1.3 Een verzuilde samenleving

1.3 Een verzuilde samenleving
1 / 33
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

1.3 Een verzuilde samenleving

Slide 1 - Slide

Lees eerst LD 1.

Slide 2 - Slide

Deze politieke stromingen ken je al:
  • liberalen
  • sociaal democraten
  • marxisten

Slide 3 - Slide

Daar komt nu een politieke stroming bij:
  • De confessionelen
  • politieke stroming die hun ideeën over politiek, onderwijs enz. baseren op hun godsdienst

Slide 4 - Slide

Nu kan je LD 1 bereiken! Lees vervolgens LD 2 en 3. 

Slide 5 - Slide

Abraham Kuyper
(dominee - protestant)
Herman Schaepman
(priester - katholiek)
Protestanten en katholieken

Slide 6 - Slide

Waar of niet waar: gelovige protestanten en katholieken zijn allemaal confessioneel
A
waar
B
niet waar

Slide 7 - Quiz



Katholieken




"tweederangsburgers"

Slide 8 - Slide

RKSP | Rooms-Katholieke StaatsPartij

  • opgericht in 1926
  • willen dezelfde rechten als protestanten (bv eigen kerken bouwen)
  • leider: priester Herman Schaepman
  • uit alle lagen van de bevolking !
  • werken samen met vijand ARP tijdens de schoolstrijd

Slide 9 - Slide




Anti-revolutionairen





uit protest tegen groeiende infloed niet-christelijke ideëen


Slide 10 - Slide

ARP | Anti-Revolutionaire partij


  • 1e politieke partij in Nederland (1879)
  • orthodoxe protestanten, kleine luyden
  • tegen ideëen Franse Revolutie: mens is ondergeschikt aan God
  • leider: dominee Abraham Kuyper
  • schoolstrijd


Slide 11 - Slide

Wie behoort tot de ARP? 

Kleine luyden

  • uit lagere middenklassen
  • minder opgeleid dan hogere burgerij
  • orthodoxe protestanten of gereformeerden
  • nemen bijbel als waarheid

Slide 12 - Slide

Nu kan je LD 2 en 3 bereiken! Lees vervolgens LD 4 en 5. 

Slide 13 - Slide

Welke politieke partijen ken je tot hiertoe?

Slide 14 - Open question

Schoolstrijd

Slide 15 - Slide

Schoolstrijd 
  • 1848: vrijheid van onderwijs (openbare >< bijzondere scholen)
  • openbare scholen werden betaald door de overheid
  • >< Confessionelen geen financiële steun  
  • pas in 1917 afgelopen

Slide 16 - Slide

Nu kan je LD 4 en 5 bereiken! Lees vervolgens LD 6 en 7. 

Slide 17 - Slide

Liberalen

Slide 18 - Slide

Liberalen aan de macht !
  • verdedigen belangen rijke burgerij
  • streven naar individuele vrijheden
  • nachtwakersstaat
  • Thorbecke
  • Liberale Unie (1885 ) -> pas na oprichting ARP

Slide 19 - Slide

Nu kan je LD 6 en 7 bereiken! Lees vervolgens LD 8. 

Slide 20 - Slide

Bijzondere scholen is hetzelfde als bijzonder onderwijs
A
waar
B
niet waar

Slide 21 - Quiz

Welke optie is waar?
A
Bijzonder onderwijs en openbaar onderwijs is hetzelfde en werden betaald door de overheid.
B
Bijzonder onderwijs werd betaald door de overheid en openbaar onderwijs niet.
C
Bijzonder en openbaar onderwijs werden financieel gelijkgesteld in 1917.
D
Bijzonder onderwijs was onderwijs van de katholieken.

Slide 22 - Quiz

De Liberale Unie was de eerste opgerichte politieke partij.
A
waar
B
niet waar

Slide 23 - Quiz

verzuiling

Slide 24 - Slide

Wat is verzuiling?
  • de verdeling van de samenleving in 4 groepen.
  • elke zuil: krant, vakbond, radio-omroep, tijdschriften
  • weinig contact buiten je zuil

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Nu kan je LD 8 bereiken! Lees vervolgens LD 9. 

Slide 27 - Slide


Focus: Caoutchouc - artikel (1887)

Slide 28 - Slide

Caoutchouc - artikel
  • rubberen artikel
  • 1887
  • einde censuskiesrecht
  • kiesrecht voor mannen die beschikten over kenteeken van geschiktheid en maatschappelijke welstand

Slide 29 - Slide

Nu kan je LD 9 bereiken! 

Slide 30 - Slide

In een verzuilde maatschappij konden mensen naast elkaar wonen maar toch niet naar dezelfde school gaan
A
waar
B
niet waar

Slide 31 - Quiz

In een verzuilde maatschappij was het helemaal aanvaard dat je als katholiek persoon met een protestants persoon trouwde
A
waar
B
niet waar

Slide 32 - Quiz

Waar zorgde het caoutchouc-artikel voor?
A
dat er meer rubber was
B
dat vrouwen ook konden stemmen
C
dat meer mannen konden stemmen
D
dat je voortaan in bezit moest zijn van een certificaat dat je je goed gedroeg.

Slide 33 - Quiz