In thema 4 schrijven leerlingen een korte overhalende tekst over eten of drinken. Zij doen dit vanuit een concrete en herkenbare schrijfsituatie: een gerecht onder de aandacht brengen in de schoolkantine. Leerlingen ervaren dat woordkeuze invloed heeft op de lezer en dat taal kan aanzetten tot een keuze.
Leerlingen kiezen zelf een gerecht of drankje dat zij willen presenteren. De focus ligt op het effect van de tekst: zorgt de tekst ervoor dat de lezer denkt dit wil ik proberen?
Verwachting van het schrijfproduct
• een korte overhalende tekst
• 6 tot 8 zinnen
• duidelijke beschrijving van het gerecht
• gebruik van bijvoeglijke naamwoorden
• één vergelijking (bijvoorbeeld lekkerder dan)
De tekst hoeft geen vaste alinea-indeling te volgen. De nadruk ligt op betekenis, woordkeuze en communicatieve functie, niet op foutloosheid of volledige tekststructuur.
Beoordeling en begeleiding
Het schrijfproduct wordt formatief besproken. De beoordeling is gericht op:
• begrijpelijkheid van de tekst,
• passend woordgebruik bij het tekstdoel,
• het effect op de lezer (wil je dit proberen?),
• en in beperkte mate op spelling wanneer dit het begrip belemmert.
Er wordt nog geen volledige rubric ingezet. Feedback wordt gebruikt om leerlingen bewust te maken van hun schrijverskeuzes en om hen voor te bereiden op latere thema’s waarin overhalen en overtuigen uitgebreider en toetsbaar worden uitgewerkt.