Afzet, omzet, bruto winst en btw

Van verkoop naar winst

1 / 26
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Van verkoop naar winst

De les is inhoudelijk economie, ondanks dat in de prompt ook 'filmpjes' staat. Binnen dit format kunnen alleen beelden worden opgenomen, geen video's.

Leerdoel

Ik kan afzet, omzet, bruto winst en btw uitleggen en met elkaar in verband brengen.

This item has no instructions

Welke woorden denk jij aan bij afzet, omzet, winst en btw?

Gebruik de woordwolk om voorkennis op te halen. Vraag eventueel welke woorden over aantallen gaan en welke over geld.

Afzet

  • Afzet is het aantal verkochte producten

  • Het gaat om hoeveel stuks je verkoopt

  • Afzet druk je uit in aantallen, niet in euro's

  • Voorbeeld: 80 verkochte broodjes = afzet 80

Benadruk het verschil tussen 'aantal' en 'geld'. Leerlingen halen afzet vaak door elkaar met omzet.

Afzet herkennen

Je kijkt bij afzet steeds naar de vraag: hoeveel is er verkocht?


Voorbeelden:

  • 35 frisdrankblikjes

  • 12 T-shirts

  • 240 bioscoopkaartjes


Dit zijn allemaal aantallen en dus voorbeelden van afzet.

This item has no instructions

Meer of minder afzet

Afzet verandert bijvoorbeeld door:

  • prijs

  • reclame

  • seizoen

  • concurrentie

  • populariteit van een product

Houd het historisch/economisch eenvoudig: het doel is niet marktvormen uitleggen, maar factoren noemen die invloed hebben op verkochte aantallen.

Omzet

  • Omzet is het totale bedrag van alle verkopen samen

  • Omzet reken je uit met:

omzet = verkoopprijs × afzet

  • Omzet gaat dus over geld, niet over aantallen

Laat leerlingen zien dat omzet altijd in euro's wordt uitgedrukt.

Omzet berekenen

Voorbeeld:

  • verkoopprijs per notitieboek: €4

  • afzet: 150 stuks


€4 × 150 = €600 omzet

Noem dat een hoge afzet niet altijd hoge omzet betekent; dat hangt ook af van de verkoopprijs.

Afzet en omzet vergeleken

Een product kan:

  • hoge afzet hebben, maar een lage prijs

  • lage afzet hebben, maar een hoge prijs


Daarom zegt afzet niet automatisch alles over omzet.

Goed moment voor een kort mondeling voorbeeld: pennen versus smartphones.

Wat hoort bij afzet?

A

€600 ontvangen

B

150 stuks verkocht

C

21% belasting

D

€4 per stuk

Controleert het verschil tussen aantal, prijs, omzet en btw na de eerste uitleg over afzet en omzet.

Afzet en omzet

De afzet is het aantal verkochte producten. De omzet reken je uit door de verkoopprijs te vermenigvuldigen met de afzet. Daarom druk je omzet uit in euro's en afzet in aantallen.

afzet
omzet
afzet
euro's
btw
winst
stuks
inkoopkosten

Laat leerlingen de kernrelatie tussen afzet en omzet reconstrueren met de termen van de vorige slides.

Bruto winst

  • Bruto winst is wat overblijft van de omzet nadat de inkoopkosten eraf zijn

  • Formule:

bruto winst = omzet - inkoopwaarde van de omzet

  • Het gaat hier nog niet om andere kosten, zoals huur of loon

Gebruik consequent de term 'inkoopwaarde van de omzet' als kosten van de verkochte goederen.

Bruto winst berekenen

Voorbeeld:

  • omzet: €600

  • inkoopkosten van 150 notitieboeken: €300


€600 - €300 = €300 bruto winst

Maak duidelijk dat bruto winst niet hetzelfde is als nettowinst. Andere bedrijfskosten zitten er nog niet in.

Waarom 'bruto'?

Bruto winst is een tussenstap.


Na de inkoopkosten kunnen er nog andere kosten komen, zoals:

  • huur

  • personeel

  • energie

  • reclame


Daarom is bruto winst nog niet de uiteindelijke winst.

This item has no instructions

Wat trek je van de omzet af voor bruto winst?

A

de btw

B

de afzet

C

de inkoopwaarde

D

de verkoopprijs

Veelgemaakte fout is dat leerlingen btw of verkoopprijs verwarren met kosten. Hier gaat het om inkoopwaarde van de omzet.

Waarom is bruto winst nog niet de echte winst?

Bespreek dat bruto winst een tussenstap is: na aftrek van inkoopkosten blijven andere kosten zoals huur, loon, energie en reclame nog over.

Btw

  • Btw betekent: belasting over de toegevoegde waarde

  • Het is een bedrag dat de klant betaalt boven op de prijs exclusief btw

  • Bedrijven innen btw en dragen die af aan de overheid

Houd het eenvoudig: geen uitgebreide behandeling van voorbelasting nodig, alleen het basisidee dat btw belasting is op aankopen.

Prijs met btw

Voorbeeld met 21% btw:

  • prijs exclusief btw: €100

  • btw: €21

  • prijs inclusief btw: €121


De klant betaalt dus de prijs inclusief btw.

Noem dat in Nederland verschillende btw-tarieven bestaan, maar werk in deze les alleen met het idee van btw en een duidelijk voorbeeld.

Van afzet naar btw

De begrippen hangen samen:


afzet × verkoopprijs = omzet


omzet - inkoopwaarde van de omzet = bruto winst


Bij de verkoopprijs kan ook btw horen, die de klant betaalt en het bedrijf afdraagt.

Benadruk dat btw niet hetzelfde is als winst voor het bedrijf.

Eén volledig voorbeeld

  • afzet: 50 truien

  • verkoopprijs excl. btw: €40

  • omzet: 50 × €40 = €2000

  • inkoopkosten: €25 per trui = €1250

  • bruto winst: €2000 - €1250 = €750

Als je wilt verdiepen: laat mondeling zien dat de verkoopprijs incl. 21% btw dan €48,40 is, maar houd de slide zelf overzichtelijk.

Wie betaalt de btw uiteindelijk bij aankoop?

A

de klant

B

de leverancier

C

de winkelier

D

de fabrikant

Sluit aan op de uitleg dat het bedrijf btw int en afdraagt, maar dat btw niet de winst van het bedrijf is.

Alles hangt samen

Bij verkoop geldt: afzet × verkoopprijs = omzet. Daarna bereken je de bruto winst door de inkoopwaarde van de omzet van de omzet af te halen. De klant betaalt een prijs met btw, maar dat bedrag draagt het bedrijf af aan de overheid.

afzet
omzet
bruto winst
btw
nettowinst
korting
reclame
voorraad

Integreert de laatste subtopic door de begrippen in de juiste samenhang terug te laten plaatsen.

Wat uit deze les ga jij het best onthouden?

This item has no instructions

Welk begrip vond jij het lastigst?

This item has no instructions

Hoe zeker voel jij je nu over afzet, omzet, bruto winst en btw?

This item has no instructions

Begrippenlijst

afzet - het aantal verkochte producten

omzet - het totale geldbedrag van alle verkopen samen

verkoopprijs - het bedrag waarvoor een product wordt verkocht

inkoopkosten - het bedrag dat een bedrijf betaalt om producten in te kopen

inkoopwaarde van de omzet - de inkoopkosten van de producten die verkocht zijn

bruto winst - omzet min de inkoopwaarde van de omzet

btw - belasting die boven op de prijs komt en aan de overheid wordt afgedragen

This item has no instructions