.

Vragen:
- Hoeveel winst heb je gemaakt?
- Hoeveel is dat in procenten?


Slide 10 - Slide

Opdracht: rendement
Stel de vragen aan de studenten, de uitwerking van de antwoorden staat in de volgende sheet.

Overgang: Check je antwoord
Opdracht
Euro
Aankoop 2 aandelen (2 x 23):
46
Verkoop 2 aandelen (2 x 25):
50     
Winst:
  4
Dividend (2 x 0,50):
   1      
Totale winst:
   5
Winst in procenten 5/46= 10,86%

Slide 11 - Slide

Opdracht
Hier zie je de berekening van de opdracht.

Bespreek: wat betekent dit getal in de praktijk (best veel, maar kan ook andersom gaan)? 

Benadruk expliciet: dit is een gunstig scenario. Het kan net zo goed verlies zijn geweest.

Overgang: Nu een voorbeeld dichter bij huis: Ajax.


Opdracht

Situatie
A. De UEFA besluit dat Ajax vanaf 2026 elk jaar deelneemt aan de Champions League.
B. Twee spelers van Ajax zijn betrapt op doping.
C. Ajax raakt 2 talenten kwijt aan Feyenoord zonder dat daar een transfervergoeding tegenover staat.
D. Scorende spits wordt voor 70 miljoen verkocht aan FC Barcelona.
E. PSV investeert 100 miljoen in 2 toppers uit de Italiaanse competitie.
Koers
  • A = +
  • B = -
  • C = -
  • D = -
  • E = -

Slide 12 - Slide

Opdracht
Vertel dat Ajax beursgenoteerd is.
Dit betekent dat je aandelen Ajax kan kopen. De prestaties van Ajax kunnen heel goed zijn, maar dat wil niet zeggen dat er winst wordt gemaakt en dat er een leuk bedrag aan dividend is voor de aandeelhouders.
Op de sheet staan een aantal situaties.
Vraag aan de studenten of de koers van het aandeel Ajax zal stijgen of dalen. 
Door verder te klikken verschijnt het antwoord per situatie.

Wellicht zijn alle 5 te veel, beperk het dan tot 2 voorbeelden.

A. = +. Inkomsten omhoog waarmee winst omhoog gaat en koers ook.
B. = -. Spelers betrapt op doping. Transferwaarde zal omlaag gaan dus winst naar toekomst toe ook.
C. = -. Talenten weg → Transferopbrengsten in toekomst lager. Koers lager.
D. = -. Spits verkocht → Winst
In toekomst zou dit tot minder overwinningen kunnen leiden waardoor dan de koers weer zou kunnen dalen.
E. = -. PSV wordt beter → Ajax minder kans op Champions League → inkomsten omlaag en dus koers omlaag.



Wat zou jij doen?
Laura heeft 100 euro spaargeld.
Ze koopt op gevoel aandelen na een tip op een verjaardag. Ze twijfelt maar koopt toch. Nadat het een paar dagen goed gaat, ziet ze tot haar schrik dat de aandelen sterk gaan dalen.

Vragen:
  • Wat vind je van de keuze van Laura?
  • Hoe zou jij je voelen als de aandelen sterk dalen?


Slide 13 - Slide

Wat zou jij doen?
  1. Lees de casus samen door.
  2. Bespreek de vragen met de studenten.
Impulsief beleggen
Laura besluit zonder plan en zonder kennis van de markt meteen te beginnen.
Dit is risicovol, want beleggen werkt het beste met een lange termijn strategie en spreiding, niet met snelle impulsen.

Emoties bij beleggen
Koersen gaan op en neer. Zeker als beginner kan dit stress en paniek veroorzaken.
Vraag studenten: Hoe zouden jullie je voelen als je € 100 ziet zakken naar € 80?
Belangrijk punt: emoties zijn een slechte raadgever bij beleggen.

Beleggen met spaargeld dat je nodig hebt
Laura gebruikt haar volledige spaarpot. Dit is onverstandig, want spaargeld is bedoeld voor noodgevallen of korte termijn doelen.
Je zou alleen moeten beleggen met geld dat je lang kunt missen.

Het belang van een plan
Slimmer zou zijn als Laura vooraf nadenkt: Wat is mijn doel? Hoeveel kan ik maandelijks inleggen? Hoeveel risico wil ik nemen?
Ook: kleine bedragen spreiden over langere tijd in bijvoorbeeld een ETF, in plaats van in één keer in losse aandelen.

Advies voor Laura (samenvatting)
  • Beleg alleen geld dat je minimaal 5 jaar niet nodig hebt.
  • Begin klein en gespreid (bijv. via indexfondsen).
  • Maak een plan en houd je eraan, niet meegaan met hypes of tips van anderen.
  • Zorg dat je altijd een financiële buffer houdt op je spaarrekening.
Overgang: Nu iets heel anders: ken je het woord 'finfluencer'?
Finfluencer

Slide 14 - Slide

In dit onderdeel gaan we in op het fenomeen finfluencer.
Waar denk je aan bij het
woord finfluencer?

Slide 15 - Mind map

Waar denk je aan bij het woord finfluencer?
Vraag of zij weten wat een finfluencer is.
Laat hierna het filmpje zien op de volgende slide. Hierin wordt uitgelegd wat een finfluencer is.

Overgang: Bekijk dit filmpje.
0

Slide 16 - Video

Filmpje: bekritiseerde finfluencer
Laat het filmpje zien. Het filmpje start bij 0:22 en eindig automatisch op 1:34.

Vertel eventueel het onderstaande nog.
Finfluencers delen online verhalen over hun succes met bijvoorbeeld beleggen, dropshipping of andere vormen van online inkomsten. Daarbij ligt de nadruk vaak op hoe ze hun eigen werktijden vandaag de dag bepalen, volledig zelfstandig zijn en overal ter wereld kunnen werken. 

Het beeld dat zij schetsen, klinkt bijzonder aantrekkelijk. In hun content delen ze vaak eigen “succesverhalen” terwijl ze rondlopen in een tropisch resort mét een duur horloge om de pols, of in hun luxueuze inloopkast vol peperdure merktassen. De finfluencers praten over hoe eenvoudig het zou zijn om hun levensstijl te bereiken. Daarbij bieden ze doorgaans dure cursussen aan, waarin zij beweren de sleutel tot hun succes te onthullen. 

Het is belangrijk om te weten dat slechts een zeer klein percentage van de deelnemers daadwerkelijk succesvol wordt op de manier die deze finfluencers beloven. Bovendien brengen deze methodes vaak aanzienlijke financiële risico’s met zich mee. De realiteit is dat veel van deze finfluencers hun winsten vooral genereren door jongeren te verleiden om hun cursussen te kopen.

Overgang: Let goed op de volgende zin...

Begrijp dit goed salestijgers......



A
neutrale boodschap
B
de finfluencer probeert je over te halen

Slide 17 - Quiz

Begrijp dit goed salestijgers.......
Het juiste antwoord is B. 
Laat de studenten aangeven of de kreet 'Begrijp dit goed salestijgers...'  A of B is.

"Salestijgers" verwijst hier naar de overtuigingstechnieken die finfluencers gebruiken om volgers tot een aankoop (vaak een cursus) te bewegen. Leg aan de studenten uit dat het juiste antwoord B is, en vraag door: "Wat maakt dat dit geen neutrale boodschap is? Wat wil de finfluencer dat jij doet?"

Overgang: Nog een stelling in dezelfde lijn.
Ik zou best een beleggingscursus willen kopen
als een finfluencer zegt dat
ik er snel geld mee kan verdienen.




A
Eens
B
Oneens
C
Weet niet

Slide 18 - Quiz

Ik zou best een beleggingscursus willen kopen als een finfluencer zegt dat ik er snel geld mee kan verdienen.
Het juiste antwoord is B. 
Wat zou jij doen?
Daan volgt al een tijd een finfluencer op TikTok, die zegt dat de aandelenbeurs laag staat en dat hij nu moet instappen (=kopen). 
Daan heeft geen geld over maar belegt toch een deel van zijn AH-salaris, in de hoop snel winst te maken voor zijn rijbewijs.

Slide 19 - Slide

Wat zou jij doen?

Welke van de herkenningstips van zonet (verdient de finfluencer aan cursussen? worden risico's benoemd?) zou jij op deze TikTok-finfluencer toepassen?

Wat maakt dat Daan extra kwetsbaar is voor dit advies? (tijdsdruk i.v.m. rijbewijs, geen buffer).

Stuur bewust op het finfluencer-mechanisme zelf, niet op impulsiviteit. Dat is al bij Laura behandeld.

Zo laat je de student de net-geleerde herkenningscriteria concreet toepassen, in plaats van dezelfde les als bij Laura te herhalen.

Overgang: Hoe herken je dan of een finfluencer te vertrouwen is?

Hoe herken je een 
(on)betrouwbare finfluencer?

  • Verdient diegene vooral aan cursussen?
  • Transparant over resultaten (ook verliezen)?
  • Controleerbare beweringen? (laat bewijs zien)
  • Risico’s benoemd of alleen winst?
  • Onafhankelijk advies of “koop nu deze coin/aandeel”?

Slide 20 - Slide

Hoe herken je een (on)betrouwbare finfluencer?
Dit zijn een aantal tips voor studenten waardoor ze beter kunnen beoordelen of de finfluencer hen echt iets wil leren of het alleen voor eigen gewin doet.

Overgang: Nog een paar algemene tips voor als je zelf gaat beleggen.

Tips
  • Beleg pas als je een buffer hebt.
  • Spreid altijd (niet alles in één aandeel).
  • Denk op lange termijn (5+ jaar).
  • Weet wat je koopt (begrijp het product).
  • Let op kosten (lage kosten = meer winst).
  • Wees kritisch → zeker bij finfluencers.

Slide 21 - Slide

Tips
Dit zijn een aantal tips voor studenten waar ze aan moeten denken als ze gaan beleggen.

Geef aan dat jongeren pas vanaf hun 18e mogen beleggen.

Verwijs bijvoorbeeld ook naar site van AFM of Nibud als studenten meer informatie wensen.

Vraag eventueel nog aan de studenten: 'Eén ding dat ik ga doen (of laten) voordat ik ooit zou beginnen met beleggen: ___'.

Overgang: Afsluiting of ander keuze onderwerp



Slide 22 - Slide

  1. Klik op het keuzeonderwerp dat tijdens de vorige les veel stemmen kreeg.
  2. Hebben jullie inmiddels 2 of 3 onderwerpen gehad en heb je nog ongeveer 10 minuten de tijd tot het einde van de les? Klik dan op 'Door naar Gouden tips en afsluiting'.