Geld - goed omgaan met geld

Omgaan met geld


1 / 39
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBurgerschapISK

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Omgaan met geld


This item has no instructions

Omgaan met geld


This item has no instructions

Wat leer je? 


 

* Je leert over de betekenis van geld.

* Je leert welke uitgaven er zijn.

* Je leert welke inkomsten er zijn.

* Je leert zicht krijgen op je eigen keuzes.

This item has no instructions

Geld is er altijd

Je hebt elke dag te maken met geld, ook als je denkt van niet!

Veel dingen die je wilt doen of wilt hebben, kosten geld.
Geld is handig/noodzakelijk.



This item has no instructions


Welke inkomsten zijn er? 
Hoe kom je aan geld?

This item has no instructions

Waar geef jij of anderen geld aan uit?

This item has no instructions

Poll

This item has no instructions

Geld maakt gelukkig.

1

Eens

2

Oneens

3

Ik weet het niet

This item has no instructions

This item has no instructions

Heb jij genoeg geld per maand?

This item has no instructions

Hoeveel geld heb jij per maand
te besteden?

This item has no instructions

Geef jij weleens teveel geld uit?

A

Ja, zeker weten!

B

Nee.

C

Soms.

D

Geen idee, heb er niet echt zicht op...

This item has no instructions

Tip: je kan ook antwoorden met een plaatje!

Waar geef jij het liefst je 

geld aan uit?

This item has no instructions

Alles wat ik koop,

heb ik echt nodig!

A

ja

B

nee

C


D


This item has no instructions

Wat past het meest bij jou?

A

Ik heb een bijbaan.

B

Ik doe wel eens klusjes voor geld.

C

Ik krijg alleen zakgeld.

D

Mijn ouders of voogd betalen alles.

This item has no instructions

Ik neem (later) een bijbaan.

A

Jazeker!

B

Nee, zeker niet.

C

Ik weet het nog niet.

D

Ik heb al een bijbaan

This item has no instructions

Ik heb liever een hoog uurloon 

dan leuk werk.

A

Ja.

B

Nee.

C


D


This item has no instructions



This item has no instructions

This item has no instructions

Wat is budgetteren?

A

Een begroting maken.

B

Een (financieel) plan maken.

C

Geld sparen.

D

Geld uitgeven.

This item has no instructions

This item has no instructions

Sleep de afbeeldingen naar het bijbehorende begrip.

dagelijkse uitgaven

vaste lasten

incidentele uitgaven

This item has no instructions


Benzine tanken hoort bij de...

A

huishoudelijke uitgaven.

B

incidentele uitgaven.

C

vaste lasten.

D

wekelijkse uitgaven.

This item has no instructions

Als je geld uitgeeft voor het abonnement van je telefoon zijn dat ...

A

dagelijkse uitgaven.

B

incidentele uitgaven.

C

vaste uitgaven.

D

vaste lasten.

This item has no instructions

Budgetplan/Begroting

  • Inkomsten = het geld wat er binnenkomt         
            (bijv. loon, salaris)

  • Uitgaven = het geld dat je betaalt om iets te krijgen

             (bijv. telefoonabonnement)

Budgetplan/Begroting = een overzicht van je inkomsten en uitgaven.
Zo kun je zien of je geld overhoudt of tekortkomt! Handig! 

This item has no instructions



Vaste lasten:

Lasten die iedere maand hetzelfde zijn, o.a. huur of verzekeringen


Variabele lasten:

Lasten die per maand verschillen, bijv. boodschappen, energie. 


Incidentele lasten:

bijv. aanschaf nieuwe wasmachine, telefoon

This item has no instructions



Noodzakelijke uitgaven, bijvoorbeeld:

- gas, water en licht

- voedsel en kleding

- verzekeringen

- huur, hypotheek



Niet-noodzakelijke uitgaven, bijvoorbeeld:

- concerten, terrasje pakken

- merkschoenen

- tijdschriften

- apps, Netflix

This item has no instructions

Hoe maak je een budgetplan?

  1. Waaraan heb je de afgelopen maand geld uitgegeven? Schrijf zoveel mogelijk uitgaven op.

  2. Welke inkomsten had je vorige maand?
    Schrijf al je inkomsten op.

  3. Zet je inkomsten en uitgaven in je budgetplan.

  4. Trek je uitgaven van je inkomsten af.

  5. Heb je geld over? Of kom je geld te kort?

This item has no instructions








Inkomsten = uitgaven = ?

This item has no instructions

Geld tekort

Hoe kan je zorgen dat je uitgaven omlaag gaan?

Op welke uitgaven kan je bezuinigen? (oftewel: besparen)






Of: kun je misschien meer inkomsten krijgen?

This item has no instructions

Sparen

Geld sparen = geld apart zetten voor later

Sparen kan via een spaarrekening.                                   

                                             

Waarom sparen?

  • Onverwachte uitgave(n)

  • Doel: iets willen doen of kopen, maar er nog niet genoeg geld voor hebben. Sparen voor de toekomst.

This item has no instructions

Spaar jij?

1

Nee, ik geef iedere maand (bijna) alles uit.

2

Ik spaar een deel, de rest geef ik uit.

3

Ik spaar bijna alles, ik koop eigenlijk heel weinig.

This item has no instructions

Waarvoor zou jij willen sparen? Of waar ben je nu al voor aan het sparen?

This item has no instructions

Hoeveel denk je dat het kost om te studeren én om op jezelf te wonen per maand?

Je kan ook al sparen voor de toekomst.
Straks wil je gaan studeren en misschien wel op kamers.

Op hoeveel studiefinanciering heb je recht?

(regels per januari 2025)


Klik op het kleine plaatje rechtsboven en er opent een nieuw scherm.

Uiteraard ontvang je ook geld voor je studie. Op dit plaatje zie je hoeveel dit is voor het eerste deel van 2022. 
Deze inkomsten heten 


Wat kost studeren en wonen op jezelf?

- Huur:  tussen de €300-€500 per maand

- Gas/Elektriciteit: gemiddeld €130 per maand

- Water: gemiddeld €10 per maand

- Gemeentelijke belastingen: tussen de €24-€50 per maand

- Inboedelverzekering: gemiddeld €10 per maand
- Zorgverzekering: gemiddeld €85 per maand

- Aansprakelijkheidsverzekering: gemiddeld €4 per maand
- Internet/tv/Telefoon: tussen de €55-€85 per maand

- Boodschappen:  tussen de €100-€150 per maand

- Studiekosten: gemiddeld €49 per maand
- Overige kosten (sport, kleding, vervoer, etc): gemiddeld €300 per maand




Gemiddeld
€1123
per maand! 

This item has no instructions

This item has no instructions

Het leven is duur en uitdagend. Schulden zijn zó gemaakt.

Heb jij wel eens geld geleend ?   

A

Ik heb nog nooit geld geleend.

B

Ik leen wel eens geld van mijn ouders.

C

Ik leen wel eens geld van een vriend of vriendin.

D

Ik heb wel eens geld geleend bij een instantie.

This item has no instructions

Sparen duurt te lang. Je kunt beter lenen en afbetalen. Dan kun je meteen kopen wat je wilt hebben.

A

Eens

B

Oneens

C


D


This item has no instructions